agendapunten

3. Verslag overleg 2005-11-15

logo Universiteitsraad UT

universiteitsraad

Griffie

Spiegel – kamer 500



Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 05-310

Fax


Datum

07 december 2005

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl



Verslag van de overlegvergadering van de Universiteitsraad op dinsdag 15 november 2005

Aanwezig:

Leden UR:

Brinkman, Deetman, Van Dijk, Gutteling, Hendriks, Hesselink, Hollman, Houweling, Lippinkhof, D.Meijer (vz), N.Meijer, Pol, Poorthuis, Van der Wal, Wormeester, IJzermans

College van Bestuur:

Van Ast, Flierman, Zijm

Griffie:

Ribberink, Klomp-Jongsma (Secretariaatsservice “PS” – verslag)

Afwezig:

Becht (m.k.)




1.Opening en vaststelling agenda

De voorzitter opent om 15.05 uur met een welkom aan de aanwezigen de vergadering. Vervolgens wordt stilgestaan bij het overlijden van Geerten Schrama.


Het college heeft met ontzetting en leedwezen kennis genomen van het overlijden van Geerten op zo jonge leeftijd. Een dergelijke ingrijpende gebeurtenis bepaalt ons allen weer bij de betrekkelijkheid van de vele dingen waarmee we dagelijks te maken hebben. Het college herdenkt hem als een zeer gewaardeerde collega, medewerker en UR-lid/voorzitter, en is hem erkentelijk voor zijn inzet voor het onderwijs, de faculteiten, de universiteit als geheel en de 3TU-samenwerking.

Via een e-mailbericht betuigt ook het college van de TU Delft zijn medeleven.


De voorzitter spreekt het volgende in memoriam uit:

Met Geerten is een gepassioneerd UR-voorzitter heengegaan. Waar velen het na de invoering van de MUB in 1998 lieten afweten, was hij er vanaf het begin bij om de invloed van personeel en studenten op het bestuur van de universiteit vorm en inhoud te geven. Als politiek dier kon hij zich vastbijten in een dossier, hij hield van een goed betoog en hij ging in discussies tot aan het gaatje. Maar als voorzitter van de Universiteitsraad in de periode 2002-2005 had hij ook oog voor het haalbare, voor een goede overlegcultuur en voor openheid en draagvlak. Zo werden onder zijn leiding discussiebijeenkomsten in de universiteit georganiseerd over de belangrijkste thema’s van het nieuwe instellingsplan. Een andere verdienste van Geerten is het verbeteren van de relatie tussen UR en CvB, nadat deze door een bestuurscrisis en reorganisaties zwaar onder druk kwam te staan. Met zijn innemende persoonlijkheid wist hij muren van onwil of onbegrip te slechten. Met een kwinkslag, of door de argumenten nog eens puntig samen te vatten. Nooit was hij te moe om door te praten, zelfs – of juist – in de “nazit” van een vergadering. Maar, meer nog dan een vakkundige medezeggenschapper en voorzitter, was hij voor menig UR-lid een kameraad in het raadswerk, die je onvoorwaardelijk steunde als je het nodig had.

Geerten laat een gat achter, in ons werk en in ons hart.

Maar oneindig veel groter is het verlies voor zijn vrouw Angelique en zijn kinderen – wij wensen hen bij het verwerken van dit alles veel sterkte.


Vervolgens gedenken de aanwezigen Geerten met een minuut stilte.

Ondanks dit verlies vraagt de werkelijkheid van de dag weer om aandacht en wordt besloten de agenda ongewijzigd vast te stellen.


2.Mededelingen

CvB:

In het komende weekend worden de voorlichtingsdagen voor de UT georganiseerd.

Er wordt voluit gewerkt aan de vormgeving van het 3TU-proces, met name waar het gaat om de sturing en inrichting van de Centers of Excellence en het Center of Competence. Tevens vinden gesprekken plaats over de wijze van sturing van het samenwerkingsverband van de 3 TU’s.

