Antwoorden op de test: wat weet u van het formuleren van tentamenvragen


In voorgaande aflevering van VoP stond een test over toetsing. Je kon hiermee je kennis op dit gebied testen, maar ook een leuke prijs mee winnen. Mocht u de test nog niet gedaan hebben, kijk in VoP 19 en probeer het alsnog. U kunt daarna in deze aflevering meteen de antwoorden bekijken en zien wie er gewonnen heeft. Prijswinnaars: van harte gefeliciteerd!


Prijswinnaars

De winnaar is Yfke Ongena, zij krijgt het boek Eerste Hulp bij Didactische Ongelukken. Gezien de kwaliteit van de antwoorden, vonden we tevens een tweede prijs op zijn plaats voor Barend van der Meulen. Gefeliciteerd!

Voor een ieder die niet gewonnen of niet mee heeft kunnen doen, hebben we nog een mooie ‘troostprijs’, zie onderstaande tegoedbon*.

Mocht u bij veel vragen wat getwijfeld hebben over het goede antwoord, dan is misschien een korte workshop Toetstraining een goed idee? U kunt individueel deelnemen aan de cursus die regelmatig aangeboden wordt door de Onderwijskundige Dienst of u kunt een maatwerkworkshop voor bijvoorbeeld uw vakgroep of tezamen met een groep collega’s aanvragen.


* Deze aanbieding is alleen geldig voor medewerkers van de Universiteit Twente.

Voor externen die gebruik willen maken van de mogelijkheid voor een consult, die een training op maat wensen of wensen deel te nemen aan de geplande Toetsworkshops in 2009, worden kosten in rekening gebracht. Neem contact op met het OD om te informeren naar de voorwaarden.



Test over toetsing

Heeft u de test nog niet gemaakt en wilt u deze eerst zelf doen, zonder meteen de antwoorden te zien, kijk dan op: http://www.utwente.nl/vop/nieuwsbrief_19/beoordelen_tentamenvragen.doc/


Antwoorden

Blader verder – klik op oranje pijl hieronder.

Antwoorden op de testvragen

Beoordelen van open en gesloten tentamenvragen



1.

In het boek ‘Mei’ van Herman Gorter speelt het motief ‘muziek’ een belangrijke rol. Geef een toelichting.


Deze vraag is veel te open geformuleerd. Wat verwacht je van de studenten? Een voorbeeld (“er wordt 5 keer verwezen naar een muziekinstrument”) of een essay van 3 pagina’s?



2.

In Nederland is sinds het oprichten van het CITO in 1967 de trend ontstaan leerlingen op basisscholen regelmatig met geobjectiveerde schooltoetsen lastig te vallen.


Juist/onjuist



Dit zijn meer vragen in één: maakt het CITO schooltoetsen? Is het CITO opgericht in 1967? Zijn de schooltoetsen geobjectiveerd? Gaat het om lastigvallen?


3.

Epistemologie is een filosofische stroming die betrekking heeft op:

a.De aard en de oorsprong van kennis, in het bijzonder de wijze waarop mensen externe stimuli kunnen omzetten in kennis

b.Het wezen van het bestaan

c.Schoonheid

d.Sterfte



De alternatieven zijn niet vergelijkbaar geformuleerd, zonder enige kennis zouden de meeste studenten voor antwoord a kiezen, want dat is het langste en meest gedetailleerde antwoord.


4. Waarom bepaalt het KNMI elk uur de temperatuur op een groot aantal meetpunten?



Vraag is dubbelzinnig: Waarom het KNMI, waarom elk uur, waarom op een groot aantal meetpunten? Wat is de vraag nu eigenlijk?


5. Bij hoeveel graden Celsius gaat water bij 1 atmosfeer koken?

a.100°

b.180°

c.360°



Goede mc-vraag op kennisniveau, alternatieven zijn geordend van klein naar groot (geeft dus geen aanwijzing voor het juiste antwoord).


6.

Gegeven: Twee gezonde ouders zijn beiden drager van een autosomaal recessief overervend gen. Bij een deel van hun kinderen zullen zich manifeste ziekteverschijnselen vertonen, bij de rest niet. De kinderen zonder ziekteverschijnselen hebben een bepaalde kans om drager te zijn van dit gen.


Stelling: Deze kans bedraagt 2/3 juist/onjuist



Voorbeeld van een mc-vraag op inzichtniveau.


7.

Algerije…

a.Heeft een overwegend zwarte bevolking

b.Is een voormalige Franse kolonie

c.Heeft een landklimaat



Het is niet duidelijk wat de vraag is en de antwoorden sluiten elkaar niet uit. Bij een goede mc-vraag geldt dat de stam de vraag of het probleem moet bevatten.


8.

Het is niet juist om te beweren dat de klassiek psychoanalyse zich niet bezighoudt met…

a.Geconditioneerde reflexen

b.Mathematische gedragsmodellen

c.Theorievorming

NB. Gevraagd wordt welk alternatief niet juist is.



De vraag is erg moeilijk leesbaar door het gebruik van een dubbele ontkenning. De (on)leesbaarheid van de vraag beïnvloedt zo de keuze van het goede antwoord.


9.

Beoordeel de juistheid van de volgende twee stellingen

1.Piaget is vooral bekend om zijn theorie over schildpadden

2.Het studiehuis is conceptueel verwant aan probleemgestuurd onderwijs


a.1 is juist en 2 is onjuist

b.1 is onjuist en 2 is juist

c.1 en 2 zijn beide juist

d.1 en 2 zijn beide onjuist



Het zijn 2 vragen. Als de studenten 1 vraag zeker weten en 1 vraag niet is de kans op een goed antwoord lager dan wanneer het 2 losse vragen zouden zijn. Vervelend voor deze studenten, maar strikt genomen geen probleem. In dit geval kan het wel verwarrend zijn dat de 2 vragen over heel verschillende onderwerpen gaan.


10.

In de DSM-IV-classificatie wordt de ‘depressieve periode’ gedefinieerd. Hierbij kunnen zogenaamde ‘vitale symptomen’ aanwezig zijn.

Een vitaal symptoom is/vitale symptomen zijn:


- gewichtsverlies juist/onjuist

- diarree juist/onjuist

- moeite met inslapen juist/onjuist

- concentratieproblemen juist/onjuist



Het zijn 4 juist/onjuist vragen over dezelfde context. Op zich een goede vraag, alleen is het niet duidelijk of het om vitale symptomen in het algemeen gaat, of om vitale symptomen van een depressie.