Zie Ons verhaal

#022 Heidi’s nieuwe roboticamaster

Het verhaal van Bas’ inclusieve onboarding is een verhaal over Heidi’s nieuwe roboticamaster

“Bètavrouw light” Heidi Muijzer-Witteveen, programmamanager van Twente Robotics, was voorbestemd voor een loopbaan in de techniek. Ze koos uiteindelijk wel voor een carrière aan de UT, maar niet als onderzoeker. Daar wil Bas Koelewijn, student Business Administration, meer over weten. Hoe zorgt Heidi met haar nieuwe roboticamaster voor verbinding en vernieuwing op de campus? Over vrouwen in de wetenschap, Twentse nuchterheid, inclusie en oplossingen. ‘Ik denk meteen: hoe dan? Zo zie je dat ik toch een bèta ben.’

Klik voor de Engelse versie

Maandag 15 Maart 2021 

‘Pas als je elkaar kent, kun je elkaar inspireren’

Bas: ‘Leuk dat je er bent, Heidi. Ik weet vrij weinig van je, behalve dat je werkt aan robotica. Traditioneel is de wereld van techniek een mannenwereld. Hoe ervaar jij dat?’

Heidi: ‘In overleggen met de hardcore roboticaonderzoekers ben ik inderdaad meestal de enige vrouw. Maar ik had wel veel vrouwelijke medepromovendi en ‑postdocs‑. De piramide voor wetenschappers is éxtra steil voor vrouwen: evenveel vrouwen als mannen in de basis, maar onderweg naar de top raken we vrouwen kwijt. Ook ik ben afgehaakt als onderzoeker. Toen ik postdoc was, deed ik dat al parttime. Ik deed ook het projectmanagement van het onderzoeksproject. Dat organisatorische deel ligt me beter. Ik vond mezelf niet goed genoeg voor een carrière als wetenschapper.’

Bas: ‘Wat betekent dat, niet goed genoeg?’

Heidi: ‘De manier van werken past niet bij mij. Telkens nieuwe aanvragen schrijven, aanknopingspunten zoeken voor innovatieve projecten. Ik lees soms projectvoorstellen met nogal optimistische plannen. Je moet het wel zo opschrijven, anders kom je er niet doorheen, maar ik heb me daar nooit aan gewaagd.’

Bas: ‘Ben je dan te nuchter om dat op te schrijven?’

Heidi: ‘Ja, ik vind dat lastig. Het is niet mijn persoonlijkheid om mezelf te verkopen. En dat heb je wel nodig in de wetenschap.’

Bas: ‘Maar je hebt wel een stevige drive: je gaat niet zomaar een masteropleiding ontwikkelen.’

Heidi: ‘Klopt. Die drive is nodig. Ik kom er nu achter hoeveel mensen betrokken zijn bij het opzetten van een opleiding. Ik maak contact met mensen in alle verschillende uithoeken van de UT.’

Bas: ‘Aha! Je zit dan misschien niet boven in de piramide, maar je kunt wel kiezen en beïnvloeden. Een mooie positie, waarin je ook je stempel kan drukken.’

Heidi: ‘Ja, dat is wel zo. Hoewel ik vooral anderen help hun ideeën te kanaliseren en focussen, zou je dat invloed kunnen noemen.’

“Jezelf verkopen moet wel in de wetenschap. We zouden dat als UT ook meer mogen doen. We doen hele mooie dingen”
Heidi

Bas: ‘Van postdoc naar kwartiermaker. Haal je energie uit het verbinden?’

Heidi: ‘Absoluut. Ik vind het leuk om van iedereen wat te snappen en mensen en ideeën te verbinden. Ik spreek docent‑onderzoekers over de inhoud, maar ook mensen van financiën en marketing en communicatie over hoe we straks de master verkopen.

‘Dat voelt soms trouwens net zo tegennatuurlijk als mezelf verkopen. Ik denk dat we onszelf als UT in het algemeen beter kunnen verkopen. Laatst ging het erover hoeveel mensen we toelaten tot de nieuwe roboticamaster. Dan kun je zeggen: wij willen de allerbeste studenten naar Enschede halen, de rest gaat maar naar Delft. Toen dacht ik: daar zijn we in Twente misschien iets te nuchter voor. Maar we hoeven niet te bluffen. We doen heel goed werk. Vooral op het gebied van de interactie van mensen en robots. Met veel aandacht voor de sociale en de ethische kant van het vak.’

