Nieuwsbrief OPUT maart 2010

Nieuwsbrief maart 2010.

·

Arbeidsvoorwaardengelden:
Zoals eerder bericht stelt het OPUT zich op het standpunt dat het College van Bestuur niet eenzijdig het budget voor de decentrale arbeidsvoorwaardengelden kan bepalen.
Het OPUT en het College hebben tijdens het Lokaal Overleg van 18 februari jl. gezamenlijk geconcludeerd dat er nu een geschil is ontstaan over de hoogte en de bestedingsdoelen voor de decentrale arbeidsvoorwaardengelden.
De details van de geschilpunten kunt u vinden in de brief d.d. 8 maart 2010 van het OPUT aan het College van Bestuur waarin het OPUT het geschil aankondigt.
Deze brief staat op: http://www.utwente.nl/oput/nieuws/aankondiging_geschil.pdf

·

ITC:
Na de fusie tussen de Universiteit Twente en het ITC konden de medewerkers van het ITC ook gebruik maken van het keuzemodel arbeidsvoorwaarden UT 2010 (KAT). Toen werden zij met negatieve financiële gevolgen geconfronteerd, doordat het College van Bestuur de bonus 2010 uit het KAT geschrapt heeft. Ook het schrappen van de Internetvergoeding werkte het financieel nadeel in de hand.
Om mogelijke nadelige gevolgen van de fusie voor het personeel op te vangen is tussen ITC en de vakbonden het Sociaal Plan Overdracht ITC - UT overeengekomen.
Eén van de uitgangspunten van dat Sociaal Plan luidt: Werknemers ondervinden bij de overdracht van onderneming geen nadelige financiële consequenties.
De nu ontstane nadelen lijken in strijd te zijn met de inhoud van het Sociaal Plan en de medewerkers van het ITC zijn uiterst verbaasd dat de secundaire arbeidsvoorwaarden al zo snel na de fusie werden gewijzigd.
Het OPUT zal dit onderwerp in het eerstvolgend Lokaal Overleg op de agenda plaatsen. De insteek van het OPUT is, dat als ITC-medewerkers daadwerkelijk financieel nadeel ondervinden, zij daarvoor gecompenseerd worden.

·

UT-Jubileum:
OPUT heeft van het CvB een brief ontvangen waarin het CvB aan het OPUT voorstelt het UT-jubileum af te schaffen.
De jubileumregeling UT voorziet in twee soorten jubilea: het UT-jubileum en het ambtsjubileum. Als een medewerker 12,5 jaar of 25 jaar bij de UT werkt, gaat het om een UT-jubileum. Als een medewerker 25 of 40 jaar in dienst van het Rijk is of een van de rijksinstellingen of diensten, dan is er sprake van een ambtsjubileum. Bij beide soorten jubilea wordt een gratificatie toegekend.
Het CvB is van mening dat de huidige druk op de financiële middelen van de UT het noodzakelijk maken het UT-jubileum en de bijbehorende gratificatie met ingang van 1 juli a.s. te schrappen.
Het College geeft in haar brief echter niet aan welke besparing het afschaffen van het UT jubileum voor de UT oplevert.
Andere argumenten die het CvB voor de afschaffing aanvoert zijn: de huidige jubileum regeling is uitgebreider dan de CAO en het College is van mening dat vooral het UT-jubileum niet past in een tijd waarin arbeidsmobiliteit belangrijk onderwerp is.
Het voorstel wordt in het eerstvolgend Lokaal Overleg besproken. Het OPUT zal in elk geval vragen welke besparing de afschaffing van het UT-jubileum op levert.
Het OPUT onderzoekt hoe de jubilea bij andere universiteiten geregeld is.

