Ik ga langs bij Bettina Schwab, hoofdonderzoeker en expert in hersenstimulatie. Promovenda Maud Bosman en Masterstudentte Lara van Bergen zetten me een elektrodencap op en plakken sensoren op mijn hand. Het voelt ongemakkelijk, het lukt niet meteen, maar uiteindelijk staat alles. Dan begint het pilotexperiment.
Hoe je hersenen je spieren besturen
Elke beweging begint als een elektrisch signaal in je hersenen. Dat signaal reist via je zenuwstelsel naar je spieren, waar motorunits het werk doen: kleine eenheden die elk een deel van de spier aansturen, tientallen tegelijk, in precieze samenwerking.
Bij Parkinson raakt die samenwerking verstoord. Signalen komen verkeerd aan, te laat of helemaal niet. Het gevolg is trillen, stijfheid en verlies van controle over je eigen lichaam. Diepe hersenstimulatie kan dat verhelpen: een operatie waarbij elektroden diep in de hersenen worden geplaatst om de signalen te moduleren. Bettina wil graag weten of niet-invasieve hersenstimulatie kan helpen om meer te weten te komen over het werkingsmechanisme van diepe hersenstimulatie. En ik ben de testkees.
Sinusgolven of pulsen
Bettina test twee soorten elektrische signalen: sinusgolven, die bij niet-invasieve hersenstimulatie het meest worden gebruikt, en kortere pulsen. De vraag is of de vorm van het signaal uitmaakt voor hoe de motorunits in het ruggenmerg reageren en of de motorneuronen synchroon gaan lopen of juist niet.
Dat meten ze via mijn hand. En ik merk ondertussen dat het prikkelt, dat het warm wordt en dat het soms zelfs een beetje pijn doet. Hoeveel pijn verschilt per persoon, en ook dat is onderdeel van het experiment.
Verder dan Parkinson
Hersenstimulatie gaat over meer dan één ziekte. Het kan mogelijk een rol spelen bij revalidatie na een beroerte, bij de ontwikkeling van brain-computer interfaces en bij fundamenteel onderzoek naar hoe hersenen en spieren samenwerken. Dat maakt dit onderzoek relevant voor iedereen die ooit te maken krijgt met neurologische aandoeningen, niet alleen voor mensen met Parkinson.




