Reacties van de Uraad

11._Schriftelijke_rondvraagpunten

Griffie

Spiegel – kamer 500



Aan het College van Bestuur




Uw kenmerk


Telefoon

053 - 489 2027

Ons kenmerk

UR 05-025

Fax


Datum

10 februari 2005

e-mail

j.ribberink-vanmiddelkoop@utwente.nl

Betreft: Schriftelijke rondvraagpunten UR overlegvergadering van 22 februari 2005



Geacht college,


De Universiteitsraad legt u hierbij de volgende schriftelijke rondvraagpunten voor. Graag ontvangt de raad in de komende overlegvergadering uw reactie hierop.


a. Salarisverschillen tussen aio’s en oio’s

In de afgelopen maanden is er een probleem gerezen over het salaris van oio’s. Oio’s zijn onderzoekers in opleiding, die vergelijkbaar werk doen als aio’s, maar door het FOM-instituut betaald worden. Het FOM-salaris ligt weliswaar lager dan het salaris van aio’s aan de UT, maar in het verleden heeft de UT de oio’s hiervoor altijd gecompenseerd. Daardoor was hun salaris altijd gelijk aan dat van aio’s. Dit is ook redelijk aangezien er op de werkvloer geen enkel verschil bestaat tussen de werkzaamheden van de aio en de oio. Deze compensatie is als volgt vastgelegd in de CvB - besluiten d.d. 14 december 2000:

Gezien het begin oktober 2000 vastgestelde beleid arbeidsvoorwaarden AIO’s en gelet op de ingenomen standpunten van NWO en FOM (bijgaand);
gehoord:

-de decanen en directeuren bedrijfsvoering van die faculteiten waarin het merendeel van het MT op 7 december 2000;

overwegende dat:

-het college gelijke behandeling tussen AIO’s en OIO’s nastreeft;

-naar het oordeel van decanen een verschil in primaire arbeidsvoorwaarden tussen AIO’s en OIO’s die in eenzelfde setting werken ongewenst is;

-onderlinge verschillen in honorering van AIO’s binnen één instelling eveneens ongewenst is;

heeft het College van Bestuur besloten de primaire arbeidsvoorwaarden voor de OIO’s die bij de UT zijn tewerkgesteld, met terugwerkende kracht tot 1 juni 2000 gelijk te stellen aan die van de AIO’s.

Dit kan geschieden door aan individuele OIO’s maandelijks de bindingspremie uit te betalen (schadeloosstelling). De hiermee gepaard gaande kosten zullen door de faculteiten moeten worden betaald uit de verhoogde promotiepremie.”


Nu is er in september 2003, met het ingaan van de nieuwe CAO voor aio’s, een probleem ontstaan. Conform de nieuwe CAO heeft de FOM de periodiekdatum van een oio verplaatst naar de maand september. De UT heeft hier niet op ingespeeld en heeft de oio's hun "oude" bindingspremie gegeven, die elk jaar afneemt. Daardoor is menige oio, bij het ingaan van hun tweede contractjaar, niet vooruit- maar achteruitgegaan in salaris. Voor sommige oio’s is het verschil dermate groot, dat zij over de gehele contractperiode enkele duizenden euro’s minder ontvangen dan een aio die op hetzelfde moment is begonnen.


Vanaf maart 2004 is er uitgebreid overleg gevoerd met name met PA&O om een extra compensatie te regelen. Dit heeft tot nu toe nog niet tot bevredigende resultaten geleid. Het laatste bod dat PA&O de oio’s heeft gedaan in december 2004 behelst een compensatie van 25% van het totale verschil. Voor de vijftig oio’s betekent dit dat er in totaal ongeveer 40.000 euro vrijgekomen is, van de totale gederfde inkomsten van 160.000 euro. Dit bod is door de oio’s niet voldoende bevonden.


De UR is van mening dat de UT, conform het CvB - besluit d.d. 14 december 2000, zich heeft gecommitteerd aan een volledige compensatie van het salarisverschil tussen aio’s en oio’s. Deze uitspraak was nog steeds van kracht tijdens de indiensttreding van de gedupeerde oio’s, en dus zou de UT zich redelijkerwijs moeten verplichten om de oio’s volledige compensatie te geven.

Is het mogelijk om de oio’s volledige compensatie voor de onverhoopt ontstane salarisuitgang te geven?

