2000

00-04

WETENSCHAPSAGENDA 00/04 11-05-2000

Agenda

Samenvattingen promoties

Stellingen

Archief

Deze wetenschapsagenda is een periodieke uitgave van de Universiteit Twente. Zij verschijnt ± 20 maal per jaar in een oplage van 500 stuks. Bel of mail ons voor nadere informatie of een gratis abonnement.

Dienst Voorlichting en Externe Betrekkingen, Postbus 217, 7500 AE Enschede, telefoon (053) 489 4244, E-mail: b.meijering@veb.utwente.nl
Laatste nieuws op Internet: URL: http://www.utwente.nl/nieuws


Proefschriften ook on-line beschikbaar
Een groot aantal proefschriften zijn direct opvraagbaar via de website van de Universiteitsbibliotheek. De documenten zijn in het kader van het webdocproject per faculteit /instituut integraal opgeslagen in pdf formaat.

Samenvattingen promoties

Methode voor optimaliseren enzymactiviteit in organische oplosmiddelen
12 mei 2000

drs. D.J. van Unen, Faculteit Chemische Technologie: ‘Kroonetheractivering van enzymen in organische oplosmiddelen’

Om enzymen op grote schaal in organische oplosmiddelen te kunnen gebruiken, moet de activiteit van deze enzymen geoptimaliseerd worden. In organische oplosmiddelen hebben enzymen een aantal unieke eigenschappen, zoals een verhoogde stabiliteit en een variabele selectiviteit. Het grootste nadeel van enzymen in organische oplosmiddelen is, dat hun activiteit zeer sterk gereduceerd is ten opzichte van de activiteit in water.
Dirk Jan van Unen laat zien hoe dit activiteitsverlies te reduceren is door toepassing van kroonethers en door middel van immobilisatie van de enzymen in een ‘sol-gel matrix’. Beide methoden verhogen de enzymatische activiteit in het organische oplosmiddel zeer effectief.
Kroonetheractivering van enzymen in organische oplosmiddelen is algemeen toepasbaar. Het is beschreven voor diverse enzymen onder verschillende condities en voor diverse enzymgekatalyseerde reacties. De verkregen inzichten leveren een fundamentele bijdrage aan het onderzoek naar enzymen in organische oplosmiddelen. Omdat de beschreven activeringsmethoden eenvoudig uitvoerbaar zijn, is de kroonether technologie en sol-gel immobilisatie uitermate geschikt voor praktische toepassingen.

promotor prof. dr. ir. D.N. Reinhoudt, prof. dr. J.F.J. Engbersen
informatie
mw.drs. B. Koopmans, telefoon (053) 489 4366
e-mail
b.j.m.koopmans@veb.utwente.nl


Kaartjesreservering per computer in model gebracht
7 april 2000

promotie dr. J. Hulstijn, faculteit Informatica, ‘Dialogue Models for Inquiry and Transaction’

Dr. Joris Hulstijn heeft promotieonderzoek gedaan naar dialogen voor het verkrijgen van inlichtingen en transacties. Het proefschrift beschrijft een aantal manieren waarop zulke dialogen in een model kunnen worden gegoten. Met zo'n model kan een aantal taalkundige eigenschappen wiskundig worden beschreven. Deze eigenschappen kunnen worden gebruikt als richtlijn bij het ontwerpen en testen van dialoogsystemen.

Dialoogsystemen zijn computerprogramma’s die met de gebruiker communiceren in de vorm van een gesprek. Dat kan met het toetsenbord, over Internet, maar ook via de telefoon; het systeem maakt dan gebruik van spraakherkenning en spraaksynthese. Toepassingen zijn onder meer kaartjesreservering en het geven van inlichtingen over het openbaar vervoer. Het maken van een reservering is een voorbeeld van een transactie.

Dit onderzoek bevindt zich op de grens van de taalkunde en de informatica. Taalkundige eigenschappen als coherentie, de onderlinge samenhang van de uitingen in een dialoog, en daarnaast de effectiviteit en efficiëntie van het gesprek, helpen om vast te stellen of het dialoogsysteem wel bruikbaar is.

Elke uiting heeft een bepaalde vorm, betekenis en functie in de dialoog. Een dialoog is coherent wanneer iedere uiting `past' in de gesprekscontext wat betreft de vorm, de betekenis en de functie. De gesprekscontext wordt mede bepaald door eerdere uitingen en door het beoogde doel van het gesprek. Een deel van de functie heeft te maken met het gespreksdoel, in dit geval kaartjes reserveren. Een vraag over kaartjes is relevant, een vraag over fietsen niet. Een ander deel van de functie heeft te maken met reacties op eerdere uitingen. Op een vraag dient bijvoorbeeld een relevant antwoord te volgen. Op een bewering volgt een bevestiging, of een afwijzing. Op een groet een wedergroet. Zonder zo'n reactie is de dialoog niet coherent.

