Richt beleid op populaire (normatief minder gewaardeerde) online activiteiten

door Alexander van Deursen

Onlangs hebben we onderzocht in hoeverre economische, culturele, sociale en persoonlijke vormen van internetgebruik resulteren in zogenaamde 'secundaire voordelen'. Dat wil zeggen, of economische, culturele, sociale of persoonlijke activiteiten online ook zouden kunnen leiden tot positieve uitkomsten in andere domeinen. Daarnaast werd onderzocht in hoeverre typische persoonskenmerken van digitale ongelijkheid van belang blijven wanneer we ook internetvaardigheden en soorten van gebruik in acht nemen. De bevindingen suggereren dat wat mensen online doen en de vaardigheden die ze hebben belangrijker zijn dan wie ze zijn wanneer het gaat over het behalen van positieve uitkomsten, en dat internetgebruik in een bepaald domein kan resulteren in uitkomsten in een ander domein. Bijzonder interessant is dat persoonlijke en sociale activiteiten de meeste bijkomende voordelen hebben. Vaak wordt aangenomen dat dit soort internetgebruik minder kapitaalverhogend is. We ontdekten dat economisch internetgebruik, vaak de focus van beleid en interventies op het gebied van digitale inclusie, nauw verband houdt met voornamelijk economische uitkomsten. Onze studie suggereert dat economisch digitaal kapitaal minder belangrijk is om mensen toegang te geven tot uitkomsten in andere domeinen. Met andere woorden, onderzoek naar digitale ongelijkheden moet een semiologische in plaats van een economistische benadering nemen. Deze conclusie is van belang voor een effectief digitale inclusiebeleid en interventieontwikkeling. Een accentverschuiving weg van de meer functionele, praktisch normatief gewaardeerde vormen van internetgebruik is wenselijk. In plaats daarvan zouden andere, meer populaire, minder normatief gewaardeerde activiteiten om het algehele welzijn te verbeteren deel moeten uitmaken van programma's en beleidsmaatregelen die zijn gericht op deelname aan onze digitale samenleving.

Communicatieve, creatieve en meer technische informatienavigatie Internetvaardigheden zijn van fundamenteel belang om internetgebruik te vertalen naar positieve uitkomsten. Ander onderzoek heeft aangetoond dat er aanzienlijke ongelijkheden zijn in deze vaardigheden in de bevolking. Bij de normatief (en affectieve) gewaardeerde resultaten spelen de sociale vaardigheden een relatief belangrijke rol. Bij interventies zou dus zorgvuldig bekeken moeten worden welke vaardigheden mensen met bepaalde achtergronden missen, zodat zij hierin kunnen worden getraind. Deze studie wijst er verder op dat er een trend lijkt te zijn dat mensen met een hoog niveau van creatieve vaardigheden vooral veel produceren, maar dat dit niet automatisch leidt tot kwalitatief hoge creaties. Het tegenovergestelde doet zich voor bij sociale vaardigheden, waarbij er geen effect of een negatief effect is op de kwantiteit van sociale en culturele uitkomsten, maar een positief effect op de kwaliteit van de bereikte uitkomsten. Degenen met een hoger niveau van sociale vaardigheden lijken te streven naar een kleiner bereik of netwerk, maar met betere resultaten. Operationele vaardigheden, de vaardigheden die vaak centraal staan bij interventies, zijn niet direct gerelateerd aan het behalen van internetresultaten. Ander onderzoek suggereert dat ze de bouwstenen zijn voor andere vaardigheden en daarom niet mogen worden genegeerd. Desalniettemin suggereren de hier gepresenteerde bevindingen dat operationele vaardigheden alleen niet voldoende zijn en dat het aanpakken van ongelijkheden alleen kan worden bereikt wanneer inhoudelijke vaardigheden centraal staan in programma's die zich richten gericht op die groepen die deze missen.

Lees hier het artikel in Information, Communication and Society