Veel goede aanpassingen aan het klimaat zijn met opzet onzichtbaar. Je ziet de kelder die niet volliep met water niet, of de extra bomen die de temperatuur een paar graden lieten zakken. Een waterplein is gewoon een verdiept speelveld, tot de dag dat het een stortbui opslokt. Als het werkt, gebeurt er niets spectaculairs. Daardoor lijkt het al snel alsof er niets is gebeurd.
Maar een groot deel is er simpelweg niet
Het minder geruststellende antwoord is dat er vaak veel minder geregeld is dan het lijkt. In de meeste Europese landen is een stad niet eens verplicht om een klimaatplan te maken. Lang niet overal is er dus een. In Nederland hadden halverwege 2026 maar 128 van de 342 gemeenten een echt hitteplan, het draaiboek dat beschrijft hoe je kwetsbare mensen helpt als het gevaarlijk heet wordt.
En waar wel een plan ligt, klopt dat vaak niet. Diana Reckien, klimaatonderzoeker aan de Universiteit Twente, bracht deze samenhang tussen verschillende onderdelen van een aanpassingsplan in 167 Europese steden in kaart. In bijna 70% van de steden spraken sommige onderdelen van het aanpassingsplan elkaar tegen.
Een stad noemde bijvoorbeeld hitte als een gevaar, maar noemde vervolgens geen maatregelen om dit tegen te gaan. Of er werden bomen geplant en gebouwd zonder na te gaan welk risico hiermee werd aangepakt. “Steden vinken vaak aan dat ze over aanpassingsplannen beschikken”, zegt Diana. “Maar als je goed kijkt, zijn veel plannen niet op elkaar afgestemd of onvolledig.”
De mensen die de plannen vergeten
Er zit een patroon in wie buiten beeld blijft. Wie het meest te lijden heeft van hitte, is vaak het minst beschermd. Denk aan ouderen, kinderen en mensen in slecht geïsoleerde huizen, dat weer vaak samenvalt met huishoudens met een laag inkomen.
Diana ontdekte dat slechts 1% van de steden dergelijke groepen daadwerkelijk bij het planningsproces betrekt. “Klimaatadaptatie moet verder gaan dan papierwerk”, zegt ze. “Zonder consistente, inclusieve en op feiten gebaseerde planning lopen we het risico dat we onze meest kwetsbare gemeenschappen achterlaten.”
Het goede nieuws is dat de oplossing bekend is. Diana en haar collega’s ontwikkelden een soort meetlat waarmee een stad kan zien waar haar plan rammelt, nog voordat het geld is uitgegeven. De echte test is dus niet of jouw stad een plan heeft. De test is of je het verschil zou voelen op de volgende hete dag. Voor Diana begint een plan dat mensen beschermt op een voor de hand liggende plek. “Het begint bij de vraag wie je wilt beschermen.”