Het college is volop bezig met de begroting 2006. Begin december zal deze, in samenhang met een eerste aanzet voor de bestuurlijke agenda, worden gepresenteerd.


3.Verslag van de overlegvergadering van 4 oktober 2005 (UR 05-259)

Pag. 2 r.16-18 wijzigen in: “opbouw instroomcijfers: Zijm meldt in antwoord op een eerdere vraag van Pol dat de aantallen voor de pre-masters wel zijn meegenomen in de vooraanmeldingscijfers maar niet in de definitieve cijfers.”

Pag. 2 r.55: “prof. Albert van den Berg”.

Pag. 2 r.7: “… M€ 50 (neerkomend op k€ 600 à k€ 700 per Center of Excellence per universiteit per jaar) …”.

Pag. 5 r.13: “… heeft de dienstraad positief geadviseerd over de huidige gang van zaken.”

Pag. 5 r.27: “… die naar het college aanneemt ook in het bezit is …”.

Met inachtneming van deze aanpassingen wordt het verslag vastgesteld.


Naar aanleiding van het verslag:

Pag. 5 pt. 7.8 – Financiële toezegging TNW: Wormeester merkt op dat er ook sprake was van een plan dat bij EWI aan het ontstaan is – hij informeert naar de stand van zaken. Flierman bevestigt dat er ook bij EWI in het kader van eerdere begrotingsafspraken de taakstelling ligt om tot reorganisatie over te gaan. Het college heeft inmiddels een voorstel van EWI ontvangen, maar nog niet inhoudelijk besproken. Volgens de voorzitter betreft het hier een concept-strategieplan en is een reorganisatieplan pas aan de orde na vaststelling van het strategieplan.

Flierman merkt op dat de plannen uiteraard bij de begrotingsbesprekingen betrokken zullen worden.

Met betrekking tot TSM vertelt Flierman dat de discussie nog niet is afgerond. Als dat wel het geval is zal de UR worden geïnformeerd. Weliswaar is er het een en ander over geschreven in UT-Nieuws, maar dat is voor verantwoordelijkheid van TSM.


4. 3TU-master Sustainable Energy Technology (UR 05-263, UR 05-271)

Zijm merkt op dat de zorg rondom de niet te grote instroom voor de opleiding Sustainable Energy Technology niet helemaal irreëel is, maar wijst er wel op dat het hier gaat om een onderwerp waarvoor een Center of Excellence (CE) is aangewezen, hetgeen betekent dat daarop gezamenlijk fors ingezet gaat worden waardoor het gebied redelijk sterk in de aandacht zal komen. De verwachting is dan ook dat er meer dan de minimale instroom zal zijn (wellicht ca. 40 per jaar).

De UR informeert of er in de toekomst meer van dit soort kleine masteropleidingen bij de UT verwacht worden waardoor het pakket wellicht zo diffuus wordt dat het voor studenten moeilijk wordt om te kiezen. Verder wil de UR graag weten hoe de kwaliteit van die vele masters (die erg aan leerstoelen gebonden zijn) behouden kan blijven – is er een toetsingsmechanisme mogelijk c.q. aanwezig? Zijm antwoordt dat het de bedoeling is het aantal bacheloropleidingen enigszins beperkt te houden, maar toch wel een zekere waaier aan mogelijkheden in de masteropleidingen te bieden; hij wil dat niet diffuus noemen – het is een doelbewust beleid. Natuurlijk moet het wel beheersbaar blijven, dus zal een aantal masters gezamenlijk aangeboden worden (misschien zelfs online). Wat de kwaliteitszorg betreft: elke master die wordt aangeboden moet geaccrediteerd worden en tevens voldoen aan het doelmatigheidscriterium van OC&W.


De UR mandateert het presidium om onder voorbehoud van positieve advisering door de decentrale medezeggenschapsorganen conform conceptbesluit UR 05-278 in te stemmen met de invoering van de 3TU-masteropleiding Sustainable Energy Technology.


5. Arbo en Milieu Jaarplan 2005, herziene versie (UR 05-242, UR 05-278)

De UR stemt conform conceptbesluit UR 05-278 in met het voorliggende Arbo- en Milieu Jaarplan 2005.


