aandachtspunten

UNIVERSITEITSRAAD

GRIFFIE

BBgebouw – kamer 500


Aandachtspunten uit de overlegvergadering van de Universiteitsraad van 2 oktober 2001 (inclusief besluitenlijst van de aansluitende interne vergadering )



ACO-aanvraag nieuwe opleidingen


Het CvB zal naar verwachting voor het einde van de week de concept-aanvragen voor de opleidingen Gezondheidswetenschappen en Geneeskunde aan de UR toesturen.


Regeling Afstudeersteun


a. OV- vergoeding

De Universiteitsraad

gezien:

- het besluit van het CvB d.d. 19 september 2001 (als bijlage bij brief 335.472/DiSC/KVN), waarbij, onder intrekking van het eerdere CvB besluit van 5 april 2001 terzake, artikel 5 van de regeling Afstudeersteun per 15 juni 2001 zodanig gewijzigd wordt, dat de component OV-kaart in de afstudeervergoeding afgeschaft wordt

- alsmede de daarbij geformuleerde uitzonderingen, te weten:

1.Studenten die in het bezit zijn van een beschikking afstudeersteun en die voor 15 juni 2001 effectuering daarvan hebben aangevraagd, ontvangen de component OV-kaart.

2.Studenten die afstudeersteun zijn gaan opbouwen voor 7 november 2000 en die na 7 november 2000 nog steeds aan het opbouwen waren, ontvangen de component OV-kaart over de betreffende (bestuurs)periode waarin afstudeersteun werd opgebouwd, doch niet over de periode die valt na 15 juni 2001.

3.Studenten die afstudeersteun zijn gaan opbouwen tussen 7 november 2000 en 15 juni 2001 hebben recht op de OV-component gedurende de gehele betreffende (bestuurs)periode waarin afstudeersteun werd opgebouwd tot een maximum van een periode van 1 jaar.

besluit: in te stemmen met bovengenoemd besluit.


b. Stroomlijning procedures

De Universiteitsraad

gezien: het besluit van het CvB van 10 september 2001 om de taakstelling van de Commissie Verlening Afstudeersteun als volgt te bepalen:
"De Commissie Verlening Afstudeersteun heeft tot taak

a. het College van Bestuur te adviseren over de inhoud van de verschil­lende financiële regelingen ter ondersteuning van studenten zoals opgenomen in het Studentenstatuut;

b. als gemandateerde Commissie van het College (CvB) namens het CvB beschikkingen af te geven op indivi­duele aanvragen van studenten op grond van de regelingen genoemd onder a.”

gehoord: het positieve advies van de Werkgroep Afstudeerregelingen (WAR) en de CVA.

overwegende:

-dat een vereenvoudiging van de toewijzingsprocedure tijd en geld kan besparen;

-

-dat de rechtszekerheid van de student gewaarborgd blijft omdat de student een beschikking krijgt waartegen bezwaar openstaat;

-dat de zorgvuldigheid bij de totstandkoming van de inhoud van de afgegeven beschikking gewaarborgd blijft ;

-en dat als gevolg van het besluit per 2 oktober 2001 de toewijzingsprocedure van aanvragen van afstudeersteun in de regeling Afstudeersteun wordt gewijzigd en de aldus gewijzigde Regeling opgenomen wordt in het Studentenstatuut UT. En dat dit mutatis mutandis eveneens geldt voor de Regeling Tempobeurscompensatie, de Regeling Garan­tie­beurzen Eerstejaars Studenten, de Regeling Ondersteuning Topsporters en de Regeling Aanvul­lende Studiefinanciering Overstappers

besluit:
In te stemmen met het besluit van het CvB van 10 september 2001 tot wijziging van de taakstelling van de CVA.


c. “Schriftelijke mededeling” (kenmerk 334.383/DiSC/KVN)

De Universiteitsraad onderschrijft het belang van het ontwerpen van een nieuwe systematiek voor het verdelen van afstudeermaanden en staat positief tegenover de door het College genomen maatregelen met betrekking tot de Regeling afstudeersteun. De Raad wil echter enkele punten benadrukken:

-Het ligt in de verwachting dat de koepels een belangrijke functie krijgen in de nieuwe systematiek. Het is hierom van belang dat zij ook al in de ontwikkelfase betrokken worden.

-Het derde argument voor de stijging van de structurele uitgaven is onjuist. De verkeerde wetsinterpretatie (OV-vergoeding) is inmiddels hersteld. Er is weliswaar nog een aantal studenten dat door een overgangsregeling in de toekomst ook de OV-vergoeding nog ontvangt, maar dit neemt niet weg dat de wetsinterpretatie enkel tot incidentele uitgaven heeft geleid.

-Het belang van een nieuwe regeling en de zwakte van de oude regeling mogen er nadrukkelijk niet toe leiden dat de UR onder druk komt te staan in te stemmen met een zwakke nieuwe regeling. De Universiteitsraad zal de nieuwe regeling inhoudelijk beoordelen en niet slechts vergelijken met de oude regeling.


d. Initiatiefvoorstel afschaffen tijdschrijfsysteem (UR-01.183)

Het CvB gaat akkoord met de door de UR voorgestelde wijziging van het initiatiefvoorstel afschaffen tijdschrijfsysteem, waarbij de datum “1 juli 2001”wordt gewijzigd in “1 oktober 2001”.


Overeenkomst CvB met (Stichting) Student Union


De Universiteitsraad

gezien:
-
de evaluatie van de overeenkomst Universiteit Twente - Student Union (augustus 2001) en de daaruit voortvloeiende hernieuwde concept-overeenkomst alsmede de bij dit stuk gegeven verdere toelichtingen;

- het geactualiseerde Strategisch Plan SU 2000-2004, het jaarplan 2001 SU en de financiële meerjarenraming.

gehoord: de beraadslagingen;

overwegende: dat de overeenkomst UT-Student Union vernieuwing behoeft;

besluit:

in te stemmen met het besluit van het CvB van 10 september 2001 m.b.t. de overeenkomst Universiteit Twente - Student Union (concept 4 september 2001)


Regeling garantiebeurzen 1ste jaars studenten


De Universiteitsraad

gezien: het besluit van het CvB van 10 september 2001 om de Regeling Garantiebeurzen Eerstejaars Studenten te verlengen voor de studiejaren 2002-2003 en 2003-2004.

gehoord: de beraadslagingen.
overwegende:
- de wens van de UT om één of meer instrumenten in het kader van het UT-beurzenbeleid te hanteren mede ter verhoging van de instroom van studenten;

-dat er enige invloed van de regeling is op de instroom van eerstejaars

-dat de lasten-baten analyse ter ondersteuning van het CvB-besluit zeer arbitrair is en in de ogen van de UR alleen maar zo gekozen is om “een mooi plaatje te schetsen”;

-dat het zeer wenselijk is dat CenT onderzoek gaat doen naar regelingen als deze op andere universiteiten, zodat cijfers onderling vergeleken kunnen worden en de regeling van de UT in perspectief kan worden beschouwd;

besluit: in te stemmen met het continueren van de Regeling Garantiebeurzen Eerstejaars Studenten voor de studiejaren 2002-2003 en 2003-2004 en de regeling als zodanig op te nemen in het Studentenstatuut van de UT.


Begrotingsrichtlijnen en Begrotingsbod 2002


De Universiteitsraad

gezien : de nota Begrotingsbod 2002 (FEZ/334.850/CV) en de notitie Hoofdlijnen Begrotingsrichtlijnen 2002 (FEZ/332.344);

gehoord :de beraadslagingen;

overwegende:

-dat het begrotingsbod 2002 dit jaar betrokken dient te worden bij het advies op de (Hoofdlijnen) begrotingsrichtlijnen 2002 omdat het bod de beleidsinformatie bevat die gewoonlijk in de richtlijnen zijn vervat.

-dat de verwachte tekorten op de lopende begroting (ca. 20 Mf) en de komende begroting (minstens 20 Mf) de reservepositie van de UT uithollen en onaanvaardbaar zijn in het licht van de lopende en komende bezuinigingsmaatregelen van elk 30 Mf.

-dat, gezien de tekorten op de begroting en de mate van uitwerking van de bezuinigingsplannen, momenteel in het geheel geen zicht is op bekostiging van het (gehele) masterplan.

-dat ook uit een nadere analyse van de cijfers naar voren komt dat faculteiten en instituten meer inleveren dan de diensten en dat binnen het primaire proces de faculteiten flink inleveren ten gunste van het onderzoek in de speerpunten.

besluit: het CvB te adviseren het Begrotingsbod zodanig aan te passen dat het begrote tekort substantieel lager uitvalt en de geconstateerde onevenwichtigheden worden weggenomen.


Berenschot


Het CvB onderschrijft het belang van het advies van Berenschot om de medezeggenschap zo nauw mogelijk bij het proces te betrekken. Er zal een informeel gesprek tussen de UR en het CvB plaatsvinden, waarbij onder meer afspraken worden opgesteld over de wijze van betrekken van de medezeggenschap.


Instituutsplannen CTIT en BMTI


In klein comité (UR-CvB) zal gekeken worden naar feiten en gemaakte afspraken rond de invulling van de rol van de medezeggenschap met betrekking tot de instituutsplannen CTIT en BMTI.

Ten aanzien van de stand van zaken rond het instellen van een speerpuntinstituut Government Studies zal het CvB de UR nader informeren.


Centralisatie van de bibliotheekvoorziening


Zodra de inventarisatie van het Dinkelinstituut op dit punt afgerond is, komt het CvB in een volgende vergadering hierop terug.


Onderwijsjaarcirkel


De CCO zal naar verwachting in december rapporteren ten aanzien van de vraag om al dan niet over te gaan op een semestersysteem. Vervolgens komt een en ander terug in de UR vergadering.


Besluitenlijst van de interne vergadering van de UR (na afloop van de overlegvergadering ) van 2 oktober 2001


Reorganisatiecode


De Universiteitsraad

gezien: het principebesluit van het CvB van 5 april 2001, alsmede de vervolgens hierop aangebrachte wijzigingen;

gehoord: de beraadslagingen;

overwegende: dat de beslissing om al dan niet te reorganiseren niet slechts na overleg met het medezeggenschapsorgaan genomen dient te worden , maar dat het adviesrecht of instemmingsrecht van de medezeggenschap hieraan gekoppeld dient te worden;

besluit: niet in te stemmen met de voorliggende reorganisatiecode 2001, tenzij de tekst van de code zodanig aangepast wordt dat voor de beantwoording van de vraag of er, in het geval van een organisatieverandering, sprake is van een situatie, zoals in de definitie van reorganisatie wordt bedoeld, het advies van het desbetreffende medezeggenschapsorgaan gevraagd dient te worden.


Vastgoed/Uitwerking Masterplan, fase 2b


De UR besluit de instemmingsvraag van het CvB ten aanzien van fase 2b van het Masterplan nog niet te beantwoorden, in afwachting van een advies van het MT over de wenselijkheid van het uitvoeren van fase 2b bezien in het licht van de financieringsproblematiek en de prioriteitsstelling. Het CvB wordt verzocht het MT deze vraag voor te leggen.