·

Verlofstuwmeren:
Het College van Bestuur heeft per brief van 3 maart jl. aan het OPUT mede gedeeld dat zij de verlofstuwmeren wil inperken. Ook hier is het College van mening dat het belang van de medewerkers en wat met de huidige verlofregeling wordt bewerkstelligd niet op weegt tegen de kosten die gemaakt worden.
In de huidige verlofregeling is bepaald dat een medewerker bij voltijds dienstverband maximaal 232 verlofuren mag overschrijven naar het volgend kalenderjaar. Bij ontslag vindt in principe geen uitbetaling van de niet gebruikte verlof uren, tenzij de medewerker door overmacht niet in staat kon worden gesteld de verlofuren te gebruiken.
Het College heeft geconstateerd dat het steeds vaker voorkomt dat bij vertrek behoorlijke bedragen worden uitbetaald over niet gebruikte verlofuren en vindt dit ongewenst.
Bovendien is het College van mening dat verlofuren gebruikt moeten worden voor periodes van ontspanning en vrije tijd. De organisatie moet de medewerkers daartoe in staat stellen en het College vindt het een taak van de leidinggevende daarop toe te zien.

Om die redenen vindt het College het noodzakelijk de bestaande verlofregeling aan te passen en richt zich daarbij op het voorkomen en afbouwen van verlofstuwmeren. Het College stelt de volgende maatregelen voor: elk jaar vakantieverlof opnemen van minimaal 4 keer de voor de medewerker geldende arbeidsduur per week; via een overgangsregeling tot 2013 mag een medewerker in voltijds dienstverband maximaal 80 verlofuren per jaar meenemen naar een volgend jaar; als medewerkers hun verlofuren niet in de webapplicatie registreren, mogen ze geen verlofuren meenemen; als medewerkers per ontslagdatum nog openstaande verlofuren hebben, krijgen ze bij een voltijds dienstverband maximaal 80 verlofuren uitbetaald. Ook hier geldt tot 2013 een overgangsregeling.
Het College wil dit jaar nog beginnen met de afbouw van verlofstuwmeren en de overgangsregeling toepassen en wenst ook dit jaar nog een nieuwe verlofregeling op te stellen. Om die reden wil het College dit onderwerp met het OPUT bespreken in het eerstvolgend Lokaal Overleg.

Het OPUT wil meer informatie hebben over de bedragen die gem. per jaar worden uitgekeerd aan medewerkers die met ontslag gaan.

Het OPUT denkt dat besparingen vooral te realiseren zijn, als de werkgever het afkopen van verlofdagen aan banden legt en hierover duidelijke afspraken maakt met de eenheden.

Het OPUT stelt voor om de afkoop van verlofdagen i.g.v. overmacht te maximaliseren tot 80 uur.

Het is het OPUT ook hier niet duidelijk hoe hoog het bedrag is dat jaarlijks voor verlofuren uitgekeerd wordt
Het OPUT is intern nog in beraad over deze verslechtering van de verlofregeling en vraagt zich af of deze in verhouding is met de door het College gewenste besparing.

·

Verlaging BHV-toelage:
Het College van Bestuur wenst ook te bezuinigen op de toelage voor de leden van de BHV-teams en heeft in haar brief van 3 maart jl. aan het OPUT geschreven dat een drastische verlaging op haar plaats lijkt. Naast het argument dat bezuinigingen noodzakelijk zijn, voert het College aan dat de toelagen bij andere universiteiten veel lager zijn.
De eerste verlaging met een derde zou dit jaar in juli moeten plaatsvinden en in 2011 de tweede verlaging, waarmee de toelage uit zou komen op één derde van de huidige toelage.
Op dit moment voert PA&O nog onderzoek uit naar de precieze taken van een BHV-er. Totdat deze informatie bekend gemaakt wordt houdt het OPUT dit onderwerp nog in beraad en zal bij andere universiteiten navraag doen over de taken die BHV-ers daar uitvoeren. Het lijkt het OPUT namelijk heel goed mogelijk dat er verschillen zijn in de taakuitvoering van de BHV-ers bij andere universiteiten, waardoor ook verschillen in toelagen gerechtvaardigd kunnen zijn.