ELAN bijdragen ORD Antwerpen juni 2017

Symposium Lesson Study Professionalisering van beginnende en ervaren docenten (door Nellie Verhoef en Fer Coenders)

Voorzitter: Sui Lin Goei, Vrije Universiteit Amsterdam, s.l.goei@vu.nl

Referent: Wouter van Joolingen, Universiteit Utrecht, w.r.vanjoolingen@uu.nl

Bijdragen:

1. Hoe bruikbaar en effectief is Lesson Study voor docenten (Nederlands en  wiskunde) in de Nederlandse context?         

Siebrich de Vries, Gerrit Roorda & Klaas van Veen, Rijks Universiteit Groningen, s.de.vries@rug.nl; g.roorda@rug.nl; klaas.van.veen@rug.nl

2. Lesson Study: een multidisciplinair team met beginnende en ervaren docenten

Nellie Verhoef, Universiteit Twente, n.c.verhoef@utwente.nl

3. Lesson Study: professionalisering van beginnende en ervaren scheikundedocenten op één school

Fer Coenders, Universiteit Twente, fer.coenders@utwente.nl

Samenvatting  

Lesson Study (LS) is een docentprofessionaliseringsbenadering afkomstig uit Japan, die steeds vaker in Nederland wordt ingezet. Achterliggend doel is gezamenlijk het onderwijs te verbeteren. Bij LS worden eerst de te bereiken doelen besproken, daarna wordt samen met het LS-team een les voorbereid, geïmplementeerd en geobserveerd en tot slot nabesproken. In dit symposium ligt de nadruk op de professionalisering van zowel beginnende als ervaren docenten door middel van LS. Aan de hand van drie casussen wil het symposium duidelijk maken wat en waarvan docenten leren wanneer ze participeren in LS. Vervolgens destilleren we uit deze casussen cruciale elementen binnen LS en bespreken hoe deze geborgd kunnen worden en wat ze opleveren. Mogelijke knelpunten en hun oplossingen komen als laatste aan bod.

Doelstellingen van de sessie

Lesson Study (LS) is een manier om gezamenlijk het onderwijs te verbeteren. LS heeft zijn oorsprong in Japan (Isoda, Stephens, Ohara, & Miyakawa, 2007). In Nederland ontstaat er steeds meer belangstelling voor (de Vries, Verhoef, & Goei, 2016). Omdat er grote culturele verschillen zijn tussen het Japanse en het Nederlandse onderwijs kan de Japanse invulling van LS niet zomaar naar Nederland overgezet worden (Ermeling & Graff-Ermeling, 2016).

Het doel van dit symposium is om aan de hand van een aantal concrete in Nederland uitgevoerde LS casussen meer zicht te krijgen op de (on)mogelijkheden van LS in Nederland. Onder welke randvoorwaarden kan LS effectief worden ingezet voor docentprofessionalisering? Wat zijn de cruciale elementen binnen LS, hoe kunnen we die borgen, en wat leveren dit soort trajecten dan aan opbrengsten voor docenten, leerlingen en scholen?

Overzicht presentaties

In de eerste presentatie wordt stilgestaan bij kenmerken van LS voor docentprofessionalisering. Vanuit zowel internationale als nationale literatuur zal worden beschreven wat we al weten op het gebied van het leren van docenten via LS. Parallel hieraan wordt een onderzoek beschreven dat is uitgevoerd onder docenten Nederlands en wiskunde. Hierin participeerden beginnende en ervaren docenten van twaalf scholen voor voortgezet onderwijs gedurende twee jaar in een LS leergemeenschap.

De tweede presentatie richt zich op het leren van beginnende en ervaren docenten in een multidisciplinair LS-team. Het LS-team bestond uit vier bovenbouwdocenten uit het voortgezet onderwijs van verschillende vakken, waaronder een beginnende docent Nederlands en een ervaren docent biologie. Het doel van dit LS-team was het verbeteren van de taalvaardigheid van de leerlingen. Zowel voor de beginnende als de ervaren docent blijkt LS bij te dragen aan hun professionele ontwikkeling.

In de derde bijdrage staat het leren van een beginnende en een ervaren scheikundebovenbouwdocent binnen een LS-team centraal. Het doel van dit LS-team was om de leerlingen actiever te maken in de les en hen meer verantwoordelijkheid te geven voor hun studie. Ook uit deze studie blijkt dat zowel de beginnende als de ervaren docent veel leren op het gebied van vakdidactiek.

Wetenschappelijke betekenis

Over de effectiviteit van LS in Japan is veel bekend. Maar hoe gedijt LS in de cultuur en de tradities van het Nederlandse onderwijs? Hoe verloopt LS, wat levert het op voor leerlingen, hun docenten, en de school of scholen waar de docenten werken? Aan welke voorwaarden moet voldaan zijn om LS adequaat te kunnen inzetten voor docentprofessionalisering? Wat zijn cruciale elementen in LS, waar zitten knelpunten en hoe zouden we die kunnen oplossen?

Structuur symposium

Na een korte inleiding op het symposium zullen de drie presentaties plaatsvinden, waarbij na elke presentatie kort tijd zal zijn voor verhelderende vragen. Hierna zal de referent gemeenschappelijke elementen uit de drie presentaties bespreken. De deelnemers worden uitgenodigd aan de discussie deel te nemen waarbij de vraag is wat LS bijdraagt aan de professionele ontwikkeling van docenten en hoe we LS in het Nederlandse onderwijs op grote schaal kunnen gebruiken.

Referenties

de Vries, S., Verhoef, N., & Goei, S. L. (2016). Lesson Study: een praktische gids voor het onderwijs. Apeldoorn: Garant.

Ermeling, B. A., & Graff-Ermeling, G. (2016). Teaching Better. Igniting and sustaining instructional improvement. Thousand Oaks: Corwin.

Isoda, M., Stephens, T., Ohara, J., & Miyakawa, T. (2007). Japanese lesson study in mathematics: Its impact, diversity and potential for educational improvement. Singapore: World Scientific Publishing  Co. Pte. Ltd.