6. Plan van aanpak Medewerkerstevredenheidsonderzoek (UR 05-138, UR 05-279)

Het CvB is bereid de door de UR in het conceptbesluit reeds geformuleerde toezeggingen gestand te doen. Met betrekking tot de vormgeving van een jaarlijks op te stellen Sociaal Jaarverslag wordt afgesproken dat het college aan de commissie P&S voorbeelden van een dergelijk verslag van enkele andere instellingen ter bespreking zal voorleggen. Wat het opstellen van indicatieve normen voor UT-taken betreft: dat zal niet eenvoudig zijn, maar het college is bereid hiernaar – zo mogelijk samen met de commissie P&S – te kijken. Het volgende “tijdpad” wordt afgesproken:

Overzicht gestarte activiteiten en gemaakte afspraken, in relatie tot het PvA en onderverdeeld naar te onderscheiden doelgroepen: de eerste of desnoods de tweede cyclus van 2006.

Startnotitie Personeelsbeleid: idem.

Verbetering interne communicatie (over bestuur en beleid): Dit behoeft continu aandacht – het college komt daar nog op terug.

Indicatieve normen voor UT-taken: Hier komt het college op terug als uitvloeisel van de HRM-notitie.


Met inachtneming van de ter vergadering gemaakte afspraken, en onder kennisneming van de positieve advisering van de studentengeleding, stemt de personeelsgeleding van de UR conform het conceptbesluit UR 05-279 in met de nota “Risico Inventarisatie & Evaluatie Welzijn Universiteit Twente 2005”.


7. Nota begrotingsbod 2006 en voortgang begrotingsproces (UR 05-280)

In reactie op UR 05-280 merkt Van Ast op dat het college bereid is zich het komende jaar actief in te zetten ter bevordering van een goed inzicht binnen de UT in de begrotingssystematiek. Met ingang van de begroting 2007 zal het inzicht op eenheidsniveau vanaf de start opgebouwd worden.

Vervolgens geeft hij een overzicht van de stand van zaken in het huidige begrotingsproces: Alle najaarsoverleggen hebben inmiddels plaatsgevonden; met twee eenheden komt er een vervolgoverleg. Het beeld op dit moment is dat het voor de diensten allemaal wel te plooien is, met de aantekening dat er zonder gewijzigd beleid een fors verlies voor de catering in 2006 dreigt – hier zijn dan ook taakstellingsaanpassingen noodzakelijk. Verder zal een visie worden opgesteld m.b.t. cateringsmogelijkheden in het Kennispark (dus breder dan alleen op de campus); de UR zal daarbij middels een vertegenwoordiger uit zijn midden betrokken worden.

De instituten geven waarschijnlijk een kleine min te zien, vooral gezien het verschil in fasering naar beschikbaar geld en het uitzetten van onderzoek en aanstellingen – overigens kan iets dergelijks zich elk jaar voordoen. Het probleem zit, zoals bekend, vooral in de faculteiten. Er is een tekort aan “matching”, d.w.z. er is meer tweede geldstroomonderzoek dan men in feite met de beschikbare capaciteit aankan. Overigens is dat ook gestimuleerd door het college. College, decanen en wetenschappelijk directeuren zullen samen naar een oplossing voor de komende jaren gaan zoeken. Vaststaat dat, als geen nieuw onderzoek zou worden aangetrokken, er de komende twee à drie jaren een tekort van ca. M€ 6 op jaarbasis is. Natuurlijk is dat een fors probleem, maar de UT mag ook blij zijn dat ze zoveel goede groepen in haar midden heeft. Van Ast benadrukt in dit kader dat “geld” iets anders is dan “budget”. Er moet een begroting neergezet worden, maar financiering kan op allerlei manieren gebeuren. Zo kan er bij te weinig capaciteit voor gekozen worden minder werk aan te trekken, maar er kan ook gefocust worden op speerpunten. Dergelijke inhoudelijke keuzes moeten bijvoorbeeld gemaakt worden bij EWI en TNW, waar het probleem omvangrijker is dan in eerste instantie in het revitaliseringsplan is neergelegd.

