Lieve meisjes komen niet ver (Artikel uit Trouw)

Lieve meisjes komen niet ver.

Stop dus met ploeteren, met aardig en behulpzaam zijn.

door Eveline Brandt verschenen in Trouw, de Gids, 11 november 2005

Link naar Artikel in Trouw.

Susan was prettig gezelschap, vonden haar collega’s. Ze werkte altijd hard en het was fijn als zij bij vergaderingen was. Dan luisterde ze glimlachend naar anderen terwijl ze vriendelijk haar hoofd schuin hield. Als anderen spraken, knikte ze instemmend. Als ze zelf aan het woord was, gebruikte Susan bescheiden formuleringen. Zoals: ,,Misschien zouden we eens..."

Aan het begin van haar carrière leverde dit gedrag haar wel wat op. Maar nu stond ze al bijna twintig jaar stil in het bedrijf waar ze werkte, terwijl ze hogerop wilde. Ze begreep het niet. Lois Frankel, die haar observeerde en later coachte, begreep het wel. Susan gedroeg zich als een meisje.

Hoeveel fouten kan een mens, een vrouw, maken in haar werk? Veel, pijnlijk veel. Wel 101, schrijft de Amerikaanse coach Lois Frankel, die al die fouten optekende in een onlangs vertaald boek, getiteld ’Opzij! Opzij! Opzij!’

Coach Lois Frankel: Klagen is een excuus om vast te blijven zitten

Neem deze: hard werken is goed. Te hard werken is fout. Veel vrouwen werken vlijtig als mieren, constateert Frankel. ,,Het is een mythe dat mensen succes behalen door hard te werken. De waarheid is dat er nog nooit iemand is gepromoveerd omdat ze zo hard werkte. Strategisch denken, netwerken, samenwerken: dat zijn veel belangrijker factoren voor een succesvolle carrière.”

Bescheiden zijn. Je ideeën weggeven. Zachtjes praten. Hoog praten. Te vaak glimlachen. Te weinig ruimte innemen. Kantoorpolitiek ontlopen. Allemaal fout, fout, fout! En allemaal typisch, stereotiep vrouwelijk gedrag – aldus Lois Frankel.

Frankel geeft ’workshops waarin vrouwen leren hun doelen te bereiken’, ze coacht individuele vrouwen en ze heeft een psychotherapiepraktijk waarin ze bijna alleen werkende vrouwen behandelt.

Zelf heeft Frankel geen last van overbescheiden meisjesgedrag. Ze vertelt breeduit dat ze met vele duizenden vrouwen heeft gewerkt en al bijna 25 jaar ervaring heeft als coach, trainer en psychotherapeut. Die ervaring heeft haar geleerd dat vrouwen die carrière willen maken, vaak zelf hun grootste tegenstander zijn. Zij maken allemaal dezelfde fouten. ,,Ik heb vrouwen in honderden vergaderingen geobserveerd. Degenen die genegeerd werden, reageerden allemaal hetzelfde. Ik kon zien en horen hoe ze onbewust hun geloofwaardigheid aan het ondermijnen waren en hun carrière saboteerden. Niemand hoefde het voor ze te doen, ze deden het zelf al.”

Als ze daarmee ophouden, en Frankels adviezen opvolgen, en hun eigen, innerlijke glazen plafond aan diggelen slaan – dan maken ze vaak promotie. Of ze krijgen die felbegeerde eerste baan, of eindelijk loonsverhoging, of meer respect. Volgens Frankel zelf. Maar ook volgens de vrouwen die zij opvoert.

Een stoet werkende vrouwen trekt langs in het boek. We zien hoe hard ze werken, hoe aardig ze zijn, hoe braaf en verantwoordelijk en behulpzaam. En we zien hoe weinig ze dat oplevert.

Stop being a girl! Dat is wat de coach hen adviseert. Want lieve meisjes komen niet ver.

Waarom gedragen volwassen, werkende vrouwen zich vaak als een meisje? Simpel, stelt Frankel, die niet al te diep graaft: omdat ze dat geleerd hebben. De meeste meisjes leren dat ze vriendelijk moeten zijn, mooi, gehoorzaam, goedgemanierd, en gericht op relaties. ,,Jongens vinden het niet leuk als meisjes zo’n grote mond hebben”, waarschuwt moeder.

