1. Home
  2. Science Stories
  3. Olympische vragen: is data de nieuwe doping?
Leestijd: 6 min.
Delen

Olympische vragen: is data de nieuwe doping?

Met de Olympische Spelen in aantocht staan wearables weer volop in de schijnwerpers. Topsporters meten alles: hartslag, slaap, herstel, stress. Soms gaat de situatie zo ver dat sportbonden ingrijpen, zoals onlangs bij tennisser Carlos Alcaraz, die tijdens de Australian Open geen wearable meer mocht dragen. Hoe dan ook, data is niet meer weg te denken uit de topsport. Maar wat heeft de gemiddelde sporter, of de gemiddelde Nederlander, daar eigenlijk aan?

Foto van Jochem Vreeman
Jochem Vreeman
Iemand bekijkt een smartphone terwijl een smartwatch om de pols realtime activiteits- en tijdgegevens toont, gefotografeerd in een groene buitenomgeving.
Unsplash

In de reeks Olympische vragen laten onderzoekers van de Universiteit Twente zien hoe technologie, data en menselijk gedrag samenkomen in de topsport. De reeks biedt wetenschappelijke duiding bij wat we zien op het Olympische toneel en wat dit betekent voorbij prestaties op het hoogste niveau. In dit verhaal reflecteert UT-onderzoeker Matthijs Noordzij op de groeiende rol van wearables en op wat datagedreven inzichten buiten de topsport kunnen betekenen.

Volgens UT-onderzoeker Matthijs Noordzij ligt de echte waarde van wearables niet alleen in sneller, sterker of fitter worden. “De grootste winst zit in bewuster leven: beter begrijpen wat er in je lichaam gebeurt en leren daar slimmer op te reageren.”

Van olympische data naar dagelijks leven

Waar topsporters wearables gebruiken om trainingsschema’s te optimaliseren, kunnen dezelfde sensoren ook helpen bij iets anders: het herkennen van stress, herstel en overbelasting. “We dragen die technologie nu massaal om onze pols”, zegt Matthijs. “Maar vaak gebruiken we maar een fractie van wat er mogelijk is.”

De meeste mensen kijken vooral naar stappen, hartslag en slaap. Dat is niet verkeerd, maar het vertelt niet het hele verhaal. Wearables kunnen bijvoorbeeld ook veranderingen meten in hartritmevariatie en huidgeleiding. Signalen die iets zeggen over hoe je autonome zenuwstelsel reageert op stress en ontspanning. “Daarmee kun je zichtbaar maken wat je normaal vooral voelt”, legt Matthijs uit. “Wanneer ben je gespannen? Wanneer herstel je echt? En wat doen werkdruk, sport of slecht slapen met je lichaam?”

Helpen wearables echt gezonder te leven?

De wetenschap laat zien dat wearables wel degelijk effect kunnen hebben. Grote overzichtsstudies tonen aan dat gebruikers gemiddeld meer bewegen: zo’n 1800 extra stappen per dag en 40 minuten extra wandelen per week. Ook zijn er kleine maar meetbare effecten op gewicht en BMI.
Maar Matthijs plaatst daar meteen een kanttekening bij. “Meer data is niet automatisch beter gedrag. Een horloge kan je helpen, maar het verandert je leven niet vanzelf.” Bovendien zijn niet alle metingen even betrouwbaar. Stappentellers zijn doorgaans nauwkeurig, hartslag wisselt per apparaat, en energieverbruik blijkt vaak slecht te kloppen. “Validatie is een continu proces”, zegt Matthijs. “Daar doen we aan de Universiteit Twente ook actief onderzoek naar.”

Meer data is niet automatisch beter gedrag

Foto van Matthijs Noordzij
Matthijs Noordzij
prof. dr.

Stress meten is één ding, ermee omgaan iets anders

Waar het onderzoek van Matthijs zich vooral op richt, is de psychologische kant. Hoe kun je wearables inzetten om mensen te helpen beter om te gaan met stress, emoties en mentale belasting? Uit studies met onder andere patiënten met emotieregulatieproblemen blijkt dat wearables kunnen helpen om eerder signalen te herkennen. Bijvoorbeeld dat je lichaam al gespannen raakt, terwijl je hoofd dat nog niet zo ervaart. Of juist andersom: dat je fysiek al rustiger bent dan je denkt . “Dan kan technologie een soort spiegel worden”, zegt Matthijs. “Niet om je te vertellen dat je het goed of fout doet, maar om je bewuster te maken. Zodat je eerder pauze neemt, ademhalingsoefeningen inzet of je dag anders indeelt.”

Vertrouw je horloge niet blind

Toch waarschuwt Matthijs voor een valkuil die ook in de topsport zichtbaar is: doorschieten in meten. “We weten dat subjectieve inschattingen, hoe iemand zich voelt, soms betere voorspellers zijn van welzijn dan objectieve data,” zegt hij, verwijzend naar sportpsychologisch onderzoek. “Als je horloge zegt dat je slecht hebt geslapen, maar jij voelt je fit, wat volg je dan? Technologie moet ondersteunen, niet overnemen.”

Volgens Matthijs ligt de toekomst in wat hij ‘compassievolle technologie’ noemt: wearables die niet alleen pushen op ‘meer stappen’ of ‘betere scores’, maar die mensen helpen om vriendelijker en verstandiger met zichzelf om te gaan.

Niet alleen sneller, maar wijzer

Of je nu olympisch sporter bent of iemand met een drukke baan en een vol gezinsleven: de belofte van wearables ligt volgens Matthijs niet in perfectie, maar in inzicht. “De echte vraag is niet: wat meet je? Maar: wat leer je over jezelf, en wat doe je daarmee?”

Met de Olympische Spelen in aantocht laat de topsport zien hoe ver meten kan gaan. Het UT-onderzoek laat zien waar het voor de rest van ons interessant wordt: bij gezonder, bewuster en veerkrachtiger leven.

Kom studeren aan de Universiteit Twente

Vond je dit een boeiend artikel? Dan vind je deze studie(s) misschien ook interessant.

Gerelateerde verhalen