hoe werkt de internationale productie van chips?
Om een chip te maken heb je meerdere dingen nodig. Melle Scholten vertelt: "Grondstoffen komen grotendeels uit China en Oekraïne. Het ontwerp van chips gebeurt veelal in de Verenigde Staten en Zuid-Korea, vaak op basis van Europese innovaties en intellectueel eigendom. Noodzakelijke apparatuur voor de productie van chips komt voornamelijk uit Europa en Japan. Vervolgens worden al die dingen samengebracht in een zogeheten “foundry”, waarvan de bekendste en hoogwaardigste het Taiwanese TSMC is. Aan een chip zelf heeft de consument natuurlijk weinig an sich, dus die wordt vervolgens geëxporteerd naar bedrijven die ze verwerken in een eindproduct. Denk aan consumentenelektronica zoals smartphones of spelcomputers, maar ook zogeheten “slimme raketten” gebruiken chiptechnologie."
Gezien het feit dat de meest geavanceerde chips dus zowel civiele als militaire doeleinden hebben, grijpen overheden regelmatig in bij de export van chips en de bouwstenen daarvan. "Maar omdat de hele productie uiterst internationaal is, wil men elkaar eigenlijk niet te veel tegen de schenen schoppen", zegt Scholten. Hij vergelijkt het met een spelletje Mikado, maar dan op wereldniveau. "Je wilt niet dat de andere partij wint, maar je moet ook zelf voorzichtig zijn dat het systeem niet uit balans raakt."
Hoe kan handel tot vrede leiden?
Als alle overheden en bedrijven vooral op basis van eigenbelang handelen, hoe kan handel dan tot vrede leiden? Scholten: "Wellicht dat een gestileerd voorbeeld helpt. Stel je hebt twee landen, A en B. Land A produceert een strategisch product X en verkoopt dat aan B. Als B verwacht dat de toekomstige toevoer van X onzeker is, dan zou zij land A kunnen aanvallen en innemen om toegang tot X zeker te stellen. Dit is één van de redenen dat Japan in de Tweede Wereldoorlog Indonesië binnenviel: om toegang tot olie, toen uiterst belangrijk voor de oorlogsindustrie, te waarborgen."
Scholten vervolgt zijn voorbeeld: "Stel nu, dat land A niet zomaar X kan produceren, maar daarvoor een tweede product Y nodig heeft, welke ze importeert uit een derde land, C. Nu is de rekensom voor B veel complexer, want zelfs als land B land A kan innemen, dan garandeert dat nog niet dat zij product X krijgt. Land C kan de toevoer van Y stopzetten, zodat X niet meer geproduceerd kan worden."
Scholten publiceerde recent een artikel hierover. "Hierin beargumenteren we dat deze schets in grote lijnen overeenkomt met de mondiale productieketen van chips. Dit verklaart gedeeltelijk waarom China veel militaire oefeningen heeft uitgevoerd rondom Taiwan, maar dat eiland nog steeds niet aanviel, ondanks militaire overmacht. Want zelfs als China de TSMC fabrieken zonder schade kan overnemen, dan zijn die nutteloos zonder Amerikaanse software en Europese machines."
Hoe stabiel is deze situatie?
Helaas is de wereldorde een stuk fragieler dan zo’n tien jaar geleden en wordt hij ook steeds minder stabiel. "Nederlandse bedrijven als ASML en Nexperia zijn belangrijke spelers in de internationale chiphandel en dus oefenen zowel Washington als Beijing behoorlijk wat druk uit op Den Haag wat betreft de regulering van dat soort bedrijven. Als NAVO-bondgenoot heeft Nederland tot dusver grotendeels gehoor gegeven aan de wensen van de Amerikanen, zelfs als dat leidt tot direct conflict met de Chinezen en een behoorlijke dreun voor het internationale imago van Nederland, zoals in de recente Nexperia-affaire."
Scholten: "Het model dat wij in ons artikel beschrijven werkt alleen als de productie van chips wereldwijd verspreid is en iedereen elkaar in toom houdt met de dreiging van sancties. Maar dat betekent ook dat individuele landen eigenlijk liever de hele productieketen binnen hun eigen grenzen zouden willen hebben. We zien zowel de Verenigde Staten als China strategische stappen nemen om minder afhankelijk te zijn van elkaar en de rest van de wereldeconomie voor chips. Vanuit individueel perspectief natuurlijk logisch, maar de gevolgen voor de wereld zijn, in onze optiek, negatief."
Melle Scholten promoveerde in april 2025 aan de Universiteit van Virginia in de Verenigde Staten. Hij is expert op het gebied van internationale en vergelijkende politieke economie.