Desgevraagd bevestigt Van Ast dat het matching-probleem vooral in de “technische hoek” ligt: EWI, TNW en ook enigszins CTW. Maar er zullen ook andere discussies gevoerd moeten gaan worden over kostenbesparingsmogelijkheden, bijvoorbeeld in het kader van het huisvestingsplan en het vastgoedplan.

Wormeester vraagt naar de termijn die het college voor ogen heeft en informeert in hoeverre ook gekeken wordt naar de rentabiliteit van projecten. Van Ast: Er zal langzamerhand bijgestuurd dan wel afgebouwd worden, aan de hand van vooraf te maken keuzes t.a.v. waarin wel of niet geïnvesteerd zal worden (hierbij gaat het nadrukkelijk om wederzijdse afspraken, waaraan een ieder zich dient te committeren). Dat zal niet gemakkelijk en soms ook pijnlijk zijn, en uiteraard moet ook gekeken worden wat dat betekent voor de wetenschappelijke kant van de UT en in 3TU-verband. Het college verwacht dat er over een jaar of drie weer sprake zal kunnen zijn van evenwicht. Wat het huisvestingsplan betreft is de “fatale datum” 4.11.2008 – aanbesteding dient over uiterlijk een half jaar plaats te vinden.


Vanuit de UR wordt Hollman voorgedragen als afgevaardigde in de stuurgroep catering.


8. Voortgang 3TU-proces – Centers of Excellence (UR 05-254, UR 05-281)

Reactie van het college op UR 05-281 t.a.v. het onderzoeksplan 3TU’s:

Het gaat om 5 Centers of Excellence, waarvan één ingebed in een uitgebreider Center of Competence. Door de teams van kartrekkers is er ongelooflijk hard gewerkt, en de eerste voorstellen zijn ingediend – na aanscherping op een behoorlijk aantal vlakken wordt de tweede versie per 1 december a.s. verwacht.

Voor de goede orde: noch het bedrag van M€ 50 noch de verdeling ervan staat al definitief vast.

Belangrijke leidraad bij de besteding is dat het niet de bedoeling is de middelen op grote schaal te besteden aan aio’s. Het gaat echt om structurele versterking in de vorm van het aantrekken van toptalent. Vernieuwing is immers noodzakelijk, en de kans daartoe wordt nu geboden. Het geld kan gebruikt worden om richtingen bij te stellen, wellicht dakpanconstructies aan te gaan en in overleg met de beide andere TU’s afspraken te maken over waar de zwaartepunten komen te liggen. Let wel: het is tijdelijk geld; na een aantal jaren zullen de aan te stellen personen indalen in de reguliere begroting, hetgeen dus additioneel is t.o.v. de eerder genoemde te realiseren bezuinigingen. Voor de duidelijkheid: hier is geen sprake van matching.

De onderzoeksvisitaties worden mede (dus niet alleen) gebruikt ter bepaling van de afstemming van de 3 TU’s en de verdeling van middelen. De landkaart die gemaakt wordt zal veel meer een totaalplaatje geven. Uiteraard speelt onderzoeksvisitatie een rol, want het gaat om kwaliteit; maar het kan in elk van de drie instellingen ook gebeuren dat besloten wordt te stoppen met excellente leerstoelen – het is immers de bedoeling tot profielen te komen.

Op dit moment ligt de focus op de techniek, maar het is zeker niet de bedoeling dat het onderzoek in gedrags- en maatschappijwetenschappen in het gedrang komt. Er worden pogingen gedaan om in de technische disciplines onderzoek vanuit de maatschappijwetenschappen in te brengen, en zelfs in de CE’s. En natuurlijk is het ook zo dat niet álles onder de vlag van de 3TU-federatie zal vallen – een belangrijk deel van vooral het gedragswetenschappelijk onderzoek zal daar bijvoorbeeld niet zo gauw onder vallen.

