Zie Nieuws

Virtuele beweegcoach bij overgewicht moet vooral zelfvertrouwen kweken

Geef mensen met overgewicht een app die kijkt naar hun beweegpatroon en die hen regelmatig aanspoort om actief te worden. Dat kan méér zijn dan een simpele stappenteller. De technologie is al zo ver dat zo’n app een persoonlijke ‘virtuele coach’ is. Toch is zo’n systeem nog onvoldoende in staat het gedrag te analyseren en beïnvloeden. Voor een blijvend effect is dit wel nodig, aldus onderzoeker Reinoud Achterkamp van de Universiteit Twente en Roessingh Research and Development.

Het aantal mensen met overgewicht vertoont een zorgwekkende stijging; de cijfers van 2018 laten zien dat de helft van de volwassenen overgewicht heeft - dit percentage stijgt met de leeftijd. Bij kinderen tussen 4 en 17 jaar gaat het al over 12 procent. Tegelijk komen er steeds meer apps en andere hulpmiddelen die mensen helpen om een gezonde leefstijl te ontwikkelen. Dat begint al met een simpele stappenteller of GPS-‘tracker’ maar er zijn ook virtuele coaches in ontwikkeling die je beweegpatronen meten en gepersonaliseerde aanbevelingen doen. Toch blijkt het volgens Achterkamp minder eenvoudig dan gedacht om de patiënt met zo’n systeem in beweging te krijgen en vooral te hóuden. De sleutel: verbeter het zelfvertrouwen, de self-efficacy

Dit onderzoek is een mooi voorbeeld van het UT-thema 'Improving healthcare by personalised technologies'

Virtuele coach

In zijn onderzoek heeft Achterkamp 30 proefpersonen enkele weken uitgerust met een 3D bewegingssensor en een smartphone die feedback en instructies geeft. Beweegt de proefpersoon te weinig, dan krijgt hij of zij een aansporing om bijvoorbeeld een eindje te gaan wandelen. Daarbij kan de ‘virtuele coach’, die in eerder onderzoek van Roessingh Research and Development ook is ingezet voor COPD-patiënten, al rekening houden met bijvoorbeeld het weer of de fysieke omgeving voor een advies op maat. En het systeem kan de patiënt aanspreken op een toon die hij of zij op prijs stelt.

Feedback

“Om er echt een effectieve coach van te maken, moet het systeem ook gedrag beter kunnen herkennen,” stelt Achterkamp. “Bijvoorbeeld: in welke ‘stage of change’ verkeert de patiënt, hoe gemotiveerd is iemand om gedrag te veranderen, is beweging al standaard geworden voor hem of haar, of moet dit zich nog ontwikkelen?” Opvallend is bijvoorbeeld dat alle patiënten, in welke fase van verandering zij ook zijn, in de loop van de dag steeds minder gaan bewegen. Wat in het huidige systeem ontbreekt is feedback die maakt dat de patiënt zich realiseert ‘ik kán dit’ en die stimulerend werkt. Daarbij kunnen ook ervaringen van ánderen helpen, zoals ook bij sporters die hun prestaties delen op social media.

NOG Meer data?

Dit kan zelfs een ‘game-element’ krijgen met een beloningsysteem, zoals ook wordt gebruikt om mensen te stimuleren op de fiets naar het werk te komen. Want vooral de nadruk leggen op het ongezonde van de huidige leefstijl, meer dan op de vóórdelen van een nieuwe leefstijl, kan weerstand geven en maken dat de patiënt het systeem minder goed gaat gebruiken. Dankzij kunstmatige intelligentie zal een beweegcoach op termijn veel beter in staat zijn de gebruiker en het gedrag te begrijpen en niet alleen maar een signaal te geven bij te weinig beweging. Het lijkt aantrekkelijk om hiervoor zoveel mogelijk data in het systeem te laden, bijvoorbeeld ook over eetpatronen. Dit vraagt echter opnieuw een actie die de aandacht vestigt op het probleem. En dat kan weer gevolgen hebben voor de motivatie. Op dit moment verwacht Achterkamp dan ook het meest van blended care waarin de patiënt de resultaten ook doorspreekt met een therapeut of met lotgenoten.

Het onderzoek maakt deel uit van het nationale project Smart reasoning systems for well-being at work and well-being at home (SWELL). Dit project maakt, op zijn beurt, deel uit van het programma landelijke ICT-programma COMMIT. Achterkamp heeft zijn onderzoek uitgevoerd bij Roessingh Research and Development – verbonden aan Roessingh, Centrum voor Revalidatie in Enschede. Vanuit het Technical Medical Centre van de UT is de groep Biomedische Signalen en Systemen betrokken, het onderzoeksprogramma ‘Personalised eHealth Technology’.

Reinoud Achterkamp (Enschede, 1987) is op 19 juni gepromoveerd op het proefschrift ‘Towards a balanced and active lifestyle’. Zijn promotoren waren prof Miriam Vollenbroek-Hutten en prof Hermie Hermens. Achterkamp is nu als psycholoog (in opleiding tot GZ-psycholoog) werkzaam bij Roessingh Centrum voor Revalidatie en ouderenzorgorganisatie Livio in Enschede.

ir. W.R. van der Veen (Wiebe)
Persvoorlichter (aanwezig ma-vr)