WO-SPRINT projecten op de UT: stand van zaken en oproep!


De Universiteit Twente neemt sinds eind februari jl. deel aan het landelijke Stimuleringsprogramma Innovatief Natuurwetenschappelijk en Technisch onderwijs (SPRINT). Van het Platform Bèta Techniek ontvangt de UT subsidies ten bate van instroom- en doorstroomprojecten in het bètaonderwijs en ten bate van het bieden van aantrekkelijke loopbaanperspectieven voor uitstromers. Zijn we blij mee natuurlijk! Maar…wat gebeurt er nu eigenlijk precies op dit gebied? Kunnen er nog projecten worden ingediend?


Een stukje achtergrondinformatie over WO Sprint

In juli 2004 is het Platform Bèta Techniek (PBT) ingesteld. Het Platform Bèta Techniek wil zorgdragen voor goede beschikbaarheid van bètatechnici. Structureel dient het percentage leerlingen en studenten in bètatechnisch onderwijs met 15% verhoogd te worden en dient bestaand talent in bedrijven en onderzoeksinstellingen beter benut te worden. In dit kader is gekozen voor een aanpak over de breedte van de hele loopbaanketen: van primair naar voortgezet en beroepsonderwijs tot en met hoger onderwijs en de arbeidsmarkt. Het Platform heeft een aantal integrale programma’s opgezet die aansluiten bij de verschillende sectoren. Een van die programma’s, specifiek gericht op de universiteiten, is WO Sprint, dat loopt vanaf 2006 t/m 2008.

WO Sprint heeft tot doel scholieren te interesseren voor een bètatechnische studie, een goede doorstroming van bètastudenten te stimuleren en een aantrekkelijk loopbaanperspectief voor bètastudenten te creëren. Doelstelling voor 2007 is het realiseren van 15% méér instroom. Voor 2010 geldt het realiseren van 15% meer uitstroom van afgestudeerde bètatechnici.
De Sprint-middelen bestaan uit een stimuleringsbijdrage in de vorm van additionele financiering passend bij de eigen ambities en plannen van de instellingen en gekoppeld aan een systeem van monitoring en auditing en, waar nodig, bijsturing vanuit het Platform. Het programma WO Sprint wil direct aansluiten bij het instellingsbeleid, bij bestaande initiatieven en good practices van universiteiten. De universiteiten dienen zelf inhoud te geven aan het programma. Universiteiten met beta/techniek-opleidingen konden hiervoor voorstellen indienen voor in-, door- en uitstroomprojecten. Alle 10 de betreffende universiteiten hebben hier gehoor aan gegeven.

Naast stimuleringsgelden biedt het Platform op de eigen website o.a. cijfers, informatie en andere kennis.


De voorstellen voor de Sprint-projecten van de UT

Organisatie

Op de UT worden de WO Sprint activiteiten gecoördineerd door de Stuurgroep WO Sprint. Deze stuurgroep bestaat uit drie opleidingsdirecteuren en een stafmedewerker uit DUB / ABZ. De UT heeft het voorstel op 23 december 2005 ingediend via de nota: “Voorstel Universiteit Twente in het kader van het programma WO-SPRINT voor de periode 2005/2008”. Vele personen en instanties binnen de UT zijn hiervoor door stafmedewerker Rob van Dijk benaderd en hebben een bijdrage aan de voorstellen kunnen leveren. Op 24 februari werd er groen licht gegeven door het Platform Bèta Techniek. De reactie van het Platform luidde kort samengevat, dat de voorgestelde projecten er veelbelovend uit zagen.

Zoals al aangegeven, geeft het Platform Bèta Techniek feedback en bijsturing middels een systeem van monitoring en auditing. Het gaat niet alleen om de merites van de gestarte projecten, maar ook om de aansturing en de samenhang plus verankering van de doelstellingen van het Platform Bèta Techniek in het onderwijsbeleid van de UT. Om deze reden is het WO Sprint programma mede input geweest voor de recente Onderwijsnota van de UT die inmiddels is besproken in het UMT, de Stuurgroep Onderwijs en de Universiteitsraad.

Naast de bilaterale overeenkomst met het Platform Bèta Techniek heeft de UT ook een regioconvenant getekend, samen met SAXION en het ROC. Ook dit regioconvenant staat onder een systeem van monitor en audit.


Doelen

Als doelstelling voor instroom van nieuwe studenten heeft de UT in het Instellingsplan 2005-2010 een target voor 2010 voor de bachelorinstroom vastgesteld van 15% boven de instroom die in het cursusjaar 2003/2004 is gerealiseerd. Geëxtrapoleerd naar de opleidingen binnen de drie technische faculteiten betekent dit een groei van 891 naar 1025 studenten, dus een toename van 134 ten opzichte van het cursusjaar 2003/2004.

