Artikelen

Slim bouwen aan een waterrobuuste en hittebestendige samenleving

Klimaatadaptatie

In mei 2011 kreeg de Deense hoofdstad Kopenhagen in een bui van slechts twee uur zo veel regenwater te verwerken, dat er voor 1 miljard euro aan schade op te tekenen viel. Een calamiteit die ook onze steden en dorpen kan treffen.

Overal in Nederland kan er ineens zoveel regen vallen, dat de schade in de miljoenen looptStefan Kuks, watergraaf bij waterschap Vechtstromen, deeltijd hoogleraar Water Governance aan de UT

Resilience

Met ‘dank’ aan de klimaatverandering behoren extreme regenval en extreme hitte helaas in groeiende mate tot bedreigingen waartegen we ons simpelweg moeten wapenen. We dienen te werken aan onze ‘resilience’ (weerbaarheid en veerkracht) bij dergelijke extremiteiten (klimaatadaptatie). Daarbij is vooral actie op stedelijk niveau belangrijk. Het gros van de Nederlanders woont immers in een stad: alleen al in de twintig grootste gemeenten van Nederland wonen bij elkaar een kleine vijf miljoen mensen.
Eerste ijkpunt voor onze weerbaarheid en veerkracht vormt de stresstest die elke gemeente vóór het eind van 2019 moet uitvoeren.

Praktische toepassingen

Gelukkig zijn er in ons land volop kennis en praktische toepassingen te vinden om een gemeente klimaatbestendig te maken. In Oost-Nederland bijvoorbeeld, waar rondom de Universiteit Twente (UT) een stevige ‘kennis hub’ op het vlak van klimaatadaptatie is ontstaan. Maar ook in andere delen van het land gebeurt veel. In Rotterdam – behorend tot het mondiale 100 Resilient Cities Network – bijvoorbeeld. Met de komst van een Global Center for Climate Adaptation staat ons bovendien een ‘verknoping’ van alle expertise te wachten. Hier nestelen onderzoeksresultaten zich in concrete aarde en dragen zo bij aan de wording van waterrobuuste en hittebestendige gemeenten.

Een stevige ‘kennis hub’ op het vlak van klimaatadaptatie is ontstaanStefan Kuks, watergraaf bij waterschap Vechtstromen, deeltijd hoogleraar Water Governance aan de Universiteit Twente

Nederland Regenland

‘Overal in Nederland kan er ineens zoveel regen vallen, dat de schade in de miljoenen loopt’. Aldus Stefan Kuks, watergraaf bij waterschap Vechtstromen, deeltijd hoogleraar Water Governance aan de UT en landelijk voorzitter van de stuurgroep van het op Prinsjesdag gepresenteerde Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018. Het is een uitspraak waarboven donderwolken zweven, maar ze is geboekstaafd door droge feiten. Kuks heeft vele niet al te bemoedigende cijfers paraat: ‘In juli 2014 viel in Kockengen (provincie Utrecht) één uur 70 mm regen. De schade: 5 miljoen euro. In 2016 beleefde Zuid-Nederland een maand van extreme regenval. De schade: 700 miljoen euro. Dat was vooral in het buitengebied. Als die regen ook in de steden was gevallen, was de schade vele malen hoger geweest. Dit kan ons volgende maand gewoon overkomen. Vandaar dat we het Deltaplan hebben opgesteld. Gemeenten moeten weerbaar zijn tegen dergelijke klimatologische extremiteiten.’

71 miljard euro schade

Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018

Wie door het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018 bladert, wordt geconfronteerd met harde feiten en schrikbarende berekeningen. 

Het is een feit dat de regenval in Nederland de komende jaren met 30 procent toeneemt.Stefan Kuks, watergraaf bij waterschap Vechtstromen, deeltijd hoogleraar Water Governance aan de UT

‘Het is een feit dat de regenval in Nederland de komende jaren met 30 procent toeneemt, simpelweg omdat onze aarde met 2 graden opwarmt. Als we de komende 33 jaar op de huidige voet doorgaan – dus geen extra investeringen doen – hebben we in het jaar 2050 voor 71 miljard euro aan schade door extreme regenval en extreme hitte, een tweede noodlottig gevolg van de klimaatverandering.  