Hulstijns onderzoek maakt deel uit van het SCHISMA project een intern project van de faculteit Informatica,. Hierbij ging het om een Internettoepassing voor schouwburgreservering.

promotor prof.dr.ir. A. Nijholt
informatie
dhr. M.A.M. van Zaalen, telefoon (053) 489 2214
e-mail
m.a.m.vanzaalen@cent.utwente.nl

Supergeleiders in de energievoorziening
20 april, 15.00 uur

promotie ir. M.P. Oomen, faculteit Technische Natuurkunde, ‘AC Loss in superconducting tapes and cables’

Supergeleiders lijken een ideaal alternatief voor koper in ‘zware’ toepassingen als elektromotoren, transformatoren en kabels. Doordat de weerstand nul is, in de nieuwste generatie supergeleiders al bij een relatief hoge temperatuur, treedt immers daarin geen verlies op. Een supergeleidende transformator verspilt daardoor, ondanks de benodigde koeling, aanzienlijk minder energie en is compacter te bouwen dan een conventioneel oliegekoeld exemplaar. Toch blijkt een andere vorm van vermogensverlies deze toepassingen nog parten te spelen: het verlies ten gevolge van een wisselend magneetveld. Promovendus Marijn Oomen heeft dit verlies onderzocht en ook de mogelijkheden om het te beperken. Zonder maatregelen zal de temperatuur gaan stijgen en zal uiteindelijk de weerstand niet langer nul zijn: dan is het hele voordeel van de supergeleider weg. Toch is er aan de samenstelling van de supergeleidende tapes die Oomen heeft onderzocht, wel het nodige te doen. Deze dunne tapes bestaan op hun beurt uit dunne ‘draden’, filamenten van supergeleidend materiaal. Hoe dunner de filamenten, hoe kleiner het verlies kan worden. In een wisselend magneetveld hebben de filamenten echter de neiging te ‘koppelen’. Ze gedragen zich dan als één groot filament met een navenant hoog verlies. Ontkoppelen is dan de remedie. Dat kan bijvoorbeeld door de filamenten in elkaar te draaien, te ‘twisten’, en door er keramisch materiaal als barrière omheen te maken. De keuze van de oplossing hangt af van de richting van het magneetveld ten opzichte van de tape en de filamenten: in een transformator bijvoorbeeld is dat complex omdat er veel tapes op elkaar gestapeld zijn en het veld in alle richtingen voorkomt. Voor energiekabels volstaan al relatief eenvoudige remedies, maar Oomen schat in dat ook voor supergeleidende transformatoren een geschikte combinatie van ontkoppelingen mogelijk is. Hij heeft een groot deel van zijn onderzoek verricht bij Siemens in Erlangen.

promotor prof.dr.ir. H.H.J. ten Kate
informatie ir. W.R. van der Veen, tel (053) 4894244
e-mail w.r.vanderveen@cent.utwente.nl

Nieuw ontwikkelde analysemethodes leiden tot beter inzicht
28 april 2000

promotie ir. W.L. IJzerman, Faculteit Toegepaste Wiskunde, ‘Signal Representation and Modeling of Spatial Structures in Fluids’

Bij veel verschijnselen die zich in de natuur of in technische systemen voordoen is sprake van karakteristieke ruimtelijke structuren die zich in de loop van de tijd geleidelijk ontwikkelen en die opmerkelijk stabiel blijken te zijn. Voorbeelden zijn de spiraalstructuren die in satellietfoto's van wolken zijn te zien, en de structuren die in de luchtstromingen achter vliegtuigen kunnen worden waargenomen. Het oplossen van de complexe wiskundige vergelijkingen die de ruimtelijke structuren van bovengenoemde systemen beschrijven, vergt enorm veel rekenwerk. Het tijdsverloop kan namelijk meestal niet exact uitgerekend worden, maar de toestand van een systeem moet stapje voor stapje in de tijd steeds weer bepaald worden. Doordat computers steeds krachtiger worden, kunnen steeds gedetailleerder berekeningen gemaakt worden.

Ir. Wilbert IJzerman heeft twee nieuwe wiskundige methodes ontwikkeld voor de analyse van de beschikbare gegevens, afkomstig uit berekeningen aan dergelijke systemen of uit metingen, bijvoorbeeld van weerstations. De Principale Interval Decompositie-methode is algemeen toepasbaar en erg efficiënt. De Fenomenologisch Model Manifold-methode is minder algemeen toepasbaar en vergt wat meer inspanning, maar levert wel een meer gedetailleerde beschrijving van een verschijnsel op.

IJzerman heeft de methodes getest op de beschrijving van de tweedimensionale tijdsafhankelijke menglaag (een model voor de structuren in de luchtstromingen achter een tweedimensionale doorsnede van vliegtuigvleugels), van de wisselwerking tussen golfgroepen in een (tweedimensionaal beschreven) sleeptank en van de structuren die ontstaan in een driedimensionale ruimtelijke menglaag van twee vloeistofstromingen. De methodes leiden tot een beter inzicht in het gedrag van genoemde systemen en blijken betere resultaten op te leveren dan een in de literatuur al bekende methode.

Binnenkort treedt IJzerman in dienst van Philips Research.

promotor prof.dr.ir. E.W.C. van Groesen
assistent-promotor dr.ir. B.J. Geurts
informatie Wendy de Koning, tel. (053) 489 4363
e-mail w.dekoning@cent.utwente.nl

Stellingen