Het verhaal van Sterres stem voor inclusie is een verhaal over Marions kracht om mensen te verbinden 

Als een razende reporter begeeft Sterre Mkatini zich over de campus. Nou ja, nu even digitaal dan, maar dat is geen bezwaar voor de medewerker diversiteit. Meer inclusie op de UT? Laat dat maar over aan deze third culture kid. Vandaag houdt Sterre haar microfoon voor aan Marion Kamp, de door de wol geverfde portefeuillehouder bedrijfsvoering. Ook zij geeft graag anderen een podium. En vrouwen delen nóg een opvallend kenmerk: ‘Als je uiterlijk niet strookt met je innerlijk, benaderen mensen je anders dan jij je voelt.’

Klik voor de Engelse versie

Dinsdag 26 januari 2021 

Tukker in hart en nieren

Voor Sterre Mkatini, sinds oktober diversity en inclusion officer van de UT, komt een ontmoeting met portefeuillehouder bedrijfsvoering Marion Kamp als geroepen. Met haar negentien dienstjaren aan de universiteit weet Marion precies hoe de hazen lopen. En hoewel de vrouwen totaal andere functies hebben, doet Marion waar Sterres hart óók sneller van gaat kloppen: mensen met elkaar verbinden en zo de wereld een stukje beter maken. Maar, vraagt Sterre zich af, wie is bij Marion de mens achter de bestuurder? ‘Ik hoef niet zo nodig op de voorgrond.’

Sterre: ‘Hallo Marion! We spraken elkaar al eens in het ambassadeursnetwerk. Wat is jouw levenspad tot nu toe?’ 

Marion: ‘Nou, ik ben Marion Kamp. Net als jij heb ik geen Nederlands uiterlijk, maar wél een hartstikke Nederlandse naam. Ik ben geadopteerd uit Zuid-Korea en groeide op in een Twents gezin. Hoewel ik hier niet geboren ben, ben ik een Tukker in hart en nieren, haha.’

Sterre: ‘Ben je wel eens teruggegaan naar Zuid-Korea?’

Marion: ‘Ja, rond mijn dertigste ben ik er met mijn (adoptie)ouders vier weken gaan backpacken. Verder heb ik nooit de behoefte gehad om op zoek te gaan naar mijn Koreaanse roots. Ik heb niets met Korea en voel me Nederlands.'

“Ik heb nooit de behoefte gehad om op zoek te gaan naar mijn Koreaanse roots.”

Goede bedoelingen

Sterre: ‘Dat maakt me nieuwsgierig: heb jij ooit te maken gekregen met een identiteitscrisis?’

Marion: ‘O, zeker. Als je uiterlijk niet strookt met je innerlijk, benaderen mensen je anders dan jij je voelt. Misschien herken jij dat wel… Doe ik in Enschede boodschappen, dan word ik in het Engels aangesproken. Dat vind ik héél onprettig. Ik zie dat de bedoeling goed is, maar toch. Ook zoiets: mijn zus lijkt sprekend op mijn moeder. Zij werd vroeger automatisch gezien als haar dochter. Terwijl mij werd gevraagd: ‘en wie ben jij dan?’ Van dat soort dingen heb ik in periodes veel verdriet gehad. Soms steekt het me nog. Alleen ik ben eraan gewend geraakt.’

Sterre: ‘Zucht… ja. Herkenbaar. Merk jij dat je door zulke ervaringen empathischer bent geworden, je beter kunt inleven in andere situaties?’

Marion: ‘Ik denk dat ik er alerter op ben hoe verschillend mensen situaties kunnen beleven. Ik zie dat dingen vaak vanuit de beste intenties worden gevraagd, en begrijp vaak beide kanten – zowel die van de internationale Nederlander als de autochtoon. Ik snap óók dat mensen zeggen: in mijn wijk ben ik de enige Nederlander, dat voelt bedreigend.’

“Als jij vraagt met wie je moet gaan praten over een bepaald onderwerp, kan ik je zo een hele rits namen noemen.”

Obstakels

Sterre: ‘Jij loopt al negentien jaar rond op de UT. Dat is een groot verschil tussen ons: ik werk hier pas drie maanden. Hoe ziet voor jou een gemiddelde werkweek eruit?’

Marion: ‘Haha, mijn neefje zei ooit: jij bent geen onderzoeker en geen onderwijzer, dus eigenlijk doe je niets! Het is inderdaad soms moeilijk uit te leggen waar ik concreet mee bezig ben. Als portefeuillehouder Bedrijfsvoering houd ik me bezig met alles wat wetenschappers nodig hebben om hun werk te kunnen doen – van HR tot secretariële ondersteuning, labfaciliteiten en huisvesting. Mijn dag bestaat vooral uit vergaderen. Misschien is de kern wel: ik breng mensen met elkaar in contact en zorg dat ze elkaar weten te vinden. Kijk, persoonlijk hoef ik niet zo nodig op de voorgrond. Maar als jij vraagt met wie je moet gaan praten over een bepaald onderwerp, kan ik je zo een hele rits namen noemen.’

Sterre: ‘Je hebt dus een verbindingsrol. Dat wil ik ook voor elkaar krijgen in mijn rol als medewerker diversiteit. Welke obstakels kom jij tegen, als het gaat om dat verbinden?’