Centrale vraag

De centrale vraag die we in het Deltaplan stellen is: hoe kunnen we die schade terugbrengen tot een bedrag van bijvoorbeeld 20 miljard euro? Want let wel: het is onmogelijk en onbetaalbaar om alle schade te voorkomen. Extreme hitte is er vooral in de zomer. Daar kun je je nog enigszins op instellen. Maar regen valt op onvoorspelbare plekken en momenten. Het gaat erom tot een systematische aanpak in Nederland te komen, waarbij iedereen aan de slag gaat en uiteindelijk gaat kijken hoe we een hele stad zo kunnen inrichten dat we 40 mm regenwater in een uur gemakkelijk kunnen bergen, zonder dat we natte voeten krijgen. En hoe we de samenleving naast waterrobuust ook hittebestendig kunnen maken. ’  

Smart je voeten droog houden kan niet zonder cyber resilience

Klimaatadaptatie kan in de 21ste eeuw niet zonder de inzet van ICT. Dankzij digitale ontwikkelingen als The Internet of Things (alles en iedereen is via internet met elkaar verbonden), big data analytics (data uit een groot aantal informatiestromen samenbrengen en analyseren), 3D-modelling (met alle data bouw je een digitaal model van de stad) en augmented reality (bekend van Pokémon GO), kun je tot allerlei ‘smart’ toepassingen komen om je gemeente ook tegen de klimaatverandering weerbaarder en veerkrachtiger te maken. Denk aan apps die je als bewoner kunt downloaden om gedetailleerde informatie te krijgen over hoe een bui zich ontwikkelt en waar in de gemeente het meeste water gaat vallen. Ontwikkelingen om aan de hand van informatie afkomstig van satellieten een ‘early warning’ via je smartphone te krijgen, zijn al gaande (remote sensing).

MASTERCLASS DIGITALE TRANSFORMATIES IN DE PUBLIEKE SECTOR
UW KENNIS VAN DIGITALISERING VERGROTEN?
Bekijk masterclass

Stresstest en risicodialoog

Prioriteit ligt bij de ‘vitale en kwetsbare functies’. Daaronder vallen bijvoorbeeld zorginstellingen. Vooral mensen die een zwakkere gezondheid hebben of wat ouder zijn, kunnen slecht tegen hitte. 

De stresstest laat zien waar de kwetsbare plekken in de steden, dorpen en in het buitengebied zijn.Stefan Kuks, watergraaf bij waterschap Vechtstromen, deeltijd hoogleraar Water Governance aan de Universiteit Twente

Als het kwik stijgt, neemt ook het aantal sterfgevallen aantoonbaar toe. Maar ook als het om water gaat, is een zorginstelling een kwetsbare plek. Kuks: ‘Twee jaar geleden sprong de waterleiding in de kelder van het VUMC in Amsterdam. In die kelder stond, naast allerlei apparatuur, ook de elektriciteitsvoorziening. Het water verstoorde de gehele dagelijkse gang van zaken in het VU. Wat heet: het gehele ziekenhuis werd ontruimd. Om te achterhalen waar zich in een gemeente dergelijke kwetsbaarheden bevinden, moet elke gemeente en het regionale waterschap voor het eind van 2019 een stresstest uitvoeren op het gebied van de weerbaarheid tegen de klimaatverandering.’  

Stap 2: risicodialoog

Stap twee is een risicodialoog met alle stakeholders. Kuks: ‘De stresstest laat zien waar de kwetsbare plekken in de steden, dorpen en in het buitengebied zijn. Over die kwetsbare plekken moeten gemeente en waterschap vervolgens in gesprek gaan met alle partijen in de samenleving die hiervan daadwerkelijk last hebben of kunnen gaan krijgen. Bedrijven en woningbouwcoöperaties bijvoorbeeld, maar ook bewoners die zich hebben georganiseerd in een wijkcomité. De vraag is simpel: hoe gaan we dit aanpakken? Maar de beantwoording is zeer complex. Je kunt zeggen: de samenleving moet zelf maar zorgen dat ze zich wapent tegen wateroverlast en extreme hitte. De gezamenlijke overheden – gemeente, waterschap – moeten investeringen doen.

