cyclus 2005-12-13

Aandachtspunten 20051213

Aandachtspunten uit de overlegvergadering van de Universiteitsraad van

13 december 2005


Mededelingen

3 TU master Sustainable Energy Technology.

Aangezien inmiddels alle vereiste adviezen ontvangen zijn, kan de UR een definitief besluit nemen.

De Universiteitsraad,

gezien:

de brief van het College van Bestuur aan de Universiteitsraad d.d. 21 oktober 2005 (UR 05-263);

het concept-programma van de masteropleiding Sustainable Energy Technology;

de adviezen van CCO, StOW, de Faculteitsraden van CTW, TNW en BBT terzake;

overwegende dat:

de masteropleiding behoorlijk breed is en op elk deelgebied de diepte ingaat, waardoor het vermoedelijk lastig wordt om veel gekwalificeerde en gemotiveerde studenten voor de masteropleiding te werven;

het probleem om genoeg studenten te werven onderkend wordt, en dat men 3TU breed de in het instellingsplan genoemde kritische massa van 20 master studenten verwacht te halen, op de UT met name vanuit de bacheloropleidingen AT, WB, CT en EL;

de TU/e al op eigen koers een adviesaanvraag heeft ingediend voor de eigen masteropleiding Sustainable Energy Technology, en er dus enige druk is voor de UT en de TUD om de TU/e snel te volgen;

de masteropleiding Sustainable Energy Technology binnen de UT niet controversieel is, en veelal stoelt op nu al bestaande vakgebieden;

de adviezen en besluiten van CCO, StOW en de Faculteitsraden van CTW, TNW en BBT met betrekking tot het instellen van de 3TU masteropleidingen positief zijn;

gehoord:

de mondelinge toelichting van drs. R. van Dijk in de commissievergadering O&O d.d. 1 november 2005 en 5 december 2005;

de beraadslagingen

besluit:

in te stemmen met de voorgestelde invoering van de 3TU masteropleiding Sustainable Energy Technology


Onderwijsjaarcirkel 2006 -2007

De Universiteitsraad,

gezien

Het voorstel UT - Onderwijsjaarcirkel 2006-2007 van de Roosterwerkgroep en bijlagen (km. ITBE/05/10611, km. ITBE/05/10612, km. ITBE/05/10613, km. ITBE/05/10614);

De vergelijking jaarcirkel 2006-2007 tussen UT-TUD-TU/e-Saxion Hogescholen d.d. 21 oktober 2005 (ITBE/05/10628);

Het voorgenomen gemandateerd CvB-besluit van 21 november 2005

Het advies van de Centrale Commissie Onderwijs (km. CCO/0200);

overwegende dat

Week 18 als voorjaarsvakantie de meeste voordelen biedt, ondanks dat hierdoor in het vierde kwartiel door vrije dagen drie onderwijsdagen verloren gaan;

Het onderwijs wordt onderbroken door twee tentamenweken (na week 25 en 26 in week 27 een week uitloop);

Dit niet hinderlijk is voor opleidingen die de uitloopweek nodig hebben en in het vierde kwartiel vooral projectonderwijs hebben ingepland, maar wel hinderlijk is voor opleidingen die de uitloopweek nodig hebben en weinig tot geen projectonderwijs hebben ingepland;

Verscheidene opleidingen behoefte hebben aan een extra onderwijsweek (mede door het uitvallen van drie onderwijsdagen door vrije dagen) en de jaarcirkels in het verleden niet volledig hebben opgevolgd (bijv. WB en CT);

Gelijktijdige tentamenweken boven alles wenselijk zijn;

gehoord:

de beraadslagingen;

de toezegging van het college om de Roosterwerkgroep te vragen de mogelijkheid van een flexibel rooster te onderzoeken, waardoor de uitval van onderwijsdagen door vrije dagen binnen de voorgestelde jaarcirkel opgevangen kan worden;

besluit

positief te adviseren t.a.v. genoemd collegebesluit met een door de meerderheid van de Universiteitsraad ondersteund dringend verzoek om week 25 toe te voegen als extra collegeweek en de weken 26 en 27 te benoemen als tentamenweken.


Collegegeldtarieven en Inschrijvingsregeling UT 2006 – 2007

Het college kondigt een binnenkort te verschijnen korte notitie over internationalisering aan, evenals een uitbreiding van wervingsactiviteiten en een beurzenfonds ten behoeve van niet- EER studenten.

De Universiteitsraad,

gezien:

Het voorgenomen CvB-besluit van 21 november 2005 en bijbehorende toelichting inzake “Collegegeldtarieven en de Inschrijvingsregeling UT 2006-2007” (kenmerk 372.336);

De besluitvorming terzake in 2004 ten aanzien van het studiejaar 2005-2006;

overwegende dat:

Tijdige vaststelling van de collegegeldtarieven wenselijk is, met name voor de inschrijving van de internationale studenten;

Indexering van alle tarieven in de rede ligt;

De in 2004 vastgestelde instellingstarieven voor niet - EER masterstudenten vooralsnog heeft geleid tot een ongewenste maar dramatische daling van het aantal internationale masterstudenten;

gehoord:

De beraadslagingen;

De toezegging van het college om in de loop van dit academisch jaar te komen met een plan voor het aanbieden van beurzen aan niet - EER studenten;

besluit:

positief te adviseren t.a.v. genoemd collegebesluit.


Nota Ziekteverzuimbeleid UT

Naar aanleiding van de brief van de UR over besluitvorming ziekteverzuimbeleid en convenant CvB – OPUT – UR (UR 05 – 312), meldt het college de door de raad gekozen insteek een goede te vinden. Bij akkoordbevinding door het OPUT moet een heldere afspraak mogelijk zijn, aldus het college.

De Universiteitsraad,

gezien:

De Nota ziekteverzuim Universiteit Twente, d.d. juni 2005, kenmerk 369.395/PA&O;

De brief “besluitvorming ziekteverzuimbeleid en convenant CvB-OPUT-UR” (kenmerk UR 05-312);

overwegende dat:

Onduidelijkheid over de instemmingsbevoegdheden zo snel mogelijk opgeheven dient te worden;

gehoord:

de mondelinge toelichting van Mariëlle Winkler, medewerker van de dienst PA&O;

de toezegging van het college om:
- in het ziekteverzuimprotocol op te nemen dat het plan van aanpak van de reïntegratie (stap 8) opgesteld wordt door leidinggevende en werknemer in het bijzijn van de bedrijfsarts. Het college zal de raad informeren over de wijze waarop een en ander in het protocol verwoord zal worden;
- bij de te nemen maatregelen (4.2) expliciet op te nemen dat de ziekteverzuimcijfers en eventueel een op de eenheid gericht plan van aanpak van het ziekteverzuim worden voorgelegd aan de betrokken medezeggenschapsraad;

de beraadslagingen;

besluit:

positief te adviseren over de Nota ziekteverzuimbeleid Universiteit Twente.

TSM, stand van zaken

Zodra de besprekingen met betrekking tot de herpositionering van TSM afgerond zijn, zal het college de UR over het resultaat en de nadere details van een en ander informeren.


Ontwerpbegroting 2006

Het college bevestigt de constatering van de UR dat de timing van aanleveren van stukken voor de behandeling van de begroting ongelukkig is en zegt toe zich te zullen beraden op een zodanige wijziging dat er voldoende tijd voor behandeling ontstaat.

Aan de raad zullen de afspraken van het CvB met de 3 decanen van de technische faculteiten over de invulling van de reorganisatieplannen toegezonden worden. In maart/april 2006 zal de raad vervolgens hierover nader geïnformeerd worden. Het college stelt verder te “kunnen leven” met de UR suggestie van een moratorium van twee à drie maanden op de uitgaven in het kader van de centrale stimulering.

De Universiteitsraad,

gezien:

De nota Ontwerpbegroting 2006, FEZ/372.193

De antwoorden op de schriftelijke vragen van de UR

gehoord:

De commissie overleggen van 5-12-2005 en 9-12-2005

overwegende dat:

Het college in juni 2005 heeft toegezegd dat de begroting 2006 inzicht verschaft in de omvang van de extra benodigde middelen alvorens het aantal premieplaatsen is teruggebracht tot het toegestane aantal per compartiment. In overleg met het UMT zal het college dit extra budget, dat aan de reserves onttrokken wordt gedurende de periode 2006-2008, tot een minimum beperken;

Deze omvang nog niet bekend is. Het college verwacht dat dit per 1 maart 2006 zal uitmonden in reorganisatieplannen voor de faculteiten EWI en TNW en wellicht voor CTW;

Om deze reorganisatie in goede banen te leiden een aanspraak op de reserve zal worden gedaan van maximaal M€ 17 voor de jaren 2006, 2007 en 2008. Dit zal uiteindelijk moeten leiden tot evenwichtige begrotingen in 2008;

De centrale stimuleringsbudgetten op termijn een behoorlijke nog in te vullen ruimte laten zien. De noodzaak voor omvangrijke centrale onderwijsstimulering is in het kader van nieuwe opleidingen niet te verwachten. De inzet op onderzoeksgebied zal in ieder geval op een geheel andere wijze vorm krijgen;

De beoordeling van de begroting 2006 gezien de voorziene tekorten en aanspraak op reserves direct gekoppeld dient te zijn aan de meerjarige begrotingsontwikkeling.

gehoord de toezegging van het college dat:

In maart 2006 het budgettaire meerjarenkader vanaf 2008 bij ongewijzigd beleid, waarbinnen de reorganisaties zullen plaatsvinden duidelijk zal zijn, zodat ten minste een structurele oplossing voor de financiële problematiek wordt bewerkstelligd, zonder daarbij onherstelbare schade aan te richten. De helderheid over dit meerjarenkader zal in ieder geval gegeven zijn voordat nieuw beleid in het kader van centrale stimulering zal worden ingezet.

Een helder volumebeleid ten aanzien van het aantal premieplaatsen geformuleerd zal moeten worden.

Veranderingen van het verdeelmodel vooral gericht moeten zijn op financierbaarheid en stabiliteit. Wijzigingen die nu te ontwikkelen prognoses in reorganisatieplannen negatief beïnvloeden zullen vermeden worden.

adviseert

positief ten aanzien van de Begroting 2006


Algemene gang van zaken

Kennispark Twente, United Twente Innovation (UTI)

Het CvB zal de door de UR schriftelijke gestelde vragen over UTI (UR 05 – 330) schriftelijk beantwoorden. Desgevraagd bevestigt het college dat het voorliggende document niet als een uitgewerkt businessplan beschouwd kan worden.

De behandeling van het werkplan/plandocument van het CvB, dat voortvloeit uit de recent verschenen Bestuurlijke agenda zal plaatsvinden in de januari/februari cyclus van de UR.


Voortgang 3 TU proces

Het college meldt dat er een document samengesteld wordt ten behoeve van de betrokken ministers waarin onomkeerbare stappen met betrekking tot het 3 TU proces gezet worden (o.a. 5 Centers of Excellence). Begin 2006 zal dit document aan de UR ter beschikking gesteld worden.


Rondvraag

Naar aanleiding van de vraag vanuit de raad over de wens van een drietal huisartsen om zich op de campus te vestigen, meldt het college op zich blij te zijn met deze ontwikkeling en de betrokkenen geen strobreed in de weg te willen leggen, maar de reeds gemaakte afspraken met de Enschedese huisartsen te willen respecteren.