Ook later ondervinden vrouwen voortdurend dat het meer geaccepteerd wordt om zich als een lief meisje dan als een volwassen vrouw te gedragen. ,,Waarom ben je zo boos? Ben je ongesteld?”, vraagt manlief.

Vrouwen blijven ook vaak in meisjesgedrag hangen omdat dit ze – vroeger – veel positiefs opleverde. ,,Mensen houden van meisjes. Mannen willen meisjes beschermen, bewonderen. Meisjes zijn lief en eisen niet veel. Ze zijn leuk gezelschap – het lijken wel huisdieren.”

Wie die grenzen uit haar kindertijd over wil, krijgt vaak negatieve reacties. Men vindt dat je je als een kerel of een bitch gedraagt – of, niet onbelangrijk: je bent daar zelf bang voor.

Vrouwen zijn, kortom, niet bewúst bezig hun eigen carrière te saboteren, ze gedragen zich alleen zoals ze het geleerd hebben. Ze zijn dus aardig, bescheiden. Ze nemen veel minder vaak een taxi op kosten van de zaak dan hun mannelijke collega’s. Ze bakken thuis koekjes en nemen die mee naar kantoor om uit te delen.

Niet doen. Geen collega’s voederen. Het is heel erg, zegt Frankel, maar: ,,We vinden mensen die andere mensen voeden niet belangrijk.”

Betekent dit dat er op het werk niet meer gediscrimineerd wordt? Helemaal niet, erkent Frankel. Vrouwen verdienen nog steeds minder dan mannen in dezelfde baan en ze krijgen minder vaak hogere functies aangeboden. Vrouwen worden consequent slechter beoordeeld, blijkt uit onderzoek dat zij aanhaalt, en een bedrijf met een vrouw aan het hoofd is een zeldzaamheid. Maar de coach zegt goedgemutst: Nou en? ,,We kunnen dit gaan rationaliseren, verdedigen of erover klagen, maar we kunnen ook erkennen dat dit de realiteit is waarbinnen we moeten werken. Rationaliseren, verdedigen en klagen brengt ons niets dichter bij ons doel. Het zijn excuses om vast te blijven zitten.”

En een Frankel-vrouw wil niet ’vast blijven zitten’. Die wil vooruit. Hoe? Daarvoor heeft Frankel vele adviezen. De 101 ontmoedigende fouten die zij beschrijft, worden telkens gevolgd door evenzovele opgewekte tips hoe je dan wél te gedragen op de werkvloer.

Iedere coach, het is genoegzaam bekend, heeft als credo dat je de oplossing voor een probleem niet moet zoeken in het veranderen van de ander – je partner, je collega, je omgeving– maar dat je alleen jezelf kunt veranderen.

Grijp de macht over je eigen leven, zegt Frankel lekker vet-Amerikaans: je hebt een keuze! En ze citeert Eleanor Roosevelt, die zei: ,,Niemand kan je een minderwaardigheidsgevoel geven zonder dat je er zelf mee instemt.’’ Niet mee instemmen dus. En ook niet altijd je collega’s om raad vragen voordat je een beslissing neemt. Noch om toestemming. En houd eens op met je zo vaak te verontschuldigen. En nooit huilen op je werk. Maar daar is met dit handboek straks ook geen enkele reden meer voor.

Coaching tips

Naast een heleboel don’ts (verboden) komt Lois Frankel met een lange rij do’s (geboden). Zoals:

Verspil eens wat tijd. Ga ervan uit dat je ongeveer vijf procent van je tijd bezig moet zijn met het onderhouden van werkrelaties. Als het minder is, doe je iets verkeerd.

Laat anderen weten wat je gaat doen in plaats van daarvoor toestemming te vragen.

Als iemand hetzelfde voorstel doet als jij net deed, benoem het dan: ’Ik geloof dat je voortbouwt op mijn suggestie van daarnet, dus ik sta erachter.’

Als je je best voor anderen doet, laat ze dat dan weten. Bijvoorbeeld door te zeggen: ’Of ik dit af kan maken voor ik wegga? Nou, ik heb een afspraak, maar ik bel wel even dat ik later kom.’

Zeg na een compliment nooit, nooit, nooit meer: ’Het stelde niets voor’. Kijk de ander aan en zeg simpelweg: ’Dank je’. Haal jezelf niet naar beneden.

Opzij! Opzij! Opzij!

101 adviezen om carrière te maken voor vrouwen. Lois Frankel, Uitgeverij Arena, 270 blz.