Beginnen met je tuin

1. Maak je tuin onkruidvrij.

a. Licht onkruid (met ondiepe wortels): gebruik de cultivator. Doe het onkruid meteen in de wiedemmer wanneer het zaad draagt; dat is meestal zo. Vraag aan een medetuinier waar je onkruidafval moet deponeren.

b. 'Slecht' onkruid zoals kweek en winde (diepe wortels): gebruik de spitvork. Haal de wortels er volledig en voorzichtig uit, zodat er geen resten in de grond blijven zitten! Gebruik geen schop of spa! Dan snijd je de wortels door en komen ze terug.

2. Maak een tuinplan.

a. Gebruik een voorbeeld voor de plattegrond van je tuin; er staan een paar op de BTD-site. Het best is om te plannen in vierkanten van 120 cm bij 120 cm, met een 30 cm breed pad ertussen. Je kunt dan vanuit de paadjes alles bewerken. De kweekgrond blijft dan losser, zie 5a, en de paden hoef je niet te bemesten. Dit spaart mest en onkruid.

b. Bedenk welke planten (groenten, bloemen, kruiden) je wilt kweken. Vraag medetuiniers advies over wat het hier goed doet en wat niet en kijk naar de voorbeelden op de site.

c. Zoek uit welke gewassen koemest nodig hebben. Bonen en wortelgewassen hebben geen mest nodig, doen het zelfs minder goed bij bemesting. Sla en andere groene groenten hebben mest nodig. Pompoenen en courgettes hebben veel mest nodig.

d. Geef in je schema aan welke vierkanten je wilt bemesten. Volgend jaar moet dat anders zijn (wisselteelt), behalve bij vaste planten zoals rabarber.

e. Zet de namen van de gewassen in je tuinplan. Vraag Henny Kramers desgewenst om advies (h.kramers-pals@utwente.nl). Vaak kun je een vierkant twee keer per jaar gebruiken voor verschillende gewassen. Sommige gewassen doen het hier niet goed, vanwege het klimaat, de zandgrond, plantenziekten en insecten.

3. Maak de tuin klaar volgens je tuinplan.

a. Maak paden met behulp van een hark, een meetlint en een touw.

b. Als er geen mesthoop in je tuin ligt, haal dan mest van de mesthoop; mail aan Charlotte Bijron hoeveel kruiwagens je hebt gehaald (het kost je 1,50 per kruiwagen). Er zijn ca. twee kruiwagens per tuineenheid nodig.

c. Verdeel de mest over de vierkanten die moeten worden bemest en werk hem met de spitvork in de grond (een medetuinier kan je laten zien hoe je dat handig doet).

d. Bemest de paden niet; je wilt de onkruidgroei daar immers niet stimuleren. (Daarom moet je beginnen met het aanleggen van de paden).

4. Zaai en plant in de periode die daarvoor geschikt is.

a. Op zaadzakjes staan gegevens hierover; deze zijn samengevat in Henny’s zaadlijst die op de site staat.

b. Voor sommige gewassen is de periode kort; bijvoorbeeld alleen april.

c. Bij andere gewassen zoals sla, kun je het zaaien spreiden; zaai dan één vierkant of minder tegelijk; wacht 2-3 weeks voor je opnieuw zaait.

d. Begiet de jonge gewassen in droge perioden en vul de watervoorraad bij pomp weer aan.

5. Wied regelmatig en houd je paden vrij van onkruid.

a. Regelmatig wieden houdt ook je grond los en luchtig, waardoor de planten beter groeien.

b. Het is bij de BTD verplicht het pad rechts naast je tuin schoon te houden.

6. Maak je gereedschap schoon na gebruik.

spitvork

spade

cultivator

hark

schrevel

schopje

pootstok

verplantstokje

kruiwagen

gieter