In de reeks Olympische vragen laten onderzoekers van de Universiteit Twente zien hoe technologie, data en menselijk gedrag samenkomen in de topsport. De reeks biedt wetenschappelijke duiding bij wat we zien op het Olympische toneel en bij wat dit betekent voor prestaties op het hoogste niveau. In dit verhaal kijken UT-onderzoekers Nicolette Schipper-van Veldhoven en Marleen Haandrikman naar de veiligheid en machtsverhoudingen op weg naar olympisch goud.
De Olympische Spelen zijn het ultieme podium van prestatie. Achter dat glanzende eindpunt gaan ook verhalen schuil van sporters die voortijdig afhaken, instorten of beschadigd raken. Volgens hoogleraar Sport, Risks and Safety Nicolette Schipper-van Veldhoven is dat geen toeval.
“Wat we in de sport vaak ‘normaal’ vinden – schreeuwende coaches, extreem hoge druk, zwijgen als je iets niet oké vindt – is het resultaat van machtsstructuren die al jaren niet ter discussie staan.” Die structuren ontstaan niet pas in de topsport, maar al veel eerder.
Macht zit niet alleen bij de coach
Macht is niet iets dat een individu bezit. Macht ontstaat in interactie. In regels, in communicatie, in wat we met elkaar normaal vinden. “Macht is geen eigenschap van één persoon, maar ontstaat in sociale interactie”, zegt ze.
Dat idee vormt ook de kern van het promotieonderzoek van UT-promovenda Marleen Haandrikman. Zij doet onderzoek naar ‘the power of systems thinking: fostering psychological resilience and restoring safe sports’. “Als je als sporter leert dat je niet moet zeuren om een winnaar te zijn”, zegt zij, “dan zeg je ook minder snel dat iets niet goed voelt.” Niet tegen je coach, niet tegen je ouders, en al helemaal niet tegen een bond of bestuur.
Hun onderzoeken laten zien dat grensoverschrijdend gedrag niet los te zien is van het systeem waarin sport plaatsvindt. Het zit niet alleen in ‘foute’ coaches of bestuurders, maar ook in wedstrijdformats en selectiecriteria.
Sportclubs als pedagogische omgeving
Lang lag de focus in onderzoek en beleid vooral op seksuele intimidatie, mede door de #MeToo-beweging. Terecht, maar daardoor bleef een andere vorm van grensoverschrijdend gedrag langer onder de radar. “Psychologisch grensoverschrijdend gedrag is een wijder verbreid fenomeen”, zegt Schipper-van Veldhoven. “Vaak is het ook nog lastiger te herkennen, omdat het zo verweven is met prestatie-eisen.”
Die machtsdynamieken beginnen vaak al op jonge leeftijd. Ongeveer twee derde van de jonge sporters krijgt te maken met psychologisch grensoverschrijdend gedrag. Eén op de acht met seksuele intimidatie. “Op school zouden we dit nooit accepteren”, zegt Schipper-van Veldhoven. “Maar op het sportveld staan we er niet bij stil dat het daar ook kan gebeuren.”
Dat is opvallend, want sportclubs zijn niet alleen plekken om te sporten, zij zijn een afspiegeling van de maatschappij. Ze worden ook gezien als de derde pedagogische omgeving, naast school en thuis. Kinderen leren er sporten, omgaan met elkaar en wat normaal is. Hoe dus sport wordt aangeboden bepaald ook of sport positieve dan wel negatieve effecten oplevert. Dat vraagt om bewust nadenken over het sportklimaat op de club. Dat vraagt niet om één ingreep (een project pedagogiek), maar om interventies op meerdere niveaus.
Op weg naar een nieuw normaal
Dat machtsstructuren niet vastliggen, bleek bijvoorbeeld bij het Noorse beachhandbalteam, dat in 2021 publiekelijk protesteerde tegen de verplichting om in bikinibroekjes te spelen. Door een boete aan te vechten en het gesprek aan te zwengelen, dwongen de sporters een internationale discussie af over de regels. Uiteindelijk werden de kledingregels aangepast.
Ook dichter bij huis is beweging zichtbaar. Sportbonden als de Nevobo, KNVB en de KNHB zijn hun jeugdbeleid aan het herzien. Er komt meer aandacht voor trainersbekwaamheid en positieve leerklimaten. Niet elk kind hoeft in een keiharde competitie te passen om plezier te houden in sport.
Die beweging komt niet uit het niets. Onderzoek van Schipper-van Veldhoven en haar team voedt beleidskeuzes bij sportbonden, bijvoorbeeld rond trainersbekwaamheid. De weerstand tegen verandering zit vaak op clubniveau, waar bestuurders al jaren op dezelfde manier werken. Maar ook daar begint het te schuiven. “Een veilig sportklimaat is geen bijzaak”, benadrukt Schipper-van Veldhoven. “Het is een voorwaarde voor ontwikkeling.”
Wat als je zelf in de schoenen van de sporter staat?
Een van de manieren waarop Haandrikman die bewustwording concreet maakt, is via een VR-interventie. In een virtualrealityomgeving kunnen mensen situaties meemaken waarin psychologisch grensoverschrijdend gedrag plaatsvindt. Dat kan vanuit meerdere perspectieven. Hoe komt een opmerking over ‘doorzetten’ aan bij een sporter? Wat ziet een omstander? En wanneer grijp je in?
“Wat voor de één motivatie is, kan voor de ander grensoverschrijdend zijn”, zegt Haandrikman. “Dat verschil voel je pas echt als je het meemaakt. Je staat letterlijk in elkaars schoenen en dat opent het gesprek.” Het project maakt deel uit van het Europese programma Building European Safe Sport Together (BESST), waarin sociale veiligheid in de sport in Europees verband wordt onderzocht.
Meer dan medailles
Naast technologische hulpmiddelen draait het werk van Schipper-van Veldhoven en Haandrikman vooral om iets fundamentelers: het verschuiven van normen. Door zichtbaar te maken waar macht zit en waarom bepaald gedrag is genormaliseerd hopen ze sportplezier voor iedereen te ondersteunen.
Misschien begint de weg naar Olympisch goud niet met harder trainen of strengere selectie, maar met een simpelere vraag: wat vinden we eigenlijk normaal op het sportveld?