Risicomanagement in de publieke sector
Deskundige gesprekspartner in het risicodialoog?
Bekijk masterclass

Maar er zal, zoals ik al eerder aangaf – nooit geld genoeg zijn om het gehele probleem uit de wereld te helpen. We zullen altijd last blijven houden van deze extremiteiten. De kunst is eigenlijk om daarin de goede balans te vinden. Hoe meer je wilt doen, des te meer het kost. Met de eerste investeringen kun je op korte termijn al heel veel bereiken. Maar als je nog meer wilt, wordt het steeds duurder, omdat het ingrijpender wordt in de ruimtelijke inrichting. Er zal altijd een restrisico blijven bestaan, waarbij de stakeholders uit de samenleving moeten nagaan of ze de schade accepteren of zich er tegen gaan verzekeren.’

De zeven ambities uit het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018

1. Stresstest geeft inzicht in gevolgen en preventieve maatregelen

2. In dialoog met alle gebiedspartners

3. Uitvoeringsagenda

4. Koppelmogelijkheden met andere opgaven benutten

5. Stimuleren met goede voorbeelden

6. Meer gebruik maken van regelgeving

7. Beter voorbereid zijn op calamiteiten
Meer over deze zeven ambities kunt u hier lezen.

Snikheet

De stresstest en de risicodialoog met stakeholders uit de samenleving zijn de eerste twee ambities van de in totaal zeven [zie kader] uit het Deltaplan om te komen tot weerbare, oftewel waterrobuuste en hittebestendige gemeenten. Bij ‘waterrobuust’ zoeken we naar manieren om ons veerkrachtiger te maken tegen de regen; bij ‘hittebestendig’ is de zon de veroorzaker van veel leed. Iets wat ondergesneeuwd wordt door wateroverlast. Nederland is immers een nat land, waarbij de zon zich maar af en toe laat zien. Of niet? ‘De afgelopen zomers kenden perioden van extreme hitte’, stelt Kuks vast. ‘Dergelijke hittepieken, waarbij het kwik langere tijd achter elkaar boven de 35 graden komt, krijgen we door de opwarming van de aarde meer en meer. Bij zo’n piek warmt alles geleidelijk op en koelt het niet meer af. Vooral in gebieden met veel steen – grote steden – blijft die hitte lang hangen. Ook ’s nachts is het dan gemiddeld 7 graden warmer dan in het buitengebied. We moeten dus vooral naar de steden kijken, hoe we die meer verkoeling kunnen geven. Denk daarbij aan betere ventilatie in verpleeghuizen. En aan groenvoorziening: groen helpt erg bij het afkoelen van de stad als het heet is. Je kunt de gevels voorzien van planten. Of je daken. Verder helpt het als je de gevels verft in een lichte kleur.’

Klimaat Actieve Stad Twente

Het zijn maatregelen die nu al volop te zien zijn in bijvoorbeeld Enschede, de stad waar zich de Universiteit Twente bevindt.

Aan deze doelstellingen zijn diverse projecten gekoppeld, waarvan een deel al is uitgevoerd.Stefan Kuks, watergraaf bij waterschap Vechtstromen, deeltijd hoogleraar Water Governance aan de Universiteit Twente

Enschede heeft de stresstest al in 2014 uitgevoerd’, vertelt Kuks. ‘Daarbij zijn de knelpunten boven water gehaald en de prioriteiten gesteld. Daarna hebben gemeente en waterschap een uitvoeringsprogramma opgesteld met ontelbare kleinschalige oplossingen voor klimaat in stedelijke ontwikkeling. In het bestemmingsplan zijn concrete doelstellingen geformuleerd: we willen er bijvoorbeeld voor zorgen dat we overal 20 tot 40 mm regen kunnen bergen. Aan deze doelstellingen zijn diverse projecten gekoppeld, waarvan een deel al is uitgevoerd. Zo hebben we in de wijk De Roombeek – bekend van de vuurwerkramp – de naamgevende beek van deze buurt weer grotendeels bovengronds gehaald. En ook is met de aanleg van de Stadsbeek begonnen, een beek die door het vol bebouwde gebied van de stad Enschede wordt vormgegeven. Hierdoor kunnen we overtollig regenwater dat een groot probleem vormt in de stad langs een natuurlijke weg afvoeren. Nog een voorbeeld bevindt zich aan de oostelijke rand van het centrum. Daar is het winkelcentrum Miro voorzien van een groen dak. Eigenaar Ahold heeft daar een groen dak met beplanting op gelegd. Dat dak kan het water van een gemiddelde bui vasthouden. 

