Interview with Vinod in the newspaper

2009 | 9 November

Last Saturday, 7 November 2009, the regional newspaper Twentse Courant Tubantia published an interview with ‘Twents-Indian Biophysicist’ professor Vinod Subramaniam.

Below you’ll find the original text in Dutch.

HET GEHEIM VAN PARKINSON

7 november 2009, De Twentse Courant Tubantia

SAMENVATTING

Wetenschappers zoeken al jaren naar de oorzaak van neurologische aandoeningen als Parkinson en Alzheimer. Nu lijkt er eindelijk vooruitgang in zicht, mede dankzij het onderzoek van een Twents-Indiase biofysicus. "Mijn droom is dat we deze ziektes vroeg kunnen opsporen en er ook iets tegen kunnen doen." door Marco Krijnsen

VOLLEDIGE TEKST:

Vijf jaar nog maar werkt Vinod Subramaniam in Twente. Toch spreekt de in India geboren wetenschapper al bijna foutloos Nederlands. "Ik heb er voor gekozen om hier te gaan wonen en wil graag integreren." Aan de Universiteit Twente heeft hij nu al onuitwisbare sporen nagelaten. Het onderzoeksinstituut van biomedische technologie en technische geneeskunde draagt sinds kort de naam van de dochter van Subramaniam: MIRA.

Mira betekent in het Hindi, de belangrijkste taal van India: geweldig, wonderbaarlijk. Woorden die passen bij zijn baanbrekende onderzoek naar het ontstaan van de ziekte van Parkinson. De Twentse biofysicus en zijn wetenschappelijke staf, die deel uit maken van zowel het MIRA-instituut als het Mesa+ instituut voor nanotechnologie, hebben daarbij flinke stappen gemaakt.

Niet voor niets kregen ze onlangs van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) een topsubsidie van 720.000 euro. De Stichting Internationaal Parkinson Fonds voegde daar nog eens 300.000 euro aan toe. "Het is een soort erkenning", zegt een trotse Subramaniam. "Het geeft aan dat ons onderzoek er toe doet."

Wie met Subramaniam praat over diens werk, ontmoet twee voortdurend glimmende ogen. Met passie kan hij vertellen over de dans tussen een eiwit en DNA, over hoe die twee danspartners elkaar vasthouden en beïnvloeden. Opgetogen is hij over de Nobelprijswinnaars voor chemie van vorig jaar, die er in slaagden het lichtgevende eiwit van een kwal te gebruiken als een soort minizaklantaarn voor onderzoek op nanoschaal. "Een doorbraak voor ons vakgebied, we kunnen nu met microscopie eiwitten in een cel volgen!"

Subramaniam deelt zijn enthousiasme graag met buitenstaanders. Dus vergelijkt hij de structuur van een bepaald soort eiwit graag met een blikje cola. "Kijk, ze hebben dezelfde vorm. Alleen is dat netwerk van eiwitdraden dertig miljoen keer kleiner." En als hij heeft over een eiwit als keten van verschillende aminozuren, spreekt hij liever van een 'ketting met parels'.

Het onderzoek van Subramaniam richt zich op de samenklontering van eiwitten in de hersencellen. Hierbij vormt zich een soort geraamte van lange draden. In gezonde hersencellen ziet dat er anders uit dan in niet-gezonde cellen. Het proces van eiwitklontering speelt een rol bij het ontstaan van de ziekte van Parkinson, maar ook bij vergelijkbare neurologische aandoeningen als Alzheimer en Huntington.

Bij patiënten met deze ziektes raken hersencellen beschadigd of sterven ze af, waardoor zenuwcellen niet meer goed functioneren. Het gevolg is dat essentiële lichamelijke en psychische functies achteruitgaan. De grote vraag van wetenschappers is al jaren hoe en waarom hersendelen worden aangetast. Langzaam lijkt nu duidelijk te worden hoe het afbraakproces verloopt.

Hersenonderzoek onder overleden Parkinson-patiënten toont een abnormale eiwitopstapeling aan zogenoemde Lewy-lichaampjes. Waarom die eiwitstructuur afwijkt van gewone structuren, is nog steeds onduidelijk. Om het antwoord op die vraag te vinden heeft de Twentse onderzoeksgroep van Subramaniam het proces van eiwitvorming in het laboratorium nagebootst en de verschillende tussenstadia in kaart gebracht.

De onderzoekers keken vervolgens welk stadium nou eigenlijk het meest schadelijk is voor de hersencel. Voor het eerst maakten ze echt zichtbaar wat al eerder werd beweerd: niet de eindfase is fataal, zoals altijd gedacht, maar een van de eerste tussenfases in de eiwitvorming.

Volgens Subramaniam kan deze ontdekking wel eens grote gevolgen hebben, al is het nog te vroeg voor verregaande conclusies. "We hebben een snapshot gemaakt van een bepaald proces in een laboratorium. De situatie in het menselijk lichaam is een stuk complexer, je weet niet precies wat je daar tegenkomt. Maar als je weet dat de eiwitdraden zelf niet de grote boosdoener zijn bij het beschadigen van hersencellen, heeft het geen zin om medicijnen op die draden te richten. Dat is belangrijke informatie. Je zou medicijnen anders kunnen inzetten of bijvoorbeeld het fatale stadium kunnen verkorten om de schade te beperken."

De biofysicus verwacht op termijn grote stappen bij het vroegtijdig opsporen en bestrijden van neurologische aandoeningen. Hij verwijst naar de mede door zijn onderzoeksgroep ontwikkelde optische chip, die snel virussen en bacteriën kan opsporen. Hiervan komt eind dit jaar al een prototype beschikbaar.

"Dat is een geweldige sprong voorwaarts. Het zou fantastisch zijn als er iets dergelijks zou kunnen komen voor het detecteren van Parkinson. Mijn gevoel zegt dat je dat principe ook zou kunnen gebruiken voor bijvoorbeeld Alzheimer."

Een panklare oplossing voor Parkinson of Alzheimer is echter niet meteen te verwachten, benadrukt Subramaniam. "Zover zijn we nog lang niet. Bovendien betekent vroeg opsporen niet automatisch dat er een afdoend medicijn is. De vraag rijst natuurlijk wat je hebt aan de wetenschap dat je Parkinson of Alzheimer kunt krijgen. Dat is een ethische vraag die iedereen voor zichzelf zou moeten beantwoorden. Het is een fundamentele keuze van mensen om te willen weten of je een neurologische aandoening zult krijgen en dan eventueel je leven anders te gaan inrichten."