1997

97-17

WETENSCHAPSAGENDA 97/17 27-11-97

Agenda

Samenvattingen promoties

Stellingen

Persberichten

Deze wetenschapsagenda is een periodieke uitgave van de Universiteit Twente. Zij verschijnt 20 maal per jaar in een oplage van 500 stuks. Bel of mail ons voor nadere informatie of een gratis abonnement.

Dienst Voorlichting en Externe Betrekkingen, Postbus 217, 7500 AE Enschede, telefoon (053) 489 43 85, E-mail: a.m.dijkstra@veb.utwente.nl


Samenvattingen promoties

waterhuishouding en milieu

* 13 november, 13.15 uur
promotie drs. M. Verbeek, Technologie & Management: 'Integraal Waterbeheer tussen ongestoorde sturing & ongestuurde storing'

Water speelt een belangrijke rol in elke samenleving. Water kan bedreigend en soms zelfs catastrofaal zijn. Tegelijkertijd is water essentieel in ons dagelijks bestaan voor voeding, drinkwater, natuur, recreatie, transport. Zorg voor de waterhuishouding is daarom wettelijk als overheidstaak vastgelegd. In de jaren negentig spreekt men van integraal waterbeheer, hetgeen wil zeggen dat alle aspecten en belangen rond de waterhuishouding in samenhangend beleid en beheer zijn ondergebracht. Verantwoordelijk vanuit de overheid voor het integraal waterbeheer zijn Rijk, provincies en waterschappen. In samenwerking met vele groepen en instanties uit de samenleving proberen zij te komen tot een gewenste ontwikkeling van de waterhuishouding. Dit betekent sturing in het waterbeleid.

Centrale vraagstelling in dit onderzoek was hoe de vorming van waterbeleid verbeterd kan worden om tot een betere sturing te komen. De auteur heeft zich daarbij geconcentreerd op het regionale niveau, waar provincies, regionale directies van Rijkswaterstaat en waterschappen actief zijn. Hij heeft een Besturingsmodel Water opgesteld en dat getoetst aan drie cases: Integraal Water-/Milieuproject Eper Beken, Integraal Waterbeheer Zwarte Water en Zwarte Meer, en het Gebiedsgericht beleid Noordwest-Overijssel. Om tot sturing te kunnen komen moet aan drie voorwaarden voldaan zijn. Er moet sprake zijn van consistent beleid, er moet voldoende bestuurlijk en maatschappelijk draagvlak zijn en er moet een ondersteunend informatiesysteem beschikbaar zijn. Alleen dan is ongestoorde sturing in het waterbeleid mogelijk. In de praktijk blijkt echter dat het niet gemakkelijk is om aan deze voorwaarden te voldoen. Er is sprake van verstorende invloeden. De auteur is aan de hand van de casestudies nagegaan wat de oorzaken zijn van deze verstoringen. Op basis daarvan heeft hij aanbevelingen geformuleerd om de verstorende invloeden weg te nemen of te verminderen.

promotor prof.dr.ir. H.G. Wind
informatie mw.drs. H.A. Bakker, telefoon (053) 489 43 63
e-mail: h.a.bakker@veb.utwente.nl

efficiency in hoger onderwijs

* 28 november, 13.15 uur

promotie drs. M.J.C. Vink, CSHOB, Bestuurskunde: 'Efficiency in Higher Education. A comparative analysis on sectoral and institutional level'