Hengelo en Almelo

Ook de twee andere steden uit de Twentse stedenband zijn bijzonder ‘klimaatactief’. In Hengelo is het project Hengel’eau ingrijpend: diverse beken worden grondig aangepakt. En Almelo is doortastend met het doortrekken van de binnenhaven in de stad. De drie steden werken samen met het waterschap en de provincie aan samenhangende klimaatmaatregelen in deze stedenband, vanuit het besef dat acties in Enschede hun effect kunnen hebben op de lager gelegen steden Hengelo en Almelo. Samenwerking en afstemming zijn van essentieel belang. Deze Twentse steden zijn onderdeel van het Living Lab Ruimtelijke Adaptatie dat vanuit het Deltaprogramma in Overijssel is ingesteld om versnelling van en innovatie in klimaatadaptatie te bewerkstelligen.

‘Resilient’ Rotterdam

Meer tastbare voorbeelden vind je ook in de rest van Nederland. Zo heeft Rotterdam, toch al een stad die bekend is om haar weerbaarheid en veerkracht, klimaatadaptatie al jaren hoog op de agenda staan.

Het water komt van vier kanten op ons af.Arnoud Molenaar, Chief Resilience Officer bij de gemeente Rotterdam

‘Het water komt van vier kanten op ons af’, vertelt Arnoud Molenaar, Chief Resilience Officer bij de gemeente Rotterdam en in die hoedanigheid een van de sprekers op het Risk & Resilience Festival, georganiseerd door de Universiteit Twente.

‘We zijn een deltastad. Naast extreme regen hebben we ook te kampen met een stijgende zeespiegel, stijgend grondwater en een veranderende rivierafvoer. Niks doen is dus geen optie. We zijn gelukkig al wel meer dan duizend jaar bezig met slim watermanagement. Maar het vraagt nu nog meer van ons dan voorheen. Vandaar dat we, terwijl we de stresstest nog moeten uitvoeren, al veel werk hebben verzet. We zijn het stadium van de artist impressions allang voorbij.’

We zijn gelukkig al wel meer dan duizend jaar bezig met slim watermanagement.Arnoud Molenaar, Chief Resilience Officer bij de gemeente Rotterdam

De stappen die Rotterdam zet om een klimaatbestendige stad te worden, landden in 2013 niet alleen in de zogeheten Rotterdamse Adaptatie Strategie, maar trokken ook de aandacht van de Rockefeller Foundation, een organisatie die al sinds haar oprichting in 1913 het welzijn van de mensheid wil verbeteren. Een van de initiatieven van de Foundation is het 100 Resilient Cities Network. ‘In dit netwerk zitten steden die nog ver verwijderd zijn van de gewenste weerbaarheid, maar ook steden die al ver gevorderd zijn en hun kennis kunnen en willen overdragen’, legt Molenaar uit. ‘In die laatste categorie mogen we Rotterdam scharen. Eind 2013 mochten we in New York komen praten over onze klimaatadaptatie-aanpak. Burgemeester Aboutaleb heeft toen onder meer gesproken met Bill Clinton en Michael Bloomberg, oud-burgemeester van New York. We hoorden van het netwerk en dienden een aanvraag in. Die werd verzilverd. Daarna is alles in een stroomversnelling geraakt en ontwikkelden we een strategie in de volle breedte: de Rotterdam Resilience Strategie. De klimaatverandering is daarin slechts een van de disruptieve transities die we de komende jaren ondergaan [zie kader]. Zonder onze toetreding tot de 100 Resilient Cities Network was die strategie er nooit gekomen, althans niet zo concreet en gestructureerd als nu.’ 