De uiteindelijke reikwijdte van de federatie is nog niet duidelijk; een 3TU-leerstoelenplan zou daar wat meer zicht op kunnen geven. Voor het UT-college is in ieder geval duidelijk dat de unieke drie domeinen structuur van de UT (natuur & techniek, biomedisch, gedrags- & maatschappijwetenschappen) overeind moet blijven.

Op de vraag of de lichte organisatie van de CE’s in voldoende mate tegemoet komt aan de ministeriële eis van onomkeerbare stappen in de federatievorming van de 3 TU’s stelt het college dat het ultieme antwoord aan de ministers is. Wel is de verwachting dat het proces tot zodanige keuzes zal leiden dat er ook keuzes zullen moeten volgen rondom afbouw. Echter: er wordt niet geïnvesteerd in afbouw in de zin van wachtgelden; het maken van keuzes, het aantrekken van mensen en het creëren van ruimte daarvoor zal tot gevolg hebben dat in bepaalde groepen niet langer wordt geïnvesteerd. En dat valt voor het college onder het kopje “onontkoombaar”.

De instelling van CE’s valt onder het informatierecht, aldus het college, en eventueel – als het om een duurzame samenwerking gaat – onder het adviesrecht. Daarbij wijst het college erop dat de UR heeft ingestemd met de samenwerking in 3TU-verband.


Met betrekking tot de medezeggenschapsbevoegdheden merkt de voorzitter op dat het gaat om strategische keuzes om een aantal gebieden te versterken; en dat houdt ook in dat er gebieden worden afgebouwd. Dat kan naar zijn oordeel toch wel gezien worden als een hoofdlijn van beleid. Hij stelt voor daar nu geen verdere discussie aan te wijden, maar eerst de bespreking van dit thema met de medezeggenschapsorganen van de beide andere TU’s af te wachten.


Reactie van het college op UR 05-281 t.a.v. de internationalisering van het onderwijs in 3TU-verband:

Het college is niet voornemens terug te komen op de afspraken in 3TU-verband over de tuition fees. Dat de instroom tegenvalt is een feit, maar daar zijn vele oorzaken voor aan te wijzen. Met ingang van 2007/2008 zal de overheid kennisbeurzen beschikbaar gaan stellen.

Internationalisering staat hoog op de agenda. Onderdeel daarvan is het eigen beurzenprogramma dat zal worden opgezet.


9. Bestuurlijke agenda CvB (UR 05-282)

Volgens afspraak heeft de UR een overzicht gemaakt van de punten die naar zijn oordeel prioriteit verdienen op de bestuurlijke agenda (UR 05-282). Gevraagd naar de voortgang rond de bestuurlijke agenda meldt Flierman dat er een eerste bespreking heeft plaatsgevonden in het UMT – verdere inhoudelijke bespreking in het UMT gebeurt op 28 november a.s. Wat de UR aangaat wil het college dit onderwerp graag in samenhang met de begroting 2006 aan de orde stellen.

Hoe een en ander precies vorm gaat krijgen is nog niet duidelijk. In ieder geval zal het Instellingsplan, inclusief de nadere accenten, in een compact document worden samengevat, dat breed in de instelling (naar iedere medewerker) zal worden gecommuniceerd. Daarnaast wil het CvB het Instellingsplan en de zes grote thema’s daarin “uiteenrafelen” in een aantal deelprojecten, waarbij de stand van zaken inzichtelijk wordt gemaakt.


10. Schriftelijke rondvraagpunten (UR 05-233)

In antwoord op de vraag van de UR of het college moeite kan doen om ervoor te zorgen dat de medewerkers goed worden geïnformeerd over de nieuwe zorgwet, de levensloopregeling etc. stelt Flierman dat het hier gaat om regelgevingen van de rijksoverheid en andere partijen die, net als op de medewerkers, ook op de UT afkomen. Het gaat hier om een stelselwijziging waartoe het kabinet heeft besloten – de UT kan niet de verantwoordelijkheden en risico’s die iedere burger daarin loopt overnemen. Er zullen gevolgen zijn voor iedereen bij de UT, en natuurlijk zal het college zorgen voor zo goed mogelijke informatie, daar waar dat tot zijn verantwoordelijkheid behoort. Maar het gaat hier niet om een UT-regeling, dus voor een deel zal men zich ook zelf moeten oriënteren bij instanties als bijvoorbeeld de Belastingdienst (via websites e.d.).

