In de reeks Olympische vragen tonen UT‑onderzoekers hoe technologie, data en menselijk gedrag samenkomen in de topsport. Dit verhaal laat zien hoe menstruatie en hormonale schommelingen nog vaak ontbreken in sportdata, en waarom inclusiever ontwerp van wearables en gezondheidstechnologie nodig is om prestaties én welzijn beter te begrijpen.
Tegelijkertijd blijft één onderwerp opvallend vaak buiten beeld in de topsport: de menstruatiecyclus. Terwijl sporters steeds meer meten, van slaap en herstel tot hartslag, blijft menstruatie vaak een taboe. Zowel in gesprekken met coaches als in de manier waarop technologie wordt ontworpen.
Voor Armağan Karahanoğlu, universitair hoofddocent Interaction Design aan de Universiteit Twente, raakt dat precies de kern van haar onderzoek: hoe ontwerp je sporttechnologie die aansluit bij echte menselijke ervaringen, in plaats van bij mannelijke gemiddelden?
Data wordt steeds belangrijker in topsport
Wearables en trackingapps zijn inmiddels vaste onderdelen van de topsport. Trainingsbelasting, slaap en herstel worden nauwkeurig gevolgd om prestaties te optimaliseren. Toch laat niet alles zich eenvoudig in cijfers vatten.
Onderzoek laat zien dat veel vrouwelijke topsporters fysieke of mentale effecten ervaren die samenhangen met hun menstruatiecyclus, maar gesprekken daarover zijn nog lang niet vanzelfsprekend. Vooral richting mannelijke coaches bestaat er terughoudendheid. Daardoor ontbreekt soms een belangrijk deel van de fysiologische context waarin prestaties tot stand komen, zelfs in een omgeving die juist draait om data.
Waarom menstruatie vaak ontbreekt in data
Volgens Karahanoğlu ligt een belangrijke oorzaak in de complexiteit van de cyclus zelf. "De menstruatiecyclus is veel ingewikkelder te meten dan bijvoorbeeld stappen of hartslag”, legt ze uit. "Het is multidimensionaal, verschilt per persoon en verandert bovendien van maand tot maand.”
Hoewel er veel trackingapps bestaan, ontbreekt nog altijd een gedeelde gouden standaard om menstruatiecycli op een betrouwbare én betekenisvolle manier te meten voor sportprestaties. Recent onderzoek aan de Universiteit Twente liet zien dat een gezamenlijke methodologische basis in het veld nog ontbreekt.
"Omdat deze data rommelig is en lastig te standaardiseren, vermijden technologieontwikkelaars het vaak om die te integreren", zegt Karahanoğlu. "Het is eenvoudiger om systemen te ontwerpen rond stabiele metingen dan rond cyclische ervaringen.”
Technologie ontwerpen voor echte lichamen
Volgens Karahanoğlu is dit niet alleen een sportvraagstuk, maar ook een ontwerpvraagstuk. Haar onderzoek richt zich op persoonlijke gezondheidstechnologie en hoe mensen betekenis geven aan hun eigen gezondheidsdata. "Gezondheidstechnologie moet gebruikers niet frustreren of stigmatiseren, maar aansluiten bij gevoelige menselijke ervaringen”, zegt ze.
Dat geldt ook voor sporttracking. Veel systemen zijn ontworpen rond, meestal mannelijke, gemiddelden en vaste doelen: meer stappen, betere scores, hogere intensiteit. Terwijl het lichaam niet altijd lineair functioneert. "Als technologie hormonale schommelingen negeert, ontstaat het risico op onvolledige interpretaties van prestaties”, legt ze uit. Hormonen beïnvloeden onder meer energieniveau, herstel en ervaren inspanning. Tegelijkertijd kan trainingsbelasting ook weer invloed hebben op de regelmaat van de cyclus.
"Als die context ontbreekt, kan technologie een lagere score interpreteren als slecht herstel of te weinig inzet, terwijl het eigenlijk een fysiologische fase weerspiegelt. Dat kan leiden tot verkeerd trainingsadvies of onnodige psychologische druk.”
Meer meten is niet altijd beter
Self-tracking heeft sporters veel inzicht gegeven, maar onderzoekers wijzen ook op een risico: data zonder context. Karahanoğlu onderzoekt hoe technologie mensen kan helpen data beter te begrijpen, in plaats van erdoor gestuurd te worden. Dat vraagt om ontwerpen die ruimte laten voor reflectie en persoonlijke interpretatie, niet alleen voor prestatieoptimalisatie, maar ook voor welzijn. Volgens haar gaat het probleem verder dan een technische beperking. „Dit is niet alleen een datagap”, zegt ze. "Het is ook een bias in hoe we het lichaam modelleren.”
Van topsport naar dagelijks leven
Hoewel de discussie vaak begint bij olympische sporters, raakt het onderwerp een veel bredere groep. Miljoenen vrouwen gebruiken smartwatches en apps om keuzes te maken over beweging, slaap en productiviteit. Toch houden die systemen zelden rekening met verschillen in lichaamservaring.
"Hormonen beïnvloeden hoe we ons voelen, bewegen en presteren, niet alleen in topsport, maar ook in het dagelijks leven”, zegt Karahanoğlu. Wanneer technologie data presenteert als volledig objectief zonder variatie te erkennen, kunnen gebruikers schommelingen gaan zien als persoonlijk falen. "De belangrijkste les is dat data altijd context nodig heeft”, legt ze uit. "Technologie moet helpen bij begrip, niet rigide prestatienormen opleggen.”
Een toekomst met empathischere wearables
Met de Winterspelen als podium wordt duidelijk hoe ver sportdata inmiddels zijn ontwikkeld. Tegelijk laat het debat rond menstruatie zien dat er nog volop ruimte is voor innovatie, niet alleen in sensoren, maar vooral in empathischer en inclusiever ontwerp. Volgens Karahanoğlu zullen wearables er over tien jaar heel anders uitzien. "Een ideale wearable laat niet alleen cijfers zien”, zegt ze. „Hij helpt gebruikers die cijfers te interpreteren, onzekerheid te begrijpen en variatie als normaal te zien.”
Daarvoor is samenwerking nodig tussen verschillende disciplines, van sportfysiologie en data science tot interaction design dat vertrekt vanuit de geleefde ervaringen van vrouwen. "Daar komen ontwerp en wetenschap samen”, zegt Karahanoğlu. "Technologie moet niet alleen prestaties meten, maar mensen helpen zichzelf beter te begrijpen.”