In reactie op de toename van de uitgaven voor het hoger onderwijs zijn overheden steeds meer de nadruk gaan leggen op een verhoging van de efficiency binnen de instellingen voor hoger onderwijs. Dit promotie-onderzoek behelst een onderzoek naar de efficiency in het hoger onderwijs. Centrale onderzoekvraag was welke factoren mogelijke verschillen in efficiency tussen en binnen sectoren van hoger onderwijs in Nederland, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk kunnen verklaren. Daartoe heeft de auteur eerst bestudeerd hoe de inputs en outputs van hoger-onderwijsinstellingen het best gemeten kunnen worden, en welke methoden het meest geschikt zijn om de efficiency te bepalen. Hij heeft vervolgens gegevens verzameld over outputindicatoren (zoals het aantal ingeschreven studenten en het aantal wetenschappelijk publicaties) en de kosten, voor verschillende instellingen en sectoren van universitair en hoger beroepsonderwijs in de drie landen. Een van de conclusies die naar aanleiding van de analyse op het niveau van de sectoren getrokken kan worden is dat Nederland bij vergelijking van de gemiddelde kosten (per student, per afgestudeerde, en per onderzoekspublicatie) tussen de drie landen steeds als middelste uit de bus komt. De analyse op instellingsniveau betrof onder andere het schatten van kostenfuncties. Schaalvoordelen (lagere kosten per eenheid product bij grotere instellingen) heeft de auteur in het hoger onderwijs niet kunnen aantonen. Hij heeft geen verband tussen het gemiddelde salaris van het personeel van een hogeronderwijsinstelling en de kosten (per eenheid product) gevonden; hogere salarissen gaan blijkbaar samen met hogere productiviteit. De gemiddelde ruimte voor verbetering van de efficiency blijkt, afhankelijk van de sector, tussen de 3 en 13% te variëren.

promotor prof.dr. P.B. Boorsma
assistent-promotor dr. B.W.A. Jongbloed
informatie mw.drs. H.A. Bakker, telefoon (053) 489 43 63
e-mail: h.a.bakker@veb.utwente.nl

educatieve software

* 3 december, 16.45 uur

promotie drs. S.A. de Vries, Toegepaste Onderwijskunde: ‘Aanpasbare courseware: Ontwerp en gebruik binnen het voortgezet onderwijs'

In Nederland hebben vrijwel alle scholen voor basis- en voortgezet onderwijs de beschikking over computers ten behoeve van onderwijsdoelen. Ook zijn deze scholen in het bezit van educatieve programma’s. Toch blijkt educatieve software, ofwel courseware, in de praktijk van het voortgezet onderwijs vrijwel niet te worden gebruikt. Leerlingen krijgen wel onderwijs over de computer maar zelden computer-ondersteund onderwijs binnen bestaande vakken. Er vindt geen integratie van courseware in het curriculum plaats. Belangrijke reden hiervoor is dat courseware vaak niet aansluit bij de gebruikte lesmethoden, de onderwijskundige benadering van docenten of de leerstijl en het prestatieniveau van leerlingen. Een mogelijke oplossing voor deze gebrekkige aansluiting is het ontwikkelen van aanpasbare courseware. Dat moet docenten in staat stellen de courseware te laten aansluiten bij het curriculum en aan te passen aan hun eigen wensen en voorkeuren en aan de kenmerken, wensen en voorkeuren van de leerlingen.

De Vries heeft in zijn onderzoek, uitgevoerd in drie projecten waarbij een groot aantal scholen voor voortgezet onderwijs in de regio Twente was betrokken, aanpasbare courseware en de bijbehorende aanpasinstrumenten ontworpen. Vervolgens heeft hij in de praktijk getoetst of daarmee inderdaad een integratie van educatieve software in het curriculum wordt bereikt. Belangrijkste conclusie van De Vries is dat het gebruik van de ontwikkelde aanpasbare courseware (nog) niet tot integratie in bestaande curricula heeft geleid. Lokale factoren blijken een zodanige invloed te hebben dat hij geen positief effect van de aanpasbaarheid kon aantonen. Het probleem zit met name in de schoolorganisatie. De voorbereiding van lessen met coursewaregebruik vergt van docenten meer tijd dan zonder coursewaregebruik. Deze extra tijd kan binnen de scholen echter niet worden vrijgemaakt. Integratie van courseware heeft daarom alleen zin als een passende schoolorganisatie wordt gerealiseerd.