Over een mogelijke collectieve ziektekostenverzekering wordt met Menzis gesproken. De verwachting is dat er op het basispakket weinig te winnen zal zijn; het gaat dus vooral om de vraag of er een aanvullend pakket geboden kan worden – lastig daarin is dat individuele situaties zo verschillend kunnen zijn.

Studenten zullen niet kunnen deelnemen aan een eventuele collectieve ziektekostenverzekering van de UT, omdat zij geen werknemer zijn. Wel zal aan studenten een ander aanbod gedaan worden.

Onderwerpen als een tegemoetkoming ziektekosten voor medewerkers, de levensloopregeling en de pensioenleeftijd horen thuis aan de CAO-tafel, dat zijn vooral landelijke discussies.


Wat de vraag betreft bij welke huisartsen (buitenlandse) studenten straks terecht kunnen: Hesselink merkt op dat naar haar mening een campusarts als noodzakelijke voorwaarde gesteld zou moeten worden. Flierman legt uit dat met Menzis over diverse mogelijkheden gesproken is. Het is de bedoeling dat alle studenten, ook de buitenlandse, een eigen huisarts nemen; de artsen zijn bereid hen te accepteren. De UT zal zorgen dat zij daaromtrent nader geïnformeerd worden. Daarnaast zullen zij van Menzis een weliswaar niet collectief maar wel aantrekkelijk aanbod ontvangen.


11. Rondvraag

Wormeester: Een aantal weken geleden is in VSNU-verband het kabinet benaderd over de voortgang m.b.t. de nieuwe Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek. Hij vraagt om welke problemen het gaat. Flierman legt uit dat de VSNU van mening is dat het wetsontwerp niet voldoet aan de kwaliteitseisen; ook inhoudelijk kon er op wezenlijke punten geen overeenstemming worden bereikt met de staatssecretaris. In reactie op een kritische brief waarin de VSNU het wetsontwerp afwijst heeft de staatssecretaris aangegeven ook de adviezen van andere instanties te willen afwachten en het gesprek met VSNU te willen voortzetten.

Het volgende wordt afgesproken:

-als de definitieve wettekst er ligt (d.w.z. na terugkomst van de Raad van State en na bekend worden van de overige adviezen) zullen CvB en UR dit onderwerp samen nader bespreken;

-ook het landelijk overleg van centrale medezeggenschapsraden heeft duidelijke opvattingen m.b.t. de nieuwe wet; het lijkt UR en CvB een goed idee als VSNU en medezeggenschap op overeenstemmende punten gezamenlijk naar buiten zouden treden.


Gutteling: Hoe staat het met de nieuwe opleiding Medische Psychologie? Zijm: Er is een plan ontwikkeld voor een masteropleiding. Dat moet afgestemd worden met name met Tilburg, waar iets soortgelijks speelt.


Gutteling: Wat is de stand van zaken rond de Digitale Universiteit en wat is het rendement ervan? Zijm antwoordt dat de UT van mening is dat de Digitale Universiteit zou moeten integreren met SURF. Als daarop in december geen duidelijk zicht is zal de UT aan de DU laten weten dat zij in december 2006 haar activiteiten binnen de DU stopzet. Overigens zal de contributiebijdrage van de UT in 2006 fors lager zijn. Zijm vertelt verder dat de commerciële tak (Espelon) is gestopt, hetgeen betekent dat de producten die de DU wel degelijk heeft opgeleverd niet verbreid worden onder de universiteiten in Nederland – de UT betreurt dit zeer.


12. Sluiting

Om 17.00 uur sluit de voorzitter de vergadering.


*****