1997

97-12

WETENSCHAPSAGENDA 97/12 02-09-97

Agenda

Samenvattingen promoties

Persberichten

Symposia/ congressen/ seminars/ manifestaties

Stellingen

Deze wetenschapsagenda is een periodieke uitgave van de Universiteit Twente. Zij verschijnt ± 20 maal per jaar in een oplage van 500 stuks. Bel ons voor nadere informatie of een gratis abonnement.

Bij voldoende belangstelling kunnen wij de Wetenschapsagenda ook verspreiden via E-mail. Bel hiervoor 053-4894075 of mail: a.m.dijkstra@veb.utwente.nl


CONGRESSEN/ SYMPOSIA/ SEMINARS/ MANIFESTATIES


Faculteit Wijsbegeerte en Maatschappijwetenschappen

MUMFORD COLLOQUIUM

Maandag 29 september 1997

van 11.00 uur tot 12.30 uur

TW C238

Richard Olson over:

The biologization of the social sciences in early 19th century Paris Richard Olson is bekend van een tweedelig werk over de culturele invloed van de natuurwetenschap: Science deified and science defied: the historical significance of science in Western culture. In het colloquium bespreekt hij de invloed van de biologie in de vroege ontwikkeling van de sociale wetenschappen. Twee van de belangrijkste kenmerken hiervan zijn het gebruik van organische metaforen ontleend aan de geneeskunde en de levenswetenschappen en de afwijzing van mechanicisme en 'methodologisch individualisme'. Olson bespreekt deze elementen in het werk van Cabanis, Say en Saint-Simon en hun oorsprong in de Parijse geneeskunde en biologie van hun tijd.

Voor het bijwonen van het Mumford Colloquium wordt u uitgenodigd door de vakgroepen Geschiedenis Filosofie van Wetenschap en Techniek Systematische Wijsbegeerte

Inlichtingen: (053) 489 32 97 of (053) 489 33 53

SAMENVATTINGEN PROMOTIES

samenwerking is cruciaal

* 12 september 13.15 uur
promotie mw. drs. A.M. von Raesfeld Meijer: 'Technological cooperation in networks. A socio-cognitive approach'

Bij technologische ontwikkeling speelt samenwerking een cruciale rol. Vaak vereisen kostenbeheersing en technische complexiteit van innovatie de samenwerking tussen verschillende organisaties. Innovaties falen zelden vanwege technologie; problemen vinden veel vaker hun oorzaak in slechte communicatie, hoge ambities, verschillende verwachtingen, gebrek aan steun vanuit deelnemende organisaties, onverschilligheid van participanten, kortom in gebrekkige samenwerking. Daarom is het nuttig te begrijpen hoe samenwerking technologische ontwikkeling beÔnvloedt en hoe een dergelijke samenwerking kan worden georganiseerd. Von Raesfeld Meijer heeft onderzoek gedaan naar het proces van technologische samenwerking in netwerken. Ze heeft daarvoor een socio-cognitief model ontwikkeld, dat zowel sociale als cognitieve aspecten van samenwerking bevat. Aan de hand van dit model heeft Von Raesfeld Meijer twee technologische samenwerkingsprojecten in de bouw onderzocht. Het ene betrof de samenwerking tussen vijf dochters van een houdstermaatschappij die samen een nieuw soort busstation hebben ontwikkeld. Het tweede project behelsde de samenwerking van zeven organisaties bij het ontwikkelen van Electronic Data Interchange voor gebruik in de bouw. De conclusie uit deze twee case-studies was dat sociale interactie belangrijker is voor technologische samenwerking dan consensus tussen de deelnemende partijen: ofwel communicatie is belangrijker dan gedeelde kennis.

De resultaten van Von Raesfeld Meijerís onderzoek geven het management van organisaties die zijn betrokken bij technologische samenwerking hulpmiddelen in handen om belemmeringen bij de samenwerking op te sporen en uit de weg te ruimen.

promotor prof. R.K. Stamper
co-promotor prof.dr. P. Nijkamp
informatie: drs. A.M. Dijkstra, telefoon (053) 489 43 85
email: a.m.dijkstra@veb.utwente.nl

hergebruik van ontologieŽn

* 5 september, 15.00 uur
promotie ir. W.N. (Pim) Borst: 'Construction of Engineering Ontologies for Knowledge Sharing and Reuse'.

Ir. W.N. Borst onderzocht bij de vakgroep Informatiesystemen van de faculteit Informatica zogeheten 'ontologieŽn'. Een ontologie beschrijft welke kennis nodig is om bepaalde problemen op te lossen. OntologieŽn worden daarom gebruikt bij het ontwikkelen van ingewikkelde computerprogramma's; zogenaamde kennissystemen. Omdat ontologieŽn vaak groot en complex zijn is het handig ze niet voor ieder systeem opnieuw te bedenken. Borst heeft gezocht naar mogelijkheden om gebruik te maken van eerder gemaakte specificaties. Hij heeft aangetoond dat verschillende typen ontologieŽn inderdaad op een aantal manieren aan elkaar 'geknoopt' en hergebruikt kunnen worden.

De promovendus heeft ontologieŽn voor twee kennissystemen ontworpen. Het eerste systeem is een grote bibliotheek voor het modelleren en simuleren van technische systemen. Een ontwerper kan met kleine stukjes model uit deze bibliotheek op een gestructureerde manier een groot model samenstellen. Het andere systeem analyseert de disassemblage van produkten, zodat recycling of hergebruik van delen ervan mogelijk is. Het computerprogramma bepaalt hoe dit het beste kan gebeuren.

Borst komt tot de conclusie dat ontologieŽn in de toekomst van groot belang zijn als hulp bij het ontwikkelen van kennissystemen. Verder concludeert hij dat kennis gemodulariseerd kan worden en in kleine, herbruikbare ontologieŽn kan worden gespecificeerd. Het mechanisme om kleine ontologieŽn te combineren tot grotere, is door de promovendus zeer gedetailleerd uitgewerkt.

promotor prof. dr. J.M. Akkermans
informatie: drs. A.M. Dijkstra, telefoon (053) 489 43 85
email: a.m.dijkstra@veb.utwente.nl

STELLINGEN


Victor Paashuis, Technologie & Management, Universiteit Twente:

Het gezegde "stilstand is achteruitgang" is, mede gezien het geringe aantal spookrijders, niet van toepassing op Nederlandse files.

Het Internet is te vergelijken met een restaurant waar men onbeperkt kan eten: grote hoeveelheden zijn geen garantie voor groot plezier.

Het beoefenen van alternatieve gitaarrock kan zelden worden uitgelegd als een blijk van muzikale vaardigheid.

Regelmatig alcohol- en nicotinegebruik is in de regel zelden matig.

Joost LŲtters, Elektrotechniek, Universiteit Twente:

Opleidingen die de nadruk leggen op ťťn bepaalde manier van probleemoplossen verkwanselen de aanwezige creativiteit bij studenten.

Alleen van medewerkers van de Faculteit der Tandheelkunde wordt tegenwoordig nog geaccepteerd dat ze in een ivoren toren werken.