Voor de doorstroming heeft de UT zich in het Instellingsplan 2005-2010, tot doel gesteld om het rendement van de bacheloropleidingen in 2010 te hebben verhoogd tot 75% en het rendement van de masteropleidingen tot 90%. Op dit moment zitten de studierendementen in de techniekopleidingen nog aanzienlijk beneden deze target en lijkt er eerder sprake van een dalende tendens.

Onder de noemer “uitstroom” zijn geen doelen in cijfers aangegeven, maar wordt gestreefd naar het bieden van meer en aantrekkelijke(re) carrièreperspectieven. Het stimuleren van en het bieden van een goede voorbereiding op ondernemerschap speelt in dit kader een belangrijke rol.

De projecten die zijn voorgedragen voor het Sprint-project, bouwen voort op al lopende initiatieven en gesignaleerde knel- en aandachtspunten.


Instroomprojecten

Ten bate van de verhoging van de instroom, zullen de Sprint-gelden voor een belangrijk deel ingezet worden voor projecten die het UT-Instituut ELAN, in samenwerking met de stuurgroep LINX college, heeft opgezet en coördineert. Het UT-instituut ELAN (Expertiseontwikkeling in het VO, Lerarenopleiding, Aansluiting VO-HO en Nascholing) heeft het initiatief genomen tot oprichting van het LINX College, waarin diverse vo, mbo en hbo-instellingen uit de regio samenwerken. Binnen het LINX College zijn verschillende programmalijnen ontwikkeld die betrekking hebben op leerlingen, docenten/decanen/studieadviseurs en management. Inhoudelijk vallen de projecten onder de leerlijn(en) bèta & techniek en lopen ze vanaf de bovenbouw basisonderwijs tot en met de propedeuse van de UT door. De keuze van de projecten, zoals weergegeven in tabel 1, is gebaseerd op de “witte plekken” die naar het oordeel van de UT nog in deze leerlijnen aanwezig zijn. Bij de uitvoering zal middels de 3TU-werkgroep “Aansluiting” afstemming plaatsvinden met de TU Delft en de TU Eindhoven.


Onderdeel

Inzet WO-sprint

Werving


•intensivering wervingsactiviteiten

•Profielkeuzedag

•Koester je talent

Aansluiting VO -UT

Ondersteuning scholieren (Masterclasses, Toppers, Studie Try-outs, SDA, TEAM, leerlingenwerkplaats)

Doorgaande leerwegen, activiteiten gericht op docenten/scholen (3xO, Technasium)

Realiseren van het beoogde rendement

Competentievergelijking met HBO (SAXION); vervolgproject zij-instroom


Uitbreiding capaciteit studiebegeleiding en mentoraat faculteiten CTW-TNW-EWI

Ketenbenadering: organisatie intakegesprek,

stimuleren tot studie: studietijdsbesteding ver-hogen, reactivering stilstandstudenten, uitbouw studentenvolgsystem, stakersonderzoek – exitgesprek

Implementatie “Stilstaan bij Stilstand


Psychotherapiecentrum

Ondernemerschap in het Onderwijs/promotie ondernemerschap



•Verdere ontwikkeling van modulen Kennisintensief Ondernemerschap

•Ontwikkelen van competenties ondernemerschap (Mastersfase)

•TOP-project

Monitoring uitstroom


Structurele monitoring van de uitstroom:

•Enquêteren van werkgevers over de kwaliteit van de - afgestudeerden

•Het bevragen van alumni over de bruikbaarheid van hun opleiding in de maatschappij.

Tabel 1.: Overzicht van de UT voorstellen in het kader van WO Sprint (uit: Voorstel Universiteit Twente in het kader van het programma WO-SPRINT voor de periode 2005/2008. UT, December 2004.)


Doorstroomprojecten

In het kader van de (verbetering van de) doorstroming en het aantal uitstromers, zijn enkele voorstellen in de nota aangegeven.
Een belangrijk aandachtsgebied in het kader van de doorstroming is de beschikbare capaciteit voor studiebegeleiding en mentoraat in de technische faculteiten. De UT wil m.b.v. de subsidiegelden zorgdragen voor uitbreiding en inhoudelijke versterking.

Het onderzoek Stilstaan bij stilstand (Vlas & Vaneker, dec. 2003) heeft diverse aanbevelingen opgeleverd die goed passen bij het noodzakelijke flankerende beleid rond de invoering van het Bindend Studieadvies. Het Sprint-programma biedt de mogelijkheden om met een of meer van deze aanbevelingen aan de slag te gaan.

De aanbevelingen hebben (in trefwoorden) betrekking op onder andere:

•ingrepen in het universitair verdeelmodel: financiële prikkels om doorstroom te bevorderen;

•ontwikkeling van een praktisch bruikbaar en signalerend studentvolgsysteem;

•professionaliseringsactiviteiten t.b.v. studieadviseurs en andere studentbegeleiders, inclusief de opzet van een kenniscentrum met informatie, methoden en hulpmiddelen voor studieadviseurs;

•betere afstemming tussen en scholing voor alle betrokkenen bij studentbegeleiders (tutoren, studentmentoren, docentmentoren, studieadviseurs, decanen, psychologen e.a. betrokkenen);

•skillslab of korte cursussen voor studenten met studievaardigheidsproblemen;

•monitoring van specifieke instroomgroepen;

•ontwikkelen van een visie op en eventueel een format voor studentbegeleiding, heroverweging studentbegeleiding in het kader van Bama;

•verbetering informatievoorziening naar studenten over studiezaken.

In 2004 is een onderzoek verricht naar de overeenkomsten en verschillen tussen competenties bij de opleidingen Technische Natuurkunde bij de UT en Saxion Hogescholen (Pothof, 2004). Dit met het oog op de formulering van instapeisen. Het College van Bestuur van de UT en de Raad van Bestuur van SAXION concludeerden in 2004, dat een dergelijke studie ook voor andere opleidingen interessant zijn. De uitkomsten kunnen onder meer bijdragen aan het verbeteren van de aansluiting en daarmee een bijdrage leveren aan de studierendementen van de groeiende groep verticale doorstromers vanuit het HBO.

Een nieuw initiatief van Bureau Studenten Psychologen (BSP) is de verkenning van de haalbaarheid van een psychotherapiecentrum dat uiteindelijk bekostigd zal gaan worden vanuit de AWBZ en zo mogelijk gezamenlijk opgezet zal worden met de andere regionale hoger onderwijsinstellingen.
Voor ongeveer 1 op de 10 studenten die het BSP jaarlijks bezoekt (totaal: circa 500), blijkt een verwijzing naar de reguliere GGZ nodig. De wachttijden blijken daarvoor erg ver op te kunnen lopen - tot soms een jaar - dit heeft in het ergste geval tot gevolg dat de student al die tijd niet verder studeert.

De stand van zaken

De Stuurgroep WO Sprint van de UT heeft er na advies van het Platform Bèta Techniek voor gekozen om allereerst de aandacht te richten op de instroomprojecten. De door- en uitstroomprojecten worden in een wat later stadium nader ingevuld en zullen ook wat later van start gaan.

De Stuurgroep heeft inmiddels vijf instroomprojecten toegewezen die met Sprint-subidie worden ondersteund. Deze projecten (Technasium, TEAM, Beta 1:1, Regionaal Steunpunt Wiskunde D en Sustainable Design Award) zijn inmiddels van start gegaan. Binnenkort zal de Stuurgroep ook een besluit nemen over een aantal andere instroom (feitelijk: aansluitings)projecten die in het voorstel van 23 december waren opgenomen.


Nu komen ook de doorstroomprojecten aan de orde. De Stuurgroep zal, in overleg met de rector magnificus, de vrijheid nemen om prioriteiten te stellen in het beoordelen en honoreren van projectaanvragen. Er is enige ruimte om projecten te honoreren die niet in het voorstel van 23 december zijn genoemd.

De Stuurgroep zal alle projectaanvragen kritisch beoordelen op twee aspecten:

a)Hoe groot is de nood op het aangegeven punt, in termen van achterstand ten opzichte van de streefdoelen?

b)Wat zijn de garanties dat de tijdelijke WO Sprint subsidie leidt tot een blijvende verbetering na afloop van de WO Sprint periode?


In september heeft de Audit-commissie WO Sprint in opdracht van het Platform Bèta Techniek, een ronde gemaakt langs alle universiteiten. De commissie maakt haar bevindingen binnenkort aan de UT bekend.


Nog mogelijkheden om projecten in te dienen

De instroomprojecten lopen deels al (of zijn reeds in projectvorm bij de Stuurgroep ingediend), maar vooral op het gebied van de doorstroom kunnen UT-medewerkers nog hun ideeën kenbaar maken en eventueel ook zelf projectvoorstellen doen. Ook ten bate van de instroom bestaat nog de mogelijkheid om voorstellen te doen.

Voor meer informatie en het indienen van ideeën en voorstellen, kunnen geïnteresseerden zich wenden tot: Rob van Dijk, stafmedewerker DUB / ABZ, tevens secretaris UT-Stuurgroep WO Sprint. Email: r.vandijk@utwente.nl


Voor meer schriftelijke informatie (tevens geraadpleegde bronnen voor dit artikel):


•Over het WO-sprint programma: http://www.sprintprogramma.nl/

•Over de voorstellen van de UT: Voorstel Universiteit Twente in het kader van het programma WO SPRINT voor de periode 2005/2008 (december 2005). Deze nota is op te vragen bij Rob van Dijk (r.vandijk@utwente.nl)