In de reeks Verkiezingsvragen 2025 onderzoeken UT-onderzoekers hoe wetenschap helpt om verkiezingsdilemma’s beter te begrijpen. Deze keer spraken we met Alexander van Deursen, hoogleraar digitale ongelijkheid, over de vraag: wat gebeurt er als digitale ongelijkheid uitgroeit tot democratische ongelijkheid?
De beloften en grenzen van digitalisering
"Onze afhankelijkheid van technologie groeit voortdurend," begint Van Deursen. "We gebruiken digitale middelen voor bijna alles, en dat verandert razendsnel."
Volgens hem bestaan er twee manieren om daarnaar te kijken. "De optimisten zien vooral kansen: technologie maakt de samenleving slimmer en eerlijker. Anderzijds waarschuwen critici juist voor risico’s, zoals verlies van privacy of vrijheid."
De werkelijkheid ligt volgens Van Deursen ergens tussenin: "We horen vaak de positieve verhalen over digitalisering. Maar die verdoezelen dat niet iedereen in gelijke mate kan profiteren van digitale vooruitgang."
De vele gezichten van digitale ongelijkheid
Digitale ongelijkheid gaat niet alleen over toegang tot internet, maar ook over motivatie, vaardigheden, apparatuur, en uiteindelijk over de uitkomsten van internetgebruik. "Het begint met motivatie en de vraag of mensen de juiste middelen hebben," legt Van Deursen uit. "Voor degene die alleen een oude smartphone hebben, kan het moeilijk zijn om deel te nemen aan online debatten of e-participatieplatforms, als ze daar wel de motivatie voor hebben."
Maar vooral digitale vaardigheden spelen een belangrijke rol. "Veel mensen hebben moeite met het vinden, selecteren en beoordelen van informatie. Ze herkennen misleidende of manipulatieve boodschappen minder goed, en weten niet altijd wat ze kunnen vertrouwen. Voor hen is het bijvoorbeeld ook moeilijker om adviezen van AI tools kritisch te beoordelen. Deze zijn vaak niet neutraal en bijvoorbeeld erg gekleurd richting een of twee partijen."
Volgens Van Deursen leidt dat tot structurele verschillen. "Mensen met een hoger inkomen of opleidingsniveau profiteren vaker van technologie. Zij zijn beter in staat informatie op waarde te beoordelen en kunnen zich beter beschermen tegen risico’s. Mensen in minder bevoorrechte posities ervaren helaas juist relatief vaker de negatieve kanten. Zo ontstaat een ongelijkheid die de afgelopen jaren alleen maar is gegroeid."
Democratische ongelijkheid
Die kloof raakt direct aan onze democratie. "Steeds meer politieke informatie, verkiezingscampagnes en overheidsdiensten verlopen online," zegt Van Deursen. "Wie digitaal vaardig is, blijft goed geïnformeerd en kan actief deelnemen. Wie die vaardigheden mist, raakt snel achterop, bewust of onbewust."
Het gevolg is dat sommige stemmen luider klinken dan andere. "Digitaal vaardige burgers domineren het online debat," legt hij uit. "Hun perspectieven krijgen meer aandacht, terwijl andere groepen minder zichtbaar zijn. Zo ontstaat een vertekend beeld van wat de samenleving denkt, en dat tast de representativiteit van de democratie aan."
Bovendien vergroot beperkte digitale vaardigheid de kans op desinformatie. "Wie niet weet hoe informatie en de achterliggende algoritmes werken, is vatbaarder voor misleidende berichten," zegt Van Deursen. "Dat kan polarisatie verder aanwakkeren en maakt het moeilijker om nog uit te gaan van dezelfde feiten."
Meer dan toegang alleen
Lange tijd lag de nadruk van beleid op toegang: zorgen dat iedereen internet heeft. Maar dat is volgens Van Deursen slechts een eerste voorwaarde. "Het echte verschil zit in wat mensen kunnen doen met die toegang," zegt hij. "Je kunt wel een laptop hebben, maar als je gevonden informatie niet op waarde of betrouwbaarheid kunt evalueren, blijft die toegang beperkt van waarde."
Daarom pleit hij voor structurele investeringen in digitale vaardigheden: leren hoe informatie tot stand komt, hoe je het kunt interpreteren en evalueren, en hoe je technologie strategisch kunt inzetten. "Dat begint in het onderwijs, maar ook in buurthuizen of via laagdrempelige hulp voor kwetsbare groepen," zegt hij. "Digitale vaardigheden zijn geen luxe, ze zijn een voorwaarde om volwaardig burger te kunnen zijn."
Een democratie die iedereen meeneemt
De digitalisering van overheid en samenleving vraagt niet alleen om educatieve aanpak. Er is ook nog veel ruimte in het verbeteren van online interfaces. "Wie moeite heeft met digitale