Bas: ‘People first dus!’

Heidi: ‘Jazeker. Ons onderzoeksprogramma heet niet voor niets “Human-Centered Robotics”. Onze robots maken het leven van mensen beter. Mijn promotie ging over het gevoel bij mensen met een robothand: Hoe ver is mijn hand open? Hoe hard knijp ik?’

Bas: ‘Mensen een “echte” hand geven, waardoor ze volwaardig mee kunnen doen. Dat raakt aan inclusie. Eerder sprak ik David Fernandez Rivas, die werkt aan een oplossing voor naaldloos injecteren. Ik houd ervan dat bèta’s snel denken: hoe lossen we dit op? Maar we moeten niet altijd denken dat we iemand die ziek is gezond moeten maken. Soms kan of hoeft dat niet.’

Heidi: ‘Inderdaad. Bijvoorbeeld iemand die niet kan lopen een exoskelet geven en terwijl die persoon dat helemaal niet ziet als vervanger van een rolstoel… Jij zit in de Shaping Group Inclusion, toch? Wat betekent inclusie voor een opleiding?’

Bas: ‘Wat mij betreft gaat inclusie over luisteren naar mensen. Het gaat erom de context of omgeving te verbeteren, zodat meer mensen kunnen meedoen. Of dat nu mensen met een beperking zijn, topsporters, of studenten met kinderen.’

Heidi: ‘Goed dat je het zegt. Iedereen beseft dat we qua inclusie nog veel stappen kunnen zetten, maar het zit nog niet genoeg in ons systeem. Wanneer we iets nieuws ontwikkelen, gaan we uit van de “normale” student. Pas later komen mensen zelf met de vraag “en ik dan?” Het zou beter zijn als we van tevoren meer rekening houden met verschillen. Daarvoor moeten we ons openstellen. Ik denk nu trouwens meteen: hoe dan – hoe zorgen we bijvoorbeeld dat inclusie standaard een onderwerp is in de ontwikkeling van een nieuw masterprogramma? Zo zie je dat ik toch een bèta ben, haha.'

“Bij het ontwikkelen van een master gaan we te veel uit van de “normale” student. We zouden eerder rekening moeten houden met verschillen”
Heidi

Bas: ‘Ja, ik heb ook liever dat een Shaping Group Inclusion niet nodig is. Maar de UT is nog wel eens een collectie van eilandjes. En voor inclusie moet je samenwerken en verder kijken dan je neus lang is. Dat is bij het ontwikkelen van de roboticamaster vast ook zo.’

Heidi: ‘Dat is inderdaad precies mijn rol. Ik kan zelf wel iets bedenken, maar als daar geen draagvlak voor is, lukt het niet. Zodra docenten er iets in zien, gaan ze vanzelf meehelpen. Ik communiceer met alle roboticagroepen en breng ze samen. Ik zou willen dat we allemaal wat vaker over de randen van onze eilandjes kijken, om te zien wat anderen doen. Pas als je iemand leert kennen, kun je elkaar inspireren.’

BAS KOELEWIJN BSC (1988)

is in Den Haag geboren en opgegroeid in Flevoland. Hier speelde hij een actieve rol bij diverse jongerenorganisaties. Na zijn middelbare school ging hij naar de Universiteit Twente voor zijn bachelor in Europese bedrijfskunde. Bas was betrokken bij de introductie van studenten met een beperking op de UT. Ook werkte hij mee aan een researchprogramma gericht op industriële innovatie. Op dit moment werkt hij aan zijn masterscriptie bedrijfskunde.

Dr. Heidi Muijzer-Witteveen (1983)

 studeerde Biomedische Technologie aan de UT en promoveerde, ook in Twente, op een onderzoek naar niet-invasieve mogelijkheden om mensen met een robothand het gevoel weer terug te geven. Na een postdoc werd ze gevraagd om mee te werken aan de opzet van het MSc Robotics programma. Daarnaast is ze programmamanager van het Human Centered Robotics Programma op de UT.