Het Dakenlandschap: de next level van resilience

Rotterdam heeft gekozen voor een ‘holistische’ aanpak op basis van een overkoepelende, integrale strategie. Hierbij gaat het nooit om louter klimaatadaptatie, maar staat steevast de vraag ‘Wat voor stad willen we zijn?’ centraal. Klimaatbestendige maatregelen zijn een belangrijk hoofdstuk in het verhaal, maar de inrichting van de buitenruimte is nu eenmaal verknoopt met de infrastructuur van je stad en bijvoorbeeld ook met de vergroeningsopgave. ‘We leggen extra waterberging aan, maar doen dit zodanig dat het ten goede komt aan de stedelijke kwaliteit, aan de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van Rotterdam’, aldus Molenaar.

We creëren een nieuwe stadslaag, die Rotterdam nog weerbaarder, veerkrachtiger, duurzamer en aantrekkelijker maakt.Arnoud Molenaar, Chief Resilience Officer bij de gemeente Rotterdam

‘Het Dakenlandschap is daar een heel mooi voorbeeld van. In het centrum van Rotterdam heb je veel platte daken, die we nu nog niet benutten. We hadden al een “groene daken”-programma, waarbij we deze platte daken voorzien van groen. Dit programma gaan we nu omkatten naar een multifunctioneel dakenprogramma. Er komt op één vierkante kilometer “dakenlandschap” niet alleen groenvoorziening, maar bijvoorbeeld ook zonnepanelen. Die combinatie wekt meer energie op dan wanneer je alleen zonnepanelen plaatst. Verder krijgt het Dakenlandschap nog andere functies, zoals terrassen, speelplaatsen en mogelijkheden tot urban farming. Wellicht kan het ook nog een functie met betrekking tot waterveiligheid krijgen. We creëren een nieuwe stadslaag, die Rotterdam nog weerbaarder, veerkrachtiger, duurzamer en aantrekkelijker maakt. Het is, letterlijk én figuurlijk, de next level van resilience.’ 

Water Sensitive

De implementatie van de Rotterdamse Adaptatiestrategie is gebaseerd op een rijkgeschakeerd palet aan met elkaar verknoopte thema’s. Die diversiteit zie je ook terug als je kijkt naar de betrokken partijen. ‘We werken op een inclusieve manier aan klimaatbestendigheid, waarbij we de groene, aantrekkelijke stad als uitgangspunt nemen’, vertelt Molenaar. ‘Dit is iets wat we wijk voor wijk, samen met bewoners en ondernemers aanpakken.

Dit is iets wat we wijk voor wijk, samen met bewoners en ondernemers aanpakken.Arnoud Molenaar, Chief Resilience Officer bij de gemeente Rotterdam

We investeren op grote schaal in kleinschalige maatregelen. Denk daarbij aan groene daken en slimme regentonnen die je laten weten wanneer ze geleegd moeten worden omdat er een grote bui aankomt. Maar ook hele simpele ingrepen als een tegel uit je tuin halen en daar wat planten inzetten. “Water Sensitive” noemen we dat. Een dergelijke aanpak past ook goed bij de veranderende governance. De rol van de gemeente is door de decentralisatie anders. Overheden hebben minder te besteden, terwijl burgers juist mondiger worden en zelf met initiatieven komen. Het “Water Sensitive”-programma, dat wordt getrokken door collega’s van Stadsbeheer, laat heel goed zien wat je samen met bewoners kunt oppakken.’

Resilient Rotterdam: weerbaarheid op vele fronten

De klimaatverandering is slechts een van de veranderingen van de 21e eeuw waarop de gemeente Rotterdam zich weerbaar toont. Er zijn andere ontwikkelingen die aan de ene kant spanningen en zelfs crises kunnen veroorzaken en aan de andere kant gouden kansen bieden. Zo gaat de Rotterdam Resilience Strategie ook uitgebreid in op de ‘Next Economy’, de economie van de 21ste eeuw, waarbij we gelijktijdig van fossiel naar duurzaam, van analoog naar digitaal en van lineair extractief naar circulair duurzaam gaan.

