Smartphones als volgapparaten
Fatemeh onderzoekt hoe mensen zich in de loop van de tijd door openbare ruimtes bewegen. Een veelgebruikte methode om mensenmassa's te monitoren is het detecteren van het Media Access Control (MAC)-adres van wifiapparaten. Wanneer een smartphone naar wifinetwerken in de buurt zoekt, verstuurt het apparaat een signaal met een MAC-adres. Sensoren in de openbare ruimte vangen die MAC-adressen op. Met die gegevens is te schatten hoeveel unieke apparaten zich op een bepaalde plek bevinden. Door de gedetecteerde apparaten op verschillende locaties met elkaar te vergelijken, is te schatten hoeveel apparaten, en dus mogelijk mensen, zich van de ene naar de andere plek hebben verplaatst.
“Als we gedetecteerde smartphones tellen, kunnen we het aantal mensen schatten. Niet iedereen heeft een smartphone bij zich, en sommige mensen hebben er meerdere”, zegt Fatemeh. “Maar deze methode is inmiddels minder betrouwbaar geworden. MAC-adressen veranderen tegenwoordig dynamisch, waardoor één smartphone vier verschillende MAC-adressen kan versturen. Daardoor kan één telefoon lijken op vier verschillende toestellen.”
Is privacy wel mogelijk?
Dat is precies het probleem dat Fatemeh met haar onderzoek probeert op te lossen. Hoe kun je mensenmassa's monitoren zonder de privacy van individuen te schaden? Ze ontwikkelde een raamwerk voor een camerasysteem dat mensen op verschillende locaties telt, zonder te achterhalen wie ze zijn. Fatemeh: “Het systeem slaat geen herkenbare beelden op. In plaats daarvan zet het gezichtskenmerken om in privacyvriendelijke biometrische sjablonen.”
Maar dat is niet genoeg om aan de Europese privacywetgeving te voldoen, zegt ze. Monitoringsystemen voor mensenmassa's moeten zo min mogelijk gegevens verzamelen. Ze leggen alleen informatie vast die nodig is voor de veiligheid van bezoekers, zoals drukte en bewegingspatronen. Daarnaast moeten de gegevens verwerkt worden op de camera zelf of op edge devices. Dat zijn kleine rekeneenheden dicht bij de camera. Zo hoeven ruwe videobeelden nooit naar een centrale server te worden gestuurd of daar te worden opgeslagen.
Fatemeh benadrukt ook het verschil tussen privacy en beveiliging. “Beveiliging gaat over wie toegang heeft tot de gegevens. Privacy gaat over wat we van die gegevens kunnen afleiden.” Als er in een stadion een incident plaatsvindt, zoals brand of een confrontatie tussen rivaliserende supporters, kan een camerasysteem de politie helpen. Fatemeh: “Het systeem is veilig in de zin dat alleen de politie bij de gegevens kan. Maar de privacy kan geschonden worden als de gegevens iemands identiteit of gedragspatronen prijsgeven.”
Technische uitdagingen
Een van de grootste uitdagingen tijdens haar onderzoek was het verminderen van ruis. Denk aan wisselende lichtomstandigheden, camerahoeken en gezichtskenmerken zoals oogbewegingen. Daardoor kan eenzelfde gezicht er telkens weer iets anders uitzien. Het systeem telt zo'n gezicht dan soms onterecht als meerdere personen.
Het raamwerk dat Fatemeh met haar onderzoeksteam ontwikkelde, gebruikt biometrische beschermingsmethoden om toch betrouwbaar te blijven werken, ondanks die kleine verschillen. Tot nu toe hebben ze het systeem getest op openbaar beschikbare datasets met gezichten. Ze moeten het nog testen onder verschillende omstandigheden. Maar de resultaten laten nu al zien dat cameratoezicht op mensenmassa's en privacybescherming elkaar niet hoeven uit te sluiten.
Kunnen voetbalfans er dan op vertrouwen dat hun privacy tijdens het WK beschermd is? Een eenduidig antwoord is er niet. Technologie alleen kan geen privacy garanderen. Veel hangt af van hoe overheden deze systemen inzetten en hoe streng ze worden gereguleerd, vooral in de Verenigde Staten, waar de meeste wedstrijden worden gespeeld.



