Tom Aarnink (41), technoloog bij Mesa+, heeft in de twintig jaar dat hij voor de UT werkt de micro-elektronica zien veranderen in nano-elektronica. 'In de eerste jaren', vertelt Aarnink, 'richtte EL zich op het ontwikkelen van complete CMOS-transistoren, zeg maar halfgeleidende schakelaars in chips. Maar de ontwikkelingen gaan zo snel, dat een faculteit de race met de industrie niet kan bijbenen. Om die transistoren steeds kleiner te kunnen maken, zul je om de paar jaar volledig nieuwe, geavanceerde apparatuur moeten aanschaffen. Dat kost miljoenen.' En dus stapte Aarninks leerstoel, halfgeleidercomponenten, over op 'processtaponderzoek'. 'We concentreren ons op één facet van de transistor: het isolerend siliciumoxidelaagje. Dat proberen we zo dun mogelijk te maken. We naderen de atoomdikte.' 'We', daarmee bedoelt Aarnink de 'academen' van Mesa+ (promovendi en wetenschappelijke staf) en de ondersteunende technologen van de cleanroom, het hightechlab met een minimum aan stofdeeltjes per kubieke meter (foto). Tot die laatste groep behoort hijzelf. 'Het zou bijzonder inefficiënt zijn als elke nieuwe promovendus die hier komt het instrumentarium in de cleanroom zelf moet leren gebruiken. Wij technici hebben het volledig in de vingers, dus helpen we ze met het uitvoeren van experimenten.' Sinds enige jaren is Aarnink betrokken bij een ontwikkelingsproject in Vietnam. 'In Hanoi staat een hoogwaardige hightechfabriek met een cleanroon die wij hebben aangeleverd.' Aarnink verbleef de afgelopen drie jaar periodes van twee maanden in de Vietnamese hoofdstad. 'Hanoi is interessant, Aziatisch. Heel leuk om te leren kennen. Communistisch? Zeker. Maar daar merken wij niets van: de regering steunt het project.'