Digitale transformatie

Een tweede transitie is de digitalisering. Er is sprake van een exponentieel verlopende technologische ontwikkeling, met steeds meer in zwang rakende termen als ‘Smart Society’ en ‘The Internet of Things’. Deze digitalisering heeft een enorme impact op onze samenleving. De volgende verandering, de transitie naar de nieuwe democratie, is hiervan een rechtstreeks gevolg. Door de digitalisering neemt, de social media ten spijt, de individualisering een grote vlucht. Ook de mondigheid van burgers en consumenten groeit. Verdere kenmerken van de nieuwe democratie zijn de toenemende zelforganisatie, de opkomst van de ‘prosumers’ (soms consument en dan weer producent) en de andere rol voor de overheid plus energie- en waterbedrijven. Naast dit alles krijgen we ook nog te maken met nu nog onbekende ontwikkelingen. We kunnen ons nog zo voorbereiden, vaak gebeurt er toch het onverwachte. En wél verwachte ontwikkelingen kunnen zich anders voltrekken dan we voorzien hadden. Om hiermee om te gaan is weerbaarheid in optima forma noodzakelijk.

Meer informatie: www.resilientrotterdam.nl  

Nederland kennisland

Niet alleen in Rotterdam en Twente zijn voorbeelden te vinden van effectieve klimaatadaptatie. Amsterdam heeft met Rainproof een sterk programma om extreme regenval tegen te gaan. Emmen werkt aan klimaatmaatregelen, met bijvoorbeeld de aanleg van een waterplein in de binnenstad. Ook in Zuid-Nederland, in steden als Eindhoven, Tilburg en Den Bosch, en in het hoge Noorden (ondermeer in Groningen) zijn er spraakmakende projecten. Ze zijn ontwikkeld op een stevig fundament van kennis en expertise. Zo is in Oost-Nederland door de UT en haar partners uit de triple helix – overheid, onderwijs en ondernemers – veel kennis ontwikkeld en in diverse leertrajecten gegoten. Bijvoorbeeld in de leerlijn met Saxion Hogeschool (onder andere het lectoraat Duurzame Leefomgeving).

We zijn stilaan een 'kennis hub' geworden.Watergraaf bij waterschap Vechtstromen, deeltijd hoogleraar Water Governance aan de UT

Verder heeft de UT diverse leerstoelen op het gebied van Water Governance en klimaatadaptatie. ‘We zijn stilaan een “kennis hub” geworden’, beaamt Stefan Kuks. ‘De scoop daarbij is mondiaal. Zo hebben we een hoogleraar, Tatjana Filatova, die wereldwijd onderzoek doet naar hoe samenlevingen zich kunnen voorbereiden op en kunnen wapenen tegen de schade van de klimaatverandering. Ze maakt ook modellen waarin je kunt zien hoe keuzes te maken zijn, hoe je de afweging kunt maken of je de mogelijke schade preventief gaan aanpakken of als restrisico laat bestaan. Daarnaast is de directeur van de KNMI, Gerard van der Steenhoven, deeltijd hoogleraar bij de UT (ook een van de sprekers op het Risk & Resilience Festival). Vraagstukken, ondermeer op het gebied van remote sensing, brengt hij bij ons in.

Met onder andere bouwbedrijf Strukton werken we in de stichting Pioneering aan innovaties op het gebied van waterrobuust bouwen. Verder is waterschap Vechtstromen leading partner in een Europees project dat onlangs is gestart, genaamd CATCH. Het gaat over kennisontwikkeling om steden meer watersensitief te maken.’

Cyber Resilience

Er kleeft wel een fikse ‘maar’ aan de digitale mogelijkheden. De klimaatverandering is namelijk een veelkoppig monster. De bedreigingen vanuit Moeder Natuur – klimatologische extremiteiten als gevolg van de opwarming van de aarde – hebben we indirect aan onszelf te danken, maar er is ook een rechtstreekse dreiging van menselijke aard: cyberterrorisme. Het is daarbij niet de vraag óf je gehackt wordt, maar wanneer. Cyber Resilience is een absolute voorwaarde om ook deze bedreiging met veerkracht te weerstaan: ‘smart’ kan niet zonder ‘safe’. Het frappante daarbij is dat cyberveiligheid veel overeenkomsten vertoont met waterveiligheid. Bij beide zijn er meer lagen van veiligheid. De eerste laag bij waterveiligheid is de bouw van een dijk; bij cyberveiligheid is dat een firewall. Maar je bent nooit helemaal veilig. Wat doe je als de dijk toch doorbreekt of een bres in je firewall geslagen wordt? Ben je daarop voorbereid en kun je snel weer ‘up & running’ zijn? Er is, zo stelt Arnoud Molenaar, Chief Resilience Officer bij de gemeente Rotterdam, naast een Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie 2018 dan ook een Deltaplan Cyberveiligheid nodig.

