Verschillen in materiele toegang tot internet ook belangrijk

door Alexander van Deursen

Lange tijd was een algemene veronderstelling onder beleidsmakers dat het probleem van de digitale kloof zou worden opgelost wanneer iedereen in een land een internetverbinding had (haves versus have-nots). Wetenschappelijke bevindingen vanaf 2005 gaven echter aan dat de kloof in termen van internetvaardigheden en type gebruik juist groeit, en hier dus juist de aandacht op zou moeten liggen in het debat over digitale inclusie. Omdat het hebben van een verbinding met internet (fysieke toegang) inmiddels algemeen is, ligt de aandacht van beleidsmakers inderdaad vooral op het verbeteren van internetvaardigheden (en gedeeltelijk motivatie). Belangrijk, maar dit betekent niet dat het probleem van onevenredige fysieke toegang tot internet zomaar is opgelost. 

Een recente studie van Alexander van Deursen en Jan van Dijk geeft aan dat de digitale kloof met betrekking tot fysieke toegang ook in Nederland een probleem blijft. Door verder te kijken dan alleen het hebben van een verbinding met internet maar juist ook te kijken naar verschillen in gebruikte hardware en software, stelt de studie vast dat een diversiteit in gebruik van internetapparaten en randapparatuur, en de kosten die worden gemaakt voor hardware, software en abonnementen, van belang zijn is het ontwikkelen van internetvaardigheden, voor een divers gebruik van internet en voor het behalen van positieve uitkomsten. Kortom, het feit dat in Nederland bijna iedereen een internetverbinding heeft, wil niet zeggen dat iedereen de apparatuur heeft om vaardigheden te ontwikkelen en om te kunnen profiteren van de verbinding.  

Lees hier het artikel gepubliceerd in New Media and Society.