Veel mensen worden na een hartstilstand wel gereanimeerd en naar het ziekenhuis gebracht, maar het herstel van het brein blijft onvoorspelbaar. Astrid zocht uit hoe artsen en families eerder kunnen inschatten of iemand wakker wordt en hoe de kwaliteit van leven eruitziet na zo’n situatie.
Grote onzekerheid na reanimatie
In Nederland krijgen zo’n 17.000 mensen per jaar een hartstilstand. De reanimatievaardigheden zijn sterk verbeterd, maar de overlevingskans is nog maar ongeveer 23%. “En zelfs als iemand wakker wordt, weten we niet goed wat de gevolgen zijn”, vertelt Astrid, die naast haar promotieonderzoek ook werkt als neurofysiologisch technicus in het Rijnstate-ziekenhuis.
Ze wijst op een deel dat vaak wordt vergeten: “Fysiek in leven zijn is maar de helft van het verhaal. Voor veel mensen brengt het ontwaken nieuwe uitdagingen, zoals geheugenproblemen, angst of slaapproblemen.”
Met EEG en andere metingen naar betere prognoses
In haar onderzoek combineerde Astrid verschillende meetmethoden. Ze gebruikte EEG (meet elektrische activiteit van de hersenen via elektroden op het hoofd) om hersenactiviteit te volgen en SSEP-tests (meet of de hersenen reageren op prikkels) om te zien of het brein signalen registreert na prikkels. “SSEP wordt gezien als de gouden standaard om te voorspellen of iemand wakker wordt”, legt ze uit. “Als we geen reactie zien, is de kans op herstel kleiner dan één procent.”
EEG-patronen laten al binnen 12 uur na de hartstilstand signalen zien die iets zeggen over mogelijke hersenschade. Door EEG en SSEP samen te gebruiken, neemt de voorspellende waarde toe. “Het niet-weten is ontzettend moeilijk voor familie en vrienden van de patiënt”, zegt Astrid. “Meer duidelijkheid kan zowel zorgverleners als naasten helpen.”
Naar een betere nazorg
Astrid volgde patiënten tot een jaar na de hartstilstand. “We willen niet alleen voorspellen of iemand wakker wordt, maar ook wat de langere termijn is”, legt ze uit. Als zorgteams al vroeg weten wie risico heeft op blijvende problemen, kunnen ze gerichter therapie en begeleiding bieden. “Veel patiënten voelen zich over het hoofd gezien. Ze worden ontslagen zonder opvolging van cognitieve klachten”, vertelt de promovenda. “Dat moet anders.”
Klinische praktijk en wetenschap samen
Astrids werk verbindt directe klinische ervaring met fundamenteel onderzoek. Door verschillende meetmethoden en intensieve follow-up hoopt ze handvatten te bieden voor betere zorg na een hartstilstand. Niet alleen gericht op overleven, maar op kwaliteit van leven.




