Promotie Marleen Tjepkema-Cloostermans - 10 januari 2014

Met EEG eerdere prognose van comapatiënt na hartstilstand
Promotieonderzoek pleit voor standaard gebruik EEG's bij beoordeling comapatiënten

In hoeverre kun je met een EEG voorspellen hoe en óf een patiënt na een hartstilstand uit een coma ontwaakt? Deze vraag onderzocht promovenda Marleen Tjepkema - Cloostermans. Haar conclusie: comapatiënten die snel na de reanimatie herstel van hersenritmes op het EEG laten zien, zonder onderbrekingen van de hersenactiviteit, hebben de beste prognose. De kans dat ze bijkomen en weinig schade overhouden, is dan het grootst. Tjepkema - Cloostermans is verbonden aan onderzoeksinstituut MIRA van de Universiteit Twente en promoveert op 10 januari.

Na een reanimatie raakt een groot deel van de patiënten in coma vanwege het tijdelijk tekort aan zuurstof in de hersenen. Ongeveer de helft van deze patiënten ontwaakt uit hun coma en houdt aan de hartstilstand geen of milde neurologische schade over. Ruwweg de andere helft van de patiënten overlijdt of heeft zeer ernstige hersenschade en moet in een verpleegtehuis verzorgd worden. Marleen Tjepkema - Cloostermans onderzocht of je met een EEG de prognose van de patiënt al in de eerste dagen na de hartstilstand kunt voorspellen.

Hersenactiviteit
Met een EEG meet de neuroloog de hersenactiviteit van de patiënt. Normaal gesproken zijn EEG's momentopnames en wordt er niet gekeken naar trends in de hersenactiviteit. Lange tijd was ook de gangbare gedachte dat een EEG door medicatie niet betrouwbaar is. Uit het onderzoek van Tjepkema - Cloostermans blijkt dat een EEG wel degelijk betrouwbaar blijft. Voor haar onderzoek werden 148 patiënten, die na reanimatie in coma waren geraakt, vanaf het eerste moment continu aan de EEG-monitor gelegd. Al deze patiënten waren opgenomen op de afdeling Intensive Care voor behandeling met milde therapeutisch hypothermie. Dit houdt in dat de lichaamstemperatuur van de patiënt omlaag gebracht wordt tot ongeveer 33°C gedurende 24 uur. De promovenda zocht vervolgens naar kenmerken en trends in de EEG's die kunnen voorspellen hoe en óf de patiënt uit een coma ontwaakt.

Prognose
De eerste 24 uur na een reanimatie blijken cruciaal. Tjepkema - Cloostermans: "Vaak geeft de eerste dag al een goede eerste indruk van het te verwachten herstel. De beste prognose hebben de comapatiënten bij wie er snel na de reanimatie herstel van hersenritmes is te zien op het EEG, zonder onderbrekingen van de hersenactiviteit. Wanneer patiënten na 24 uur nog steeds geen of weinig hersenactiviteit laten zien, is hun prognose erg slecht. Want: hoe eerder het herstel van hersenactiviteit optreedt, hoe beter."

Marleen Tjepkema - Cloostermans verwacht dat ziekenhuizen in de toekomst meer gebruik gaan maken van EEG's. Tjepkema - Cloostermans: "Mijn onderzoek laat zien dat EEG's bruikbaar zijn voor het stellen van een snellere prognose bij patiënten die na reanimatie in coma zijn geraakt. Er komt zeker vervolgonderzoek. Daarnaast is mijn verwachting dat ziekenhuizen vaker EEG's zullen inzetten bij deze patiënten. Op dit moment is dat echter nog niet de standaard."

Samenwerking
Marleen Tjepkema - Cloostermans voerde haar onderzoek uit in samenwerking met de afdelingen Neurologie, Klinische Neurofysiologie en Intensive Care Geneeskunde van het Medisch Spectrum Twente in Enschede en het Rijnstate ziekenhuis in Arnhem. Haar onderzoek maakt deel uit van het VIP Brains Networks project, dat is gesubsidieerd door het Ministerie van Economische Zaken en de provincies Gelderland en Overijssel. Tjepkema - Cloostermans promoveert op 10 januari om 14.30 uur aan de Universiteit Twente. Haar promotor is prof. dr. ir. M.J.A.M. van Putten, met assistent-promotor dr. J. Hofmeijer.