Marion: ‘Ik denk dat obstakels ontstaan, zodra diensten of faculteiten gaan denken vanuit hun eigen belang. Zo van: dit wil de faculteit, en daarom moet jij dit doen. Als dingen stroperig lopen, is het vaak daarop terug te voeren. Wetenschappers vinden het niet fijn als je zegt dat ze iets móeten. Je moet ze vooral triggeren vanuit hun intrinsieke waarden en expertise, hen daarin serieus nemen. Waar zit hun energie? En wat maakt dat ze harder gaan lopen?’

Sterre: ‘In gesprekken met anderen valt mij op dat jouw faculteit, BMS, het heel goed doet qua diversiteit. Zijn jullie daar actief mee bezig?’

Marion: ‘Dat we bij hoogleraarbenoemingen eerst kijken of er ook een vrouw beschikbaar is, zit er al vrij lang in. Wat betreft internationalisering kunnen we nog wel slagen slaan. Een groot deel van ons studentenbestand komt uit Duitsland. Dat kun je internationaal noemen, maar het is natuurlijk om de hoek. Ik zie wel dat iedereen internationalisering op z’n netvlies heeft. Onze studentenverenigingen doen bijvoorbeeld hard hun best om ook internationals een thuisbasis te geven binnen de opleidingen.’

Sterre: ‘En voor jou als vrouw in een leiderschapsfunctie? Merk jij bijvoorbeeld dat je dingen anders moet aanpakken dan je mannelijke collega’s, of laat ik het zo zeggen: heeft je vrouw-zijn impact gehad op jou als leider?’

Marion: ‘Hmm, daar ben ik eigenlijk niet zo mee bezig. Ik ben heel direct, dat ziet men vaak als een ‘mannelijke’ eigenschap. Maar dat directe ligt in mijn karakter, dat heeft niets met gender te maken. Aan de andere kant: als we het hebben over vrouwelijke leiders binnen de UT, mogen dat er van mij wel meer worden. In de Universitaire Commissie Bedrijfsvoering (UCB) is het overgrote deel van de dienstdirecteuren man. Ik vind echt dat daar een aantal vrouwen bij moeten. Omdat ik geloof dat een divers team effectiever en beter functioneert, maar ook omdat wij als bestuurders het goede voorbeeld moeten geven.’

“Mijn belangrijkste levensles? Blijf al-tijd bij je gevoel.”

Genderneutrale toiletten

Sterre: ‘Hoe zie jij diversiteit en inclusie binnen BMS in de toekomst?’

Marion: ‘Ik hóóp dat we daar een agendapunt van kunnen maken, ook samen met jou. Dat ligt wat mij betreft breder dan alleen vrouwen in leidinggevende posities. Tegen het facilitair bedrijf zeg ik wel eens gekscherend: ik wil de eerste faculteit zijn met genderneutrale toiletten. Dat vinden ze dan raar. Maar het staat nog steeds op mijn lijstje. Inclusie betekent voor mij ook dat we onderzoeken hoe mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt een plek kunnen krijgen op onze faculteit. Dat blijft een worsteling, maar ik vind wel dat we er iets mee moeten. Dus hier kom ik bij jou op terug!’

Sterre: ‘Ja, en ik bij jou. Tot slot: als jij terugdenkt aan je twintigjarige zelf, wat zou je haar dan mee willen geven?’

Marion: ‘Oeh, dat is een moeilijke. Terugkijkend is mijn eigen belangrijkste levensles: blijf al-tijd bij je gevoel. Je gaat het alleen maar leuk hebben als je heel goed luistert naar je intuïtie en je lijf. Makkelijker gezegd dan gedaan, want ik heb zelf ook keuzes gemaakt die gevoelsmatig niet klopten. Daar heb ik ook voor betaald – met een burn-out toen ik 28 was.

‘Het helpt ook om te beseffen dat ‘je hart volgen’ toepasbaar is in meerdere richtingen. Mensen denken vaak: ik ben dát niet geworden, dus nu is mijn carrière mislukt. Dat is niet zo. Je kunt je kwaliteiten en competenties in allerlei soorten functies kwijt. Ik roep wel eens: ik wil zo graag kok worden. Tja, dat gaat ‘m niet meer worden. Maar als ik bedenk wát me dan zo aantrekt aan kok-zijn, dan zit dat in zorgen voor anderen. Nou, dat stukje probeer ik nu te vinden in mijn baan bij de UT. Weet je, een carrière valt soms gewoon niet te plannen. Omdat er dingen op je pad komen waarvan je denkt: daar spring ik in. Of er gebeurt privé iets waardoor je een ambitie niet vervult, maar dan opent er later een andere deur. Soms moet je gewoon mee met de stroom. En dan kom je er ook.’    

DRS. STERRE MKATINI (1984)

werd geboren in Nederland en werkte onder meer in Tanzania en Ghana, Ivoorkust, Oeganda en Kenia. Na een bachelor Social Sciences aan het University College in Utrecht en een master Internationale Ontwikkeling aan de Universiteit van Amsterdam zette ze in Canada een organisatie op om Afrikaanse studenten de kansen voor sociaal ondernemerschap op hun continent te laten zien, waarvoor ze door verschillende Afrikaanse landen reisde en werkte. Sinds oktober 2020 werkt ze als diversity & inclusion officer aan de UT, de eerste in deze functie.

Drs. Marion Kamp

groeide op in Twente. Na een opleiding aan de HTS in Enschede en een studie bedrijfskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen, ging ze aan het werk als organisatieadviseur in de zorg. In 2001 kwam Marion als HR-adviseur naar de UT. Ze bekleedde verschillende managementfuncties en is sinds 2012 portefeuillehouder bedrijfsvoering bij de faculteit Behavioural, Management and Social Sciences.