1. Home
  2. Science Stories
  3. Hoe ontwerp je een stad die ons beschermt?
Leestijd: 7 min.
Delen

Hoe ontwerp je een stad die ons beschermt?

In de stad komen twee crises samen: die van het klimaat en die van onze mentale gezondheid. Designexpert Thomas van Rompay doet onderzoek in het domein van planetary health. ‘Ik wil dat we steden ontwerpen waarin groen niet alleen koelt, maar ook hoofden tot rust laat komen.’

Foto van Robin Kwakman
Robin Kwakman
Universiteit Twente groene steden die ons beschermen

Wie met stress, piekeren of depressieve klachten kampt, voelt zich vaak “opgesloten in het eigen hoofd”, zegt Van Rompay. Groen in je omgeving helpt om daar even van los te komen: je aandacht verschuift naar buiten, je voelt je verbonden — met anderen, met de natuur, met iets groters. Tegelijk hebben parken en bomen een gunstig effect op de stad: schaduw, verkoeling, waterbuffering. “Die dubbelrol is precies waarom groen in stedelijke gebieden zo waardevol is.”

Wat is Planetary Health?

“Voor mij gaat Planetary health over de relatie tussen menselijke gezondheid en de gezondheid van onze leefomgeving”, legt Van Rompay uit. “Het begrip is breed: dat biedt kansen voor samenwerking tussen disciplines, maar maakt het soms ook lastig om tot concrete acties te komen.” Zijn eigen focus ligt op mentale gezondheid in stedelijke gebieden, waar eenzaamheid en stress toenemen. Tegelijkertijd kampen die steden met extreme weersituaties zoals hitte‑eilanden en wateroverlast.

Waarom Is Planetary Health een wicked problem?

Het ontwerpen van steden die mentale gezondheid bevorderen én klimaatadaptief zijn, is een typisch wicked problem. Waarom? Omdat het meerdere dimensies combineert—van welzijn en klimaat tot stedelijke planning en sociale inclusie—zonder eenduidige oplossing. Wat goed is voor het klimaat (meer parken), botst met woningbouw. Daarbij spelen veel stakeholders mee, van bewoners tot beleidsmakers, elk met eigen prioriteiten. Voeg daar de onzekerheid van klimaatverandering en sociale dynamiek aan toe, en je hebt een vraagstuk zonder duidelijke eindstreep: elke ingreep heeft nieuwe effecten.

Als psychologie, design en beleid elkaar nodig hebben

Hoe ontwerp je dan green spaces die zowel mentaal helend als klimaatadaptief zijn én rekening houden met verschillende belangen? “Je hebt te maken met beleidskaders, landschapsarchitectuur, psychologie, urban planning en geografie—en met verschillende tijdschalen en belangen.” De Universiteit Twente is hier volgens hem op z’n best: high tech én human touch, waarbij met name de faculteiten BMS, ITC en ET elkaars expertise aanvullen.

Veel van de oplossingen voor deze problemen beginnen het bij betrekken van mensen in plaats van iets bedenken en opleggen. “Kom je in een wijk binnen met ‘klimaatadaptatie’ en ‘rendementsmodellen’, dan haken mensen af. Praat over hitte, wateroverlast op straat, schaduw — dingen die iedereen voelt. En laat bewoners concreet zien wat er mogelijk is.”

Van pixels naar parken

Hier komt zijn tweede vakgebied om de hoek: design. Van Rompay en zijn team gebruiken apps, 360°‑video, en game‑engines zoals Unity om omgevingen te simuleren. “We laten bewoners, zorgprofessionals en beleidsmakers varianten zien: zo wordt een park met meer of minder bomen of biodiversiteit. Het verschil tussen een dystopie en een utopie wordt in één oogopslag duidelijk.” Dat werkt in participatietrajecten met ouderen, maar net zo goed in gesprekken met stadsplanners.

Simulaties zijn óók een onderzoeksinstrument. “Met simulaties kunnen we één omgevingskenmerk per keer aanpassen—iets wat in de echte stad niet kan. Zo testen we wat precies werkt: type groen, hoogteverschil, zichtlijnen, bankjes, schaduw.” In zorgcontexten kiest hij liever voor projecties of grote schermen in plaats van headsets. “Als iemand langdurig in een ziekenhuisbed ligt, kan een digitale groene omgeving je echt helpen. Maar je wil patiënten niet nog meer isoleren. Ik geloof daarom meer in augmented reality dan VR-headsets.”

Toegang tot natuur is ongelijk verdeeld

Veel gemeenten hebben wel groene ruimtes en bomen, maar de verdeling ervan over wijken, buurten en straten is vaak ongelijk. Dit betekent dat veel bewoners niet voldoende blootstelling aan en toegang tot bomen en ander groen hebben. De 3+30+300-regel (zie kader) biedt een eenvoudige en wetenschappelijk onderbouwde richtlijn voor stedelijke vergroening. De regel benoemt drie cruciale elementen om toegang tot en voordelen van stedelijke bossen en groene ruimtes te waarborgen. “Handig als kompas, niet als keiharde norm,” nuanceert Van Rompay.