Het zij nogmaals opgemerkt dat het hier gaat om een afgebakende groep van vijftig FOM-oio’s, die vóór september 2003 in dienst zijn getreden. Bij oio’s die nadien in dienst zijn getreden is deze situatie niet van toepassing.


b. Devaluatie van pc-tegoedbon van promovendi

Promovendi die vóór september 2003 in dienst zijn getreden bij de UT, hebben bij hun indiensttreding een pc-bon uitgereikt gekregen ter waarde van 1362 euro.

Uit een mail van PA&O aan alle aio’s d.d. 20 december 2004 blijkt dat, vanwege het landelijke verdwijnen van de PC-privéregeling, ook deze bon niet meer volledig verzilverd kan worden.

Weliswaar wordt de promovendi aangeboden om een bruto bedrag van 1362 euro terug te krijgen, maar dat levert uiteraard slechts een lager netto bedrag op.

Volgens de tekst op de bon gaat het om een “pc - tegoedbon”, die promovendi beloofd is als een netto premie. Op de bon, die afkomstig is van de UT, staat nergens vermeld dat deze gebaseerd is op een (landelijke) PC-privéregeling.

Sommige promovendi, die het plan hadden om hun bon binnenkort te verzilveren middels de aanschaf van een nieuwe computer, zijn hierdoor ernstig gedupeerd (met enkele honderden euro’s).

Aangezien de meeste promovendi de bon inmiddels al eerder verzilverd hadden, gaat het vermoedelijk om relatief weinig gedupeerde promovendi.

Is het mogelijk dat de gedupeerde promovendi volledig gecompenseerd worden voor het wegvallen van de pc-tegoedbon?

Over hoe de extra compensatie boekhoudkundig verwerkt kan worden, kan in een later stadium eventueel nog overleg gevoerd worden.


c. CCO

Krachtens het BBR telt de CCO twee student-leden die op voordracht van de Universiteitsraad worden benoemd. Eind 2003 hebben wij een student voordragen bij de waarnemend voorzitter van de CCO (brief UR 03 360, 13 november 2003 en brief UR 03 419, 9 december 2003). Wij gaan ervan uit dat het om benoemingen voor het kalenderjaar 2004 ging. Tot op heden hebben wij geen verzoek van uw college of van de CCO ontvangen voor een nieuwe voordracht. Zoals op de overlegvergadering van 6 april 2004 duidelijk is gesteld hecht de Universiteitsraad aan dit recht op voordracht. Ook zijn wij van mening dat de bepalingen in het BBR strikt dienen te worden nageleefd.


Sinds het vertrek van Huib de Jong uit het college is het voorzitterschap van de CCO vacant. Eerder (overleg 6 april 2004; [UR 04-040]) heeft de Universiteitsraad laten weten het onjuist te vinden dat collegeleden lid zijn van een belangrijk adviesorgaan van het college, laat staan dat collegeleden het voorzitterschap kunnen bekleden. Zoals betoogd bevat het BBR geen grond voor het CCO-lidmaatschap van collegeleden. Graag worden wij geïnformeerd over de vervulling van het voorzitterschap.


d. Robotica Instituut

Naar aanleiding van berichtgeving in het UT Nieuws van 6 januari 2005 verzoeken wij u om nadere informatie over het ‘Robotica instituut’ en de rol van de Universiteit Twente daarin. Het gaat ons in het bijzonder om toezeggingen over financiële bijdragen, inzet en tijdsbeslag van UT-medewerkers en – indien van toepassing – de samenwerkingsovereenkomst.


e. Huisartsenvoorziening

Naar aanleiding van de toegezonden informatie over de huisartsenvoorziening op de campus werd geconstateerd dat de bekendheid met de huidige voorziening te wensen overlaat en dat deze informatie digitaal ook moeilijk te vinden is.

Kan het college zorgdragen voor een gerichte informatie aan de doelgroep. Met name aan buitenlandse studenten en hun begeleiders?


f. Huisvestingsproblematiek studieverenigingen

Studieverenigingen zijn belangrijk voor ondersteuning van onderwijs op de UT en voor het ontplooien, ontwikkelen van haar ondernemende studenten. Deze verenigingen moeten dan ook een geschikte ruimte hebben om die activiteiten te kunnen ontplooien.


Een korte rondgang bij verenigingen laat echter zien dat er verschillende problemen zijn bij de verenigingen betreffende die huisvesting.

Deze problemen bestaan onder andere uit een te krappe behuizing, onduidelijkheid over toekomstige huisvesting in verband met de vele verhuizingen die voor de deur staan en faculteiten die veel huur (gaan) vragen voor de ruimtes. De UR maakt zich grote zorgen of de activiteiten van verschillede studieverenigingen in de toekomst nog wel uitgevoerd kunnen worden, nu zo veel barrières voor de verschillende verenigingen worden opgeworpen in de vorm van huren, plaatsing in letterlijke ‘achterkamertjes’ en het dan weer wel/dan weer niet voorkomen van ruimtes voor studieverenigingen op bouwtekeningen voor nog te bouwen locaties.

De UR ziet daarom graag dat het college het volgende waarborgt:

- Studieverenigingen dienen een ruimte te hebben in de buurt van de onderwijsplekken van de opleiding;

- Er moeten duidelijke afspraken komen met studieverenigingen over toekomstige huisvesting;

- De huur voor de ruimtes dient betaalbaar te zijn voor de studieverenigingen;

- Gemaakt afspraken tussen faculteiten en studieverenigingen moeten worden nageleefd.


Daarnaast is er een nijpend probleem voor studievereniging Paradoks;

Op dit moment heeft Paradoks beschikking over een ruimte van 13 m2. Hierdoor kan deze vereniging moeilijk zijn taken fatsoenlijk uitvoeren. De problemen van Paradoks komen voort uit de grote groei in de instroom van leden (130+ studenten per jaar van de studies TG en BMT) en de niet meegegroeide omvang van de werkruimte. Nu zijn er al oplossingen aangedragen door de studievereniging en gebouwbeheerder, maar helaas zijn deze beland tussen wal en schip. Dit vanwege het uitstellen van het maken van keuzes door de betrokken personen. Dit terwijl er zo spoedig mogelijk een oplossing moet komen voor deze kwestie.

Daarom vragen wij het College het uiterste te doen om deze problemen zo spoedig mogelijk opgelost te krijgen.


g. Medewerkers Vestiging Friesland

De Universiteitsraad heeft kennis genomen van de brief van drie medewerkers van de Vestiging Friesland aan het college (dd. 26 januari 2005). Blijkens deze brief is er sprake van ontslagdreiging voor de betrokken medewerkers.

Is het juist dat ontslag aan de orde is indien interne herplaatsing van deze medewerkers binnen EWI niet mogelijk is? En, zo ja, gaat het hier om ontslag wegens opheffing van functies of om reorganisatie-ontslag (i.h.k.v. een reorganisatie van de VF dan wel van EWI)?



h. Memorandum of Understanding

Met interesse nam de UR kennis van het getekende Memorandum Of Understanding tussen de UT, SU en KPN.

De UR is benieuwd of er al daadwerkelijke projecten besproken worden, danwel in uitvoering zijn. Verder vraagt de raad zich af of dit MOU invloed heeft op reeds lopende projecten met KPN, danwel met andere partners.

Graag ontvangen wij van u in de komende overlegvergadering van 22 februari een kort overzicht van lopende en op stapel staande projecten.



i. VIST

De werking van het vakinformatiesysteem van de UT (VIST) laat te wensen over. Informatie over vakken, vooral wat betreft het studiemateriaal, is soms niet betrouwbaar of zelfs geheel afwezig. Bovendien zijn de zoekmogelijkheden beperkt - zo is het niet mogelijk om te zoeken naar vakken die in een bepaald kwartiel worden gegeven. Dit levert problemen op voor studenten die op zoek zijn naar vakken om te volgen en voor bijvoorbeeld studieverenigingen die boeken bestellen voor hun leden.

Het onderwerp is in de context van de papieren studiegids op 9 december 2003 al in de CCO onderwerp van gesprek geweest, maar tot verbeteringen heeft dat het afgelopen jaar niet geleid. Op welke manier denkt het college de vakinformatie te verbeteren?


j. “Ruim baan voor talent

Het is de universiteitsraad ter ore gekomen dat de subsidies, die ten behoeve van het project “ruim baan voor talent” aangevraagd waren bij OC&W, niet zijn toegekend. Wij vragen ons af wat de achterliggende redenen hiervan zijn en wat er nu met de beoogde projecten gedaan zal worden. Dit laatste mede doordat het college van bestuur heeft aangegeven dat zij, ongeacht of er subsidie voor kwam, de projecten op zou starten.



Met vriendelijke groet,

namens de Universiteitsraad,




dr. G.J.I. Schrama

voorzitter