Het bachelorprogramma

Algemeen

Het studieprogramma van de bachelor TW bestaat uit 3 jaar (B1 - ook wel Propedeuse genoemd -, B2 en B3) van ieder 60 studiepunten (EC). Een studiepunt komt overeen met een belasting van 28 uur. Als een vak dus bijvoorbeeld 5 EC is, staat dit voor 140 uur aan colleges èn zelfstudie. Het jaar is ingedeeld in 2 semesters die ieder weer zijn ingedeeld in 2 blokken. De meeste vakken lopen over 1 blok en worden in dat blok afgerond, meestal d.m.v. een schriftelijk tentamen. In ieder blok is 15 EC ingeroosterd. In de onderwijscatalogus van Osiris zijn de semesters als volgt genummerd: 2A betekent semester 2, kwartiel 1. Voor de exacte roostering van de vakken: zie de roosters op de studentenportal: http://my.utwente.nl of op www.utwente.nl/roosters.

Kenmerken

De bacheloropleiding Technische Wiskunde aan de UT kenmerkt zich door onderwijs waarin:

·

kennis van de basisgebieden van de wiskunde uitgebreid aan de orde komt;

·

een grondige oriëntatie op toepassingsgebieden van de wiskunde wordt geboden;

·

expliciete aandacht bestaat voor het modelleren in de vorm van een consistente ‘rode draad’ van wiskundige ontwerpactiviteiten, die uitmondt in de bacheloropdracht;

·

de verwevenheid van onderwijs- en onderzoekactiviteiten plaats vindt door een actieve rol van onderzoekers in het onderwijs;

·

expliciet aandacht is voor professionele competenties;

·

rekening wordt gehouden met het ‘afnemend veld’.

Opbouw studieprogramma

Het eerste jaar van de bacheloropleiding Technische Wiskunde speelt zich voor een groot deel af in de eerstejaarszaal: een onderwijsruimte in de Citadel waar naast colleges en werkcolleges ook veel aan zelfstudie gewerkt kan worden. Hierdoor verloopt de overgang van het voortgezet onderwijs naar het universitaire onderwijs soepel. Bovendien bevordert het de cohesie van de groep.

De eerste twee studiejaren bevatten naast basisvakken in de wiskunde, waarin ook expliciet aandacht is voor abstract denken en zuiver wiskundig formuleren, ook toepassingsvakken, en modelleerpractica. Bij de toepassingsvakken maakt men een keus uit welk gebied de toepassingen komen: fysica, informatica, economie, bedrijfskunde.

In het derde jaar maakt de student kennis met lopend onderzoek in de afdeling TW. De interactie tussen onderwijs en wetenschappelijk onderzoek vindt expliciet plaats tijdens de zogenaamde vakgroeppresentaties en ook tijdens de uitvoering van de bacheloropdracht.

De bacheloropdracht en deels ook de opdrachten bij Wiskundig Modelleren, worden ontleend aan actuele, praktische probleemstellingen uit lopend onderzoek, waarbij toegepaste wiskunde door modelvorming een (deel)oplossing kan bieden. De student analyseert een probleem en ontwerpt een oplossing langs de weg van modelleren en analyseren. De bachelor Technische Wiskunde heeft via de ‘vakgroeppresentaties’ (verplicht) en via de door Abacus (studievereniging TW) georganiseerde excursies naar bedrijven, kennisgemaakt met actuele wetenschappelijke theorieën en met de beroepspraktijk van wiskundigen. De wat meer wiskundige kant van de beroepspraktijk komt in het curriculum naar voren door de aandacht voor toepassingsgebieden economie, techniek en bedrijfskunde. Middels de minor maakt de student kennis met ontwikkelingen/theorieën in een ander vakgebied.

“Toegepast”

Wat de opleiding vooral “toegepast” maakt is de aandacht voor wiskundig modelleren en de toepassingsvakken in het curriculum.

De modelleerlijn, die als een rode draad door de bacheloropleiding loopt, kent een aantal karakteristieken: naast wiskundige kennis en vaardigheden (o.a. het integreren van kennis uit verschillende vakken) gaat het om modelleerkennis en - vaardigheden (o.a. kennis van standaardmodellen en het vertalen van een praktijkprobleem naar wiskunde), projectvaardigheden (planning, in teamverband werken, schriftelijk en mondeling rapporteren) en reflectie (het kritisch beschouwen van verkregen resultaten). De modelleerlijn leert je logisch en structureel te denken over verschillende problemen, die geïntegreerd dienen te worden tot een wiskundig model.

Natuurlijk bevat het studieprogramma ook veel wiskundige basisvakken. Zonder deze vakken is het opstellen van wiskundige modellen niet mogelijk. In de basisvakken zal ook aandacht zijn voor abstractie en zuiver wiskundig redeneren.

Tenslotte is het voor de latere beroepsuitoefening van belang dat er professionele competenties ontwikkeld worden. In diverse vakken komen presentatievaardigheden, schrijfvaardigheden en het werken in teamverband aan de orde.