3‑30‑300: richtinggevend, geen afrekenlijst

Een praktisch houvast is de 3‑30‑300‑regel: vanuit elk huis 3 bomen kunnen zien; op wijkniveau 30% boomkroonbedekking; binnen 300 meter toegang tot een groene plek.

3 – zichtbaar groen

Iedereen zou vanuit zijn woning, werkplek, leeromgeving of zorginstelling minstens drie grote bomen moeten kunnen zien. Dit bevordert het psychisch welzijn en de verbondenheid met de natuur en draagt bij aan mentale ontspanning, concentratie, leerprestaties en creativiteit.

30 – boomkroonbedekking

Buurtgebieden – gedefinieerd op basis van lokale definities en behoeften – zouden minstens 30% boomkroonbedekking moeten hebben. Dit biedt milieuvoordelen, zoals verkoeling en verbeterde luchtkwaliteit, terwijl het ook ons welzijn en onze fysieke gezondheid bevordert en sociale interactie stimuleert.

300 – toegang tot groenvoorziening

We zouden allemaal toegang moeten hebben tot een kwalitatief hoogwaardige, openbaar toegankelijke groene ruimte van minstens 0,5–1,0 hectare, op maximaal 300 meter lopen of fietsen, wat de toegankelijkheid voor recreatie waarborgt en gezondere levensstijlen bevordert.

Bron: klimaatadaptatienederland.nl

“De verleiding is groot om dit te gebruiken als afrekenlijst, maar de bedoeling is richting geven en lokaal maatwerk stimuleren.” Van Rompay benadrukt in deze context ook sociale rechtvaardigheid. “Dakloze mensen, bewoners met lage inkomens of slechte huisvesting: zij ervaren vaak een dubbele last — meer klimaatrisico’s én minder toegang tot natuur.” Geef ze niet het stigma van ‘kwetsbare groepen’, zegt hij, maar beschouw ze als mede‑ontwerpers met unieke kennis. “Zij weten bij uitstek hoe het is om in een stad te leven bij hitte of stortregen. Betrek die perspectieven actief in je ontwerp.” Met bijvoorbeeld geodata maak je die verschillen zichtbaar. “Waar zijn stress- of gezondheidsindicatoren hoog, waar is toegang tot parken beperkt? Zo breng je urgentie en kansrijke ingrepen in beeld.” Pilots met collega’s van ITC laten zien hoe krachtig zo’n aanpak werkt, zegt hij.

Hoe natuur ons klein én veilig laat voelen

Wat maakt een landschap eigenlijk heilzaam? Van Rompay wijst op de emotie awe — ontzag: je klein voelen in aanwezigheid van iets groots, zoals een bergketen of een eindeloze zee. “Mensen voelen zich dan verbonden en het wordt makkelijker om los te komen van je eigen gemaal.” Maar er is een paradox: naast wijds prospect hebben we refuge nodig — geborgenheid, plekken waar je je beschut voelt. “In interviews met ouderen komt die combinatie steeds terug. Een echt helende plek biedt groots uitzicht én geborgenheid.”

Hoe doet hij dat zelf? “Heel bewust de stad uit”, lacht hij. “Op de racefiets door weidse landschappen, te voet langs plekken met veel uitzicht. Ik merk meteen het verschil, als ik van het benauwende gevoel van de stad naar een open ruimte fiets. Het verlegt je aandacht van binnen naar buiten.” Die ervaring wil hij — via ontwerp en technologie — toegankelijk maken voor mensen die minder makkelijk naar buiten kunnen, van ziekenhuispatiënten tot ouderen met beperkte mobiliteit.

Kleine ingrepen, grote impact

Planetary health klinkt dus groot en abstract, maar Van Rompays werk begint heel lokaal, bij bijvoorbeeld een klein park dat water beter opvangt en schaduw geeft; of bij de projectie in een ziekenhuis waarbij een bedlegerige patiënt zich even buiten waant; of bij een co‑designsessie waarin wijkbewoners meer schaduw‑ en rustplekken creëren in hun directe omgeving. Het is precies die koppeling — omgaan met klimaat verandering en het bespoedigen van mentale gezondheid — die steden en diens inwoners veerkrachtiger maakt. De wicked problems verdwijnen niet direct, maar met kennis van psychologie, goed ontwerp en digitale verbeelding worden ze wel beter hanteerbaar – voor iedereen.

Kom studeren aan de Universiteit Twente

Vond je dit een boeiend artikel? Dan vind je deze studieprogramma's misschien ook interessant.

Gerelateerde verhalen