promotor prof.dr. J.C.M.M. Moonen
assistent-promotoren dr. I.P.F. De Diana en dr. P.A.M. Kommers
informatie M.A.M. van Zaalen, telefoon (053) 489 22 14
email m.a.m.vanzaalen@veb.utwente.nl

informatiesystemen

* 4 december, 13.15 uur

promotie J. Skowronek M.Sc., Informatica: ‘Distributed optimization of nested queries'

Een Database Management Systeem (DBMS) heeft tot taak gegevens te beheren. Daartoe biedt het faciliteiten om gegevens in te voeren, te veranderen en toegankelijk te maken. Voor het snel toegankelijk maken van gegevens zijn zogeheten hoog-niveau query-talen (‘vraagtalen’) ontwikkeld. De manier waarop een DBMS gegevens opslaat wordt weergegeven in het gegevensmodel. Administratieve toepassingen maken vooral gebruik van het relationele model. Een relationeel model is echter minder geschikt voor geografische en technische toepassingen.

Skowronek heeft onderzoek gedaan naar de verwerking van vragen in dergelijke toepassingen. Hij heeft zich geconcentreerd op de zogeheten query optimizer, een component van een hoog-niveau query-taal die zorgt voor de vertaling en optimalisatie van de vragen die aan een DBMS gesteld worden. Bij optimalisatie gaat het vooral om de complexiteit en de schaalbaarheid. Complexiteit van de relaties tussen gegevens in een database leidt tot de noodzaak om bij de verwerking van de vragen complexe strategieën toe te passen. Schaalbaarheid houdt verband met de vraag of optimizers die op kleine schaal succesvol werken dat ook op grote schaal, bijvoorbeeld in grote netwerken zoals het Internet, kunnen.

De auteur heeft modellen en technieken ontwikkeld voor het bouwen van schaalbare query optimizers die kunnen omgaan met complexe verbanden tussen gegevens. Als een mogelijke oplossing voor het schaalbaarheidsprobleem heeft hij het gedeeltelijk verplaatsen van de optimalisatie onderzocht. Standaard vindt optimalisatie plaats op de database server, de centrale computer waarop het DBMS zich bevindt. Als een optimizer op deze server via een netwerk door vele clients, computers van de aangesloten gebruikers, wordt benaderd met vragen dan kan de afhandeling vertraging oplopen. Uit experimenten is gebleken dat verplaatsing van een gedeelte van de optimalisatie naar de client ontlasting van de server kan betekenen. Daarmee kan dit onderzoek bijdragen aan snellere zoekacties op Internet.

promotor prof.dr. P.M.G. Apers
informatie M.A.M. van Zaalen, telefoon (053) 489 22 14
email m.a.m.vanzaalen@veb.utwente.nl

Stellingen


drs. T.J. Bastiaens, faculteit Toegepaste Onderwijskunde, Universiteit Twente

Door de invoering van managementconcepten als ‘Total Quality Management’en ‘Kaizen’maakt het behaviourisme sluipend een comeback in de opleidingswereld.

De vergrijzing van de Top 40 is een goed voorbeeld van employability

‘Zonder de trein zouden we er allang zijn’

drs. ing. M. Veerbeek, faculteit Technologie & Management, Universiteit Twente

Een goed beleid is méér dan het halve werk

Voetbal is een mooie sport, maar soms wel wat overgewaardeerd. Daarom bij dit proefschrift geen stelling over voetbal

ir. S.C. de Vos, faculteit Chemische Technologie, Universiteit Twente

Wetenschappers die altijd streven naar het verbinden van willekeurig verspreide meetpunten door een rechte lijn, kan een gebrek aan ruimdenkendheid en creativiteit verweten worden.

Het plannen van onderzoek is per definitie onmogelijk, omdat de resultaten van tevoren niet bekend zijn

Het dilemma van de promovendus:1. Hoeveel je ook doet, je doet nooit genoeg. 2. Wat je niet doet is altijd belangrijker dan wat je wel doet. (afgeleid van ‘Het dilemma van de arbeider, uit MURPHY’S LAW van Arthur Bloch)