Project health technology assessment

Vakbeschrijving

Dit vak bestaat uit een theoretisch deel en een integratief projectdeel. In het theoretische deel wordt Technology Assessment (TA). conceptueel uitgewerkt. Ten eerste: Hoe kunnen we technologie en technologie-ontwikkeling begrijpen? In dit vak staat het sociaal-constructivistisch perspectief centraal waarin de technische en sociale complexiteit in onderlinge samenhang bekeken worden. Voor het assessment deel van TA is het ten eerste een analyse kader te ontwikkelen om inzicht te krijgen op het soort veranderingen dat nieuwe technologie te weeg kan brengen voor de verschillende betrokken groepen en de onderlinge verhoudingen tussen onderscheiden groepen. Hierbij wordt zowel aandacht besteed aan het organisatieperspectief als het beleidsperspectief. Daarnaast betekent een assessment ook een beoordeling van deze gevolgen. Het vak vergelijkt twee verschillende soorten assessment methoden die gangbaar zijn voor medische technologie, Health TA en .Constructive TA.

Het tweede deel voeren studenten zelf (in groepsverband), voorbouwend op de CTA methode een TA van een concrete nieuwe medische technologie uit. Hierbij moet eerder opgedane kennis over organisaties en/of beleid geïntegreerd worden.

Na het succesvol doorlopen van dit vak is de student in staat om het socio-technische karakter van zorg- en medische praktijken te analyseren door:

  • analyses te maken over de ontwikkelingsdynamiek van nieuwe medische technologie
  • de complexiteit en de onderlinge relaties van de nieuwe technologie schematisch weer te geven in een technologische kaart.
  • relevante actorgroepen te identificeren en hun onderlinge relaties en machtsverhoudingen weer te geven in een sociale kaart.
  • actorposities t.o.v. een nieuwe technologie te onderzoeken en te analyseren, en op basis van deze analyse verwachtingen uitspreken te mogelijke toekomstige knelpunten.
  • aanbevelingen te doen aan het management danwel beleidsmakers voor mogelijke en wenselijke aanpassingen in het ontwerp van de technologie, alsmede voor mogelijke en wenselijke organisatorische en/of beleidsmaatregelen.

Contactpersoon: M. Hummel, mw. dr.ir. E.C.J. van Oost