In de reeks Olympische vragen tonen UT‑onderzoekers hoe technologie, data en menselijk gedrag samenkomen in de topsport. De reeks biedt wetenschappelijke duiding bij wat we zien op het Olympische toneel en wat dit betekent voorbij prestaties op het hoogste niveau. Dit verhaal zoomt in op een minder zichtbaar, maar snel groeiend domein: interactieve technologie voor sport en bewegen.
Wat betekent Human-Computer Interaction voor sport?
Bij Human-Computer Interaction draait het al lang niet meer om toetsenbord, muis of scherm, maar om interactie met je hele lichaam. Denk aan een vloer die reageert op je sprongen, een trilvest dat stuursignalen geeft of een VR‑bril waarmee je virtueel samen traint met teamgenoten. Dennis Reidsma: “Niet de technologie is het vertrekpunt, maar de bewegende mens. Het gaat erom wat een systeem meet en wanneer het feedback geeft.”
Slimme ruimtes die je helpen beter te bewegen
Een groot deel van het onderzoek richt zich op Rich Environments: slimme trainingsruimtes die beweging meten, beïnvloeden en verbeteren. Ze maken zichtbaar wat je zelf niet ziet. Een voorbeeld komt uit de klimsport. Een UT‑student ontwierp een interactieve klimmuur voor beginners die vaak te snel moe worden om aandacht te hebben voor techniek. Het systeem (met camera, projector en een menselijke ledenpop) laat zien hoe het lichaam wordt belast.
Tijdens het klimmen projecteert het systeem realtime feedback op de muur. Buigt iemand bijvoorbeeld de armen te veel, dan kleuren de geprojecteerde armen rood. Zo begrijpt de klimmer direct waarom een beweging inefficiënt is en kan hij de route vanaf de grond veilig en zonder vermoeidheid analyseren.
Waarom is sportgedrag zo complex?
Technologie laat dingen zien die je zelf niet waarneemt en kan systematisch en gecontroleerde variatie toevoegen aan een oefening. Dat maakt leren veiliger, sneller en toegankelijker voor sporters, maar bijvoorbeeld ook voor revalidanten. Dit onderzoek is alleen mogelijk dankzij een breed team. Reidsma: “Dat is de kracht van de Universiteit Twente. We werken niet vanuit één lab, maar in wisselende samenwerkingen door de hele universiteit.” Hij noemt voorbeelden:
- Jasper Reenalda (BSS) – meten en analyseren van beweging
- Armağan Karahanoğlu (IxD) – sport data experiences en de relatie tussen mens en technologie
- Dees Postma (HMI) – motor learning en sportpsychologie
- Robby van Delden (HMI) – ontwerp en evaluatie van interactie
“En daarnaast werken we samen met nog veel meer groepen. Alleen met die mix aan kennis kunnen we deze complexe materie echt goed onderzoeken”, aldus Reidsma. Het vakgebied brengt bewegingswetenschappen, game design, perceptie‑actie, psychologie en sensing‑technologie samen. Studenten ontwikkelden bijvoorbeeld boks-sensoren die kracht en ritme analyseren. Reidsma: “Sportgedrag is complex: techniek, motivatie, beleving en feedback grijpen op elkaar in. Juist die combinatie maakt ons vakgebied uniek.”
Hoe leren mensen nieuwe bewegingen?
Hoewel technologie een grote rol speelt in topsport, ziet Reidsma veel waarde voor amateurs en revalidanten. “Topsporters hebben al een team om zich heen. Voor anderen kunnen we écht het verschil maken.” Sporttechnologie gaat verder dan gadgets. “Het draait om vragen als: Hoe leren mensen nieuwe bewegingen? Hoe werkt motor learning in digitale omgevingen? Hoe beïnvloedt feedback motivatie en vertrouwen? Wat maakt een trainingssysteem effectief? Technologie maakt zichtbaar wat het menselijk oog mist. Studenten leren daarom niet alleen hoe je iets bouwt, maar vooral waarom het werkt”, zegt Reidsma enthousiast.
“Hoe maakt technologie hier het verschil?”
Dit is de vraag die Reidsma zijn studenten steeds meegeeft: “Hoe maakt technologie hier het verschil?” Ze geldt voor iedereen: de amateur die beter wil worden, de sporter die veiliger wil trainen, de revalidant die opnieuw leert bewegen, en de topsporter die op zoek is naar die laatste procent. Deze onderzoeken leveren de ontwerpprincipes voor de trainingssystemen van de toekomst. Want uiteindelijk draait het om iets dat geen Olympische medaille meet: beter begrijpen hoe mensen leren bewegen.