Masterclass Risico en Veiligeid in ICT en Cyberspace
Breng de cyber resilience van uw gemeente in kaart.
Bekijk masterclass

Vergelijkbare ontwikkelingen zijn er gaande in Rotterdam. ‘In mei van dit jaar hebben we een samenwerkingsverband gesloten met de Hogeschool Rotterdam’, laat Arnoud Molenaar weten. ‘Zij nemen vanaf dit schooljaar bij alle leermodules onze Resilience Strategie als uitgangspunt. We kunnen zodoende heel veel vragen neerleggen bij de studenten en hen ook inzetten om de wijken in te gaan. Een van de projecten is de ontwikkeling van een zogeheten “Resilience Scan”. We gaan nu allemaal aan de stresstest, maar ik sluit niet uit dat gemeenten in de toekomst – elke zes jaar is er een toetsmoment – met de scan gaan werken.’

We gaan nu allemaal aan de stresstest.Arnoud Molenaar, Chief Resilience Officer bij de gemeente Rotterdam

Klimaatadaptatie als exportproduct

Een tweede ontwikkeling in Rotterdam is de oprichting van de Climate Adaptation Academy, een initiatief waarmee Rotterdam samen met het internationale netwerk C40 steden voorziet van trainingen en technische ondersteuning op het gebied van de adaptatie aan klimaatverandering. ‘De eerste klant die bij ons aanklopte was Dubai, kort daarop gevolgd door Los Angeles’, vertelt Molenaar. ‘Onze Resilience-aanpak leidt tot spin-off en zelfs tot concrete business voor onze partners. Die zijn al aan de slag in steden als Jakarta en New Orleans.

De eerste klant die bij ons aanklopte was Dubai, kort daarop gevolgd door Los Angeles.Arnoud Molenaar, Chief Resilience Officer bij de gemeente Rotterdam

Jaarlijks krijgen we tachtig delegaties op bezoek om te kijken hoe wij onze stad veerkrachtiger en weerbaarder maken. Regionale partners hebben zich om die reden al verenigd in het Rotterdam Centre for Resilient Delta Cities (RDC). We hebben hier en op vele plaatsen elders in ons waterrijke, regenachtige land echt iets te pakken dat de BV Nederland kan versterken: klimaatadaptatie als exportproduct!’ ‘Door samenwerking leren we ook van internationale partners’, vult Kuks aan. ‘De samenwerking tussen de Universiteit Twente en het Stevens Institute of Technology levert bijvoorbeeld al veel op. Doel is om gezamenlijk te leren hoe in New York in het programma Rebuild by Design – op zeer innovatieve wijze – stedelijke klimaatprojecten zijn ontwikkeld.’

De Holland -Twente lijn

Onze exportkracht wordt de komende jaren alleen maar sterker. Want de heren Kuks en Molenaar gaan de handen ineen slaan. ‘We komen elkaar regelmatig tegen, maar tot een echte samenwerking is het tot nu toe niet gekomen’, laat Molenaar weten. ‘Nu is er echter een concreet lijntje tussen Rotterdam en Twente. Er komt zowel in Rotterdam als in Groningen een Global Center of Excellence on Climate Adaptation. Doel van het Center is om alle expertise in ons land en daarbuiten te verzamelen en beschikbaar te stellen voor elke Nederlandse gemeente, maar ook voor andere landen.’ En zo maken we, als mondiale koploper, niet alleen onze eigen steden, dorpen en het buitengebied weerbaarder en veerkrachtiger, maar zorgen we ook buiten de grenzen van ons natte, maar kennisintensieve land voor droge voeten en de nodige verkoeling

Masterclass Digitale Transformaties in de publieke sector
Handvatten om op de agenda te zetten bij uw gemeente 
Bekijk masterclass
Chat offline (contact)