UTQ/BKO

UTQ/BKO

Arbitrage

Als een beoordelingscommissie op een universiteit geen consensus heeft kunnen bereiken wordt arbitrage aangevraagd.

1.Arbitrage wordt aangevraagd door de lokale BKO-coördinator na melding van de beoordelingscommissie

2.Binnen een termijn van 4 weken vindt arbitrage en bekendmaking van de uitslag plaats;

3.de CvT beoordeelt de kandidaten op basis van hun portfolio. In principe doen de commissieleden van de universiteit van de betreffende kandidaat niet mee aan deze beoordeling;

4.bij de beoordeling hanteert men de criteria, die vooraf bekend zijn gemaakt in de toetshandleiding;

5.beoordelingscommissie noch kandidaat worden gehoord;

6.het eindoordeel wordt schriftelijk onderbouwd;

7.het eindoordeel met onderbouwing van de commissie wordt bekend gemaakt aan de lokale BKO coördinator. Deze BKO coördinator informeert de betreffende beoordelingscommissie en de kandidaat;

8.tegen het oordeel van de CvT is geen beroep mogelijk.

Bezwaar

Als de kandidaat het niet eens is met het oordeel van de beoordelingscommissie kan de kandidaat bezwaar aantekenen.

1.Een BKO-kandidaat kan binnen zes weken na bekendmaking van een beslissing van de beoordelingscommissie bezwaar aantekenen bij het College van Bestuur.

2.Alvorens het College van Bestuur een beslissing neemt op het bezwaar dienen de desbetreffende beoordelingscommissie en de desbetreffende BKO-kandidaat binnen twee weken na te gaan of een minnelijke schikking kan worden bereikt en dienen zij van de uitkomst daarvan het College van Bestuur schriftelijk in kennis te stellen.

3.Indien geen minnelijke schikking kan worden bereikt, vraagt het College van Bestuur advies aan de CvT.

4.De CvT hoort de partijen en brengt advies uit aan het College van Bestuur. Dit advies bevat een verslag van het horen.

5.Het College van Bestuur neemt binnen 12 weken na ontvangst van het bezwaarschrift een beslissing op het bezwaar. Die beslissing is bindend.