Zie Agenda

Promotie Wouter Keijser

OPENING UP MEDICINE: PHYSICIANS AND LEADERSHIP IN TIMES OF TRANSFORMATION

Wouter Keijser is een PhD student in de research groep Change Management & Organization Behaviour. Zijn promotor is prof.dr. C.P.M. Wilderom van de Faculteit Behavioural, Management and Social Sciences. 

In case you want this information in English, please go to our English website.

Dit proefschrift richt zich op het fenomeen van medisch leiderschap (ML), dat recent opdook in de zorgwereld en dat sindsdien toenemend in de belangstelling staat binnen de wereld van zorgprofessionals en onderzoekers. Ondanks het overvloedige aanbod van ML-trainingen ten behoeve van artsen en het feit dat ML-educatie ook steeds meer wordt ingebed in de medische curricula, is nog veel onduidelijkheid met betrekking tot dit nieuwe concept. Dit proefschrift heeft twee doelen: a) bijdragen aan het verhelderen van het begrip ML en b) het bevorderen van discussie over dit fenomeen, in wetenschap, in zorgpraktijk, en (medisch) onderwijs. Vanuit verschillende onderzoeksperspectieven werden kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethoden toegepast en werd onderzoekdata afkomstige van uiteenlopende bronnen geanalyseerd, variërend van literatuur reviews, interviews, focusgroepen, enquêtes en andere metingen.

Internationale wetenschappelijke literatuur vanuit verschillende gebieden alsmede nationaal archiefmateriaal uit zes Westerse landen werd bestudeerd. Mede ondersteund door een serie interviews met nationale ML-experts in deze zes landen resulteerde deze studie in een duidelijker beeld van de ontstaansgeschiedenis en -wortels van ML. Tevens leidde dit onderzoek tot het identificeren van de belangrijkste dimensies van ML, namelijk: ‘interconnectiviteit’, ‘openheid en reciprociteit’ en ‘adaptief organiseren van inclusieve verandering’. Gezamenlijk vormen deze drie de nieuwe professionele oriëntatie van dokters in de onderzochte landen.

Voorts wordt het ontwikkelproces van een nationaal raamwerk ML-competenties uiteengezet, gebaseerd op de Nederlandse ‘casus’. Hier wordt uitgebreid beschreven hoe een zogenaamde ‘community of practice’, in deze casus in samenwerking met de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) en op basis van de toepassing van onderscheidene onderzoeksmethoden, een nationale ‘taal’ aan de medische gemeenschap kan leveren.

Door ML te plaatsen in het veelzijdige perspectief van het zorgsysteem en de maatschappij in het algemeen, werd een model ontwikkeld dat kan helpen bij analytisch onderzoek naar de potentiële positieve bijdragen van ML en de wijze waarop deze geoogst kunnen worden. Dit werk werd vergezeld door een uitgebreide studie naar hoe artsen adequaat bij kunnen dragen aan het effectief aangaan van de ‘wicked problems’, die kenmerkend zijn voor de transformatie in het zorgsysteem, resulterend in een serie aanbevelingen voor onderwijskundigen, management en bestuurders.

Een conceptueel raamwerk wordt gepresenteerd waarin de richtinggevende principes uiteen worden gelegd voor doelmatig ontwerp en adequate uitrol van ML-training. Daarnaast, in een vergelijkbare kruisbestuiving van verschillende expertise gebieden, werd een aanpak ontwikkeld waarmee in de zorgpraktijk ML kan worden ontplooid op basis van nauwe samenwerking met niet-medische professionals. Geworteld in de theorieën van ‘communities of practise’, professionele (medisch) leiderschap identiteit ontwikkeling en interprofessioneel onderwijs biedt deze nieuwe aanpak multidisciplinaire afdelingen een instrumentarium ten behoeve van meer effectieve samenwerking.

Vanuit een praktijk-perspectief wordt een 4,5 jaar durende interventie-effect studie beschreven, waarin een samenvoeging van het interdisciplinaire teamwork curriculum ‘TeamSTEPPS’ met ML-competentie coaching van chirurgen en anesthesiologen binnen de academische multidisciplinaire setting van een hartchirurgische afdeling wordt toegepast. Daarbij wordt gebruikt gemaakt van een nieuwe richtlijn ten behoeve van de wetenschappelijke rapportage van multiprofessionele teamwork interventies, welke tevens in het kader van dit proefschrift werd ontwikkeld.

Het proefschrift besluit tenslotte met een tweetal reflecties op ML met betrekking tot innovatieve zorgvormen, behelzende een literatuur review naar het ‘e-leiderschap’ van artsen en een overzicht van een recent consortium van meerdere pan-Europese programma’s binnen een studie naar de implementatie van e-health toepassingen ten behoeve van vergaande integratie van medische, wijk-, en mantelzorg voor ouderen in verschillende Europese regio’s.

Op basis van het onderzoek dat werd gedaan in het kader van dit proefschrift, blijken medici in verschillende Westerse landen actief bezig met de inlijving van hun nieuwe niet-klinische gedragslijnen en competenties in hun professionele repertoire, dat toenemend gericht is op en aanstuurt op continue en inclusieve innovatie en verandering. Dit proefschrift toont op wetenschappelijk wijze aan dat ML niet een ‘holle’ of trendy term is, maar van een blijvend karakter is. Daarentegen, zoals in verschillende hoofdstukken wordt beschreven, geeft dit proefschrift ook aan dat er meer nodig is dan het louter organiseren van ML-training voor artsen. Om uiteindelijk de potentiële voordelen van het nieuwe leiderschap van artsen te kunnen oogsten, is een netwerk-aanpak nodig waarin alle betrokken partijen in de zorg participeren. Naast de inzet van individuele artsen die zich door middel van ML in hogere mate bekwamen in zelfreflectie en het ontwikkelen van nieuwe niet-klinische competenties, ligt de toekomst van ML grotendeels in de handen van andere belanghebbenden in de zorg waarvan verwacht mag worden dat zij deze medische professionals ondersteunen in hun verantwoordelijke werk en levenslange leerproces.