cyclus 2005-02-22

Nieuwsbrief_Instellingsplan

UR NIEUWSBRIEF OVER INSTELLINGSPLAN


De universiteitsraad en het college zijn er nog niet uit!

In november 2004 heeft de universiteitsraad een viertal discussiebijeenkomsten georganiseerd. Ruim 200 personeelsleden en studenten hebben een bijdrage aan de discussie geleverd (zie verslag discussiebijeenkomsten) en dat heeft geleid tot aanpassingen van de tekst van het instellingsplan (zie Instellingsplan versie december).

De universiteitsraad neemt de input van de UT-gemeenschap serieus en vindt mede daarom de aanpassingen door het college onvoldoende. Om een impasse te voorkomen is daarom in de laatste overlegvergadering opnieuw een afspraak gemaakt met het college. Getracht wordt om in klein comité overeenstemming te bereiken over de belangrijkste kritiekpunten vóór het volgende overleg op 5 april 2005.

Onderstaand treft u een overzicht aan van de belangrijkste wijzigingen en van resterende discussiepunten. Uiteraard zijn uw suggesties en voorstellen ook bij deze vervolgdiscussie van harte welkom.


Missiestatement

In de bijgestelde versie wordt de Universiteit Twente niet langer omschreven als "ondernemende technische research university", maar als "ondernemende research university met een focus op technologische ontwikkelingen in de kennissamenleving". In het hoofdstuk over Onderzoek zijn verschillende formuleringen geschrapt die spreken van "heroriëntatie" of "sterkere oriëntatie" op techniek, innovatie of kennissamenleving van het maatschappij- en gedragswetenschappelijk onderzoek.

Dit zien wij als een handreiking naar de niet-technische faculteiten BBT en GW naar aanleiding van bezwaren vanuit deze hoek dat de maatschappij- en gedrags wetenschappelijke disciplines in het nieuwe Instellingsplan niet gelijkwaardig zijn aan de technische. De Universiteitsraad onderschrijft deze aanpassingen maar wil nog goed nagaan of de gelijkwaardigheid van technische en niet-technische disciplines in het plan als geheel voldoende tot uitdrukking komt en of alle betrokkenen uit de voeten kunnen met een UT-wijde keuze voor "een focus op technologische ontwikkelingen in de kennissamenleving".


Bindend Studie Advies

De aankondiging van de invoering van het Bindend Studie Advies (BSA) is in het bijgestelde concept gehandhaafd. Naar aanleiding van de discussie over dit punt is nu toegevoegd: "Het bindend studie advies dient derhalve te worden gezien als het sluitstuk van de trits goed UT-onderwijs (uitdagend, motiverend en didactisch hoogwaardig) - goede begeleiding - goede faciliteiten. Pas als aan deze randvoorwaarden is voldaan kan een bindend studieadvies verantwoord worden ingevoerd."

De Universiteitsraad vindt dat de universiteit de geschiktheid van studenten wel mag toetsen, maar ondanks het expliciet opnemen van de randvoorwaarden, zijn wij nog niet overtuigd dat BSA het aangewezen instrument is. Ervaringen aan andere universiteiten hiermee zijn niet hoopgevend. Alternatieve methoden als selectie aan de poort moeten worden overwogen.


Brede bachelor programma's

Het Instellingsplan kiest uitdrukkelijk voor een verbreding van de bacheloropleidingen, een punt dat ook is opgenomen in het Sectorplan. Deze strategische keuze roept veel vragen op, zoals ondermeer bleek tijdens de discussiebijeenkomsten: is dit wel wat (aankomende) studenten willen en gaat het niet ten koste van de diepgang? In het bijgestelde concept is een alinea toegevoegd onder het kopje "Verbreding niet ten koste van focus en discipline", waarin de randvoorwaarden uiteen worden gezet.

De Universiteitsraad is nog niet helemaal tevreden hiermee: wat blijft er over van de disciplinaire bachelors, zijn we wel in staat om beide soorten opleidingen naast elkaar in de lucht te houden, en hoe worden te verwachten ongewenste neveneffecten (shoppende studenten en onduidelijkheid over de waarde van het dipoma) ondervangen?


Efficiency van het onderwijs

Het Instellingsplan spreekt van de noodzaak van vergroting van de efficiëntie van het onderwijs. Het voornemen van "een sterke reductie (50-75%) van het bestaande vakkenaanbod in het bachelor-onderwijs" is vervangen door: "Mogelijkheden voor efficiency-winsten liggen in het waar mogelijk reduceren van vakken en het voorkomen van overlap, maar in het bijzonder door aanpassing van de bestaande student-staf ratio's."

De Universiteitsraad onderkent de noodzaak van vergroting van de efficiëntie van het onderwijs, maar vraagt zich af of dit moet worden gerealiseerd middels een verhoging van de student-staf ratio's. Gaat dit niet ten koste van de veel geroemde kleinschaligheid en persoonlijke benadering van het UT-onderwijs? Alternatieven zijn bijvoorbeeld: (1) het algemeen inzetbaar maken van vakken, en (2) betere benutting van onderwijsruimtes waarbij veel winst is te behalen op m2-prijzen.


Graduate School

Met het Instellingsplan wordt vastgelegd dat "het masteraanbod wordt gebundeld in de 3TU-Graduate School." Hierbij zou de 3TU-Graduate School een onderdeel vormen van de samenwerking met Eindhoven en Delft. Vooruitlopend daarop wordt "op korte termijn" de Graduate School Twente opgericht, "onder het bestuur van het UMT", waarin "ook de PhD-opleidingen worden ondergebracht". Ook in het bijgestelde concept-Instellingsplan wordt niet duidelijk gemaakt wat de gedachte achter deze Graduate School Twente is en wat moet worden verstaan onder PhD-opleidingen, dit laatste hebben we nog niet op de Universiteit Twente.

De Universiteitsraad wil hier meer duidelijkheid over.


Macrodoelmatigheid

In het kader van het Sectorplan hebben de drie TU's aangegeven een minimale jaarlijkse instroom van 20 studenten per mastertrack te gaan hanteren. Duidelijk is dat een strikte toepassingvan dit principe vergaande en mogelijk ongewenste consequenties kan hebben.

De Universiteitsraad vindt dat alvorens dit principe op te nemen in het Instellingsplan er meer duidelijkheid moet zijn over de uitvoering ervan.


Post-initieel onderwijs

De Universiteit Twente wil een breed aanbod aan post-graduate en post-experience onderwijs ontwikkelen.

De Universiteitsraad steunt dit, maar benadrukt dat postinitiële opleidingen, zeker als er een UT Master-diploma aan verbonden is, zo veel mogelijk moeten worden behandeld als reguliere UT-opleidingen. Dit betekent dat ze moeten worden ondergebracht in een faculteit met de decaan als eerst verantwoordelijke.


Onderzoek

Steeds vaker wordt de conclusie getrokken dat de Universiteit Twente niet langer in staat is om al het onderzoek te doen dat we eigenlijk zouden willen doen, in het bijzonder door het matching-probleem. Vanuit de betrokken leerstoelen wordt terecht de vraag opgeworpen dat het financieel verdeelmodel een duidelijk perspectief moet bieden op financiële levensvatbaarheid van deze 'business units'.

Dit betekent dat er keuzes moeten worden gemaakt en de Universiteitsraad is van mening dat het nieuwe Instellingsplan de kaders hiervoor moet aanreiken. Deze kaders moeten op de volgende uitgangspunten zijn gebaseerd: (1) koppeling van onderwijs en onderzoek op leerstoelniveau; (2) voldoende ruimte voor funderend onderzoek; (3) gelijkwaardigheid van gedrags- en maatschappijwetenschappen enerzijds en de technische wetenschappen anderzijds.


Verdeelmodel

In het Instellingsplan wordt verwezen naar afstemming tussen beleidskeuzes op het gebied van onderzoek en onderwijs en het financiële verdeelmodel, waarbij wordt gezinspeeld op aanpassing van het model. Gezien de problemen rond de levensvatbaarheid van leerstoelen, de financiering van het onderwijs, en de lopende en aangekondigde facultaire reorganisaties, is herziening van het financiële verdeelmodel een beleidsprioriteit van de hoogste orde. Dat bleek ook overduidelijk tijdens de discussiebijeenkomsten.

Het Instellingsplan moet veel duidelijker worden over de reikwijdte en richting van deze herziening, waarbij beleidskeuzes uiteraard leidend zijn. Ook het tijdspad verdient nadere aandacht; formuleringen over het voorbereidende traject tot uiterlijk mei 2006 wekken weinig vertrouwen in een daadkrachtige aanpak van het UMT.


Sectorplan

In het concept-Instellingsplan zijn de hoofdlijnen van het Sectorplan weergegeven, zoals dat in maart 2004 aan de staatssecretaris is aangeboden. Hiermee toont de Universiteit Twente zijn commitment aan de samenwerking met Delft en Eindhoven, maar het heeft ook een verdere betekenis, omdat hiermee voor het eerst formele besluitvorming over het Sectorplan op instellingsniveau plaatsvindt.

De Universiteitsraad vindt de omschrijvingen van de samenwerking op het vlak van onderzoek en onderwijs - in het 3 TU Institute of Science and Technology en de 3 TU Graduate School - nog onvoldoende uitgewerkt.


Ondersteunende processen

Op het punt van duidelijkheid onderscheidt dit hoofdstuk zich in negatieve zin van de andere. Het taalgebruik is soms zelfs verhullend te noemen.

De Universiteitsraad heeft het CvB daarom de volgende punten meegegeven:

Studenten en medewerkers dienen nauw betrokken te zijn bij de verdere ontwikkelingen van de faciliteiten op de UT. Nog te vaak gaan deze ontwikkelingen voorbij aan de behoeftes van de klanten en lijken vooral door bedrijfsmatige overwegingen gestuurd.

De facilitering van de individuele medewerker en student in de breedste zin van het woord mag niet ten prooi vallen aan een verder doorgevoerde drang tot zo efficiënt mogelijk te organiseren.

Publiek-privaat

De Universiteit Twente en andere universiteiten hebben de laaste jaren steeds meer activiteiten in de private sector ontplooid. Met de herziening van de WHW, waar het Ministerie van OC&W hard aan werkt, wordt de universiteiten waarschijnlijk de keuze geboden tussen een publieke en een private organisatievorm.

De Universiteitsraad is van mening dat de Universiteit Twente in het nieuwe Instellingsplan duidelijk moet maken waar zij staat.