reacties van de raad

16. Bespreking met Raad van Toezicht

Bespreking algemene gang van zaken UR, CvB en RvT, dinsdag 28 juni 2005.

De keuze van de gespreksthema’s is gemakt in overleg met de Raad van Toezicht. De Universiteitsraad stelt voor deze thema’s te bespreken aan de hand van onderstaande stellingen. Deze zijn bedoeld om de discussie te stimuleren en geven niet noodzakelijk het standpunt van de Universiteitsraad weer.



A. Moet de Universiteit Twente, om op lange termijn gezond te zijn, inzetten op onderwijs of onderzoek en internationaal of regionaal?


1.De koppeling van onderwijs en onderzoek vormt het bestaanrecht van de universiteit.
Toelichting: de vraag of de Universiteit Twente moet inzetten op onderwijs óf onderzoek is niet reëel. Onderwijs en onderzoek horen onlosmakelijk bij elkaar voor een universiteit. Als de huidige trend op de Universiteit Twente gevolgd wordt, resulteert dit in enkele onderwijsfaculteiten zonder onderzoek (HBO?) en enkele topinstituten zonder onderwijs.

2.De focus van het beleid van de Universiteit Twente ligt te sterk op het onderzoek en externe bekostiging daarvan. De Universiteit Twente staat al jaren aan de top in onderwijsranglijsten en het beleid moet erop gericht zijn deze positie te behouden.
Toelichting: De Universiteit Twente lijkt gepreoccupeerd met de ambitie een research universiteit te worden met de nadruk op research. De discussie rond het verdeelmodel is tekenend: het UMT lijkt zich vooral te bekommeren om het onderzoek, en vooral het zwaar-technische onderzoek. In de samenstelling van het UMT is ook sprake van oververtegenwoordiging van het onderzoek. Het binnenhalen van externe onderzoekmiddelen wordt bovenmatig gestimuleerd, terwijl de instroom van internationale studenten met hoge tarieven (de “tuition fees”) in de kiem wordt gesmoord. Velen aan de Universiteit Twente vinden dat onze maatschappelijk opdracht t.b.v. de kenniseconomie om zo studenten techniek in de regio en Nederland op te leiden en lange-termijn/fundamenteel onderzoek te doen, verwaarloosd wordt.


3.De Raad van Toezicht moet de belangen bewaken van alle maatschappelijke ‘stakeholders’ van de universiteit en dat moet tot uitdrukking komen in taakomschrijving en samenstelling van de raad.

Toelichting: Je kunt je afvragen of de huidige Raad van Toezicht zich niet te eenzijdig richt op het financieel reilen en zeilen van de universiteit, zou er niet veel eerder een vertaalslag gemaakt moeten worden van de maatschappelijke behoefte aan onderwijs en onderzoek?


4.Om internationaal succesvol te zijn is het noodzakelijk om selectief strategische verbanden met instellingen in het buitenland aan te gaan en te ontwikkelen.

Toelichting: De internationalisering op de Universiteit Twente is erg decentraliseerd. Pas sinds kort worden de schaal- en communicatievoordelen van kruisbestuivingen van internationale contacten erkend. Voorbeelden te over: één stagestudent kan voor meer instroom zorgen; één contact van een hoogleraar kan resulteren in derdegeldstroom projecten voor een collega op een ander vakgebied. Het internationaliseringbeleid is nu vooral gericht op instroom (China, India) en het voorzichtig in kaart gaan brengen van wie wie allemaal kent in de wereld.


5.Het succes van de Duitse instroom voor gedragswetenschappen zal snel een vervolg moeten krijgen bij andere, met name de technische opleidingen.

Toelichting: Evenals Delft en Eindhoven heeft de Universiteit Twente vooral een regionale functie op het gebied van het Bacheloronderwijs. Het lijkt een gegeven dat bachelorstudenten vooral kiezen voor de dichtstbijzijnde universiteit. Dit is zowel een gegeven dat je niet moet tegengaan, als een sterkte. De recent sterk opgekomen instroom van Duitse studenten – overwegend uit de grensregio – biedt perspectieven voor andere opleidingen.



B. Wat zou de eventuele meerwaarde zijn van een fusie tussen de drie TU’s?


6. Door de geringe omvang van de Universiteit Twente is de samenwerking met de andere Technische Universiteiten (TU's) noodzakelijk, hoe sneller de verregaande samenwerking, hoe beter.

7. Het fusieproces van de 3TU’s mag niet ontaarden in een bijwagenfunctie van de Universiteit Twente. De omvang van Twente mag geen nadeel zijn t.o.v. de andere TU’s, we werken samen op basis van gelijkwaardigheid.
Toelichting: In het fusieproces van de drie TU's is de kans aanwezig dat onze relatief jonge en relatief kleine universiteit ondergesneeuwd raakt. Het feit dat we jong zijn betekent dat ons "netwerk" minder sterk is dan dat van Delft en Eindhoven en dat we dus moeten oppassen dat onze belangen goed behartigd worden. De grootte van onze universiteit kan nadelig zijn bij toekomstige plannen voor concentratie van taken.


8.De voortgang van het 3TU-proces is afhankelijk van het draagvlak binnen elk van de instellingen. Hiertoe moeten de drie TUs zo lang mogelijk volledige autonomie behouden en kan er voorlopig geen sprake zijn van een gezamenlijke Raad van Toezicht of een gezamenlijk College van Bestuur.


9.De Universiteit Twente mag best een aantal bacheloropleidingen opgeven als deze in Delft of Eindhoven ook of zelfs beter worden gegeven. Het realiseren van efficiencywinst vergt het maken van keuzes!

Toelichting: Het Sectorplan en de uitwerking daarvan zijn wat het vermijden van doublures betreft gefocust op het onderzoek en het masteronderwijs. Voor het bacheloronderwijs wordt de lijn aangehouden dat alle drie de TUs alle bacheloropleidingen aanbieden, cq. dat de vooropleiding voor elke Master kan worden gedaan op elk van de drie TU’s. Deze doublures kosten ook geld dat misschien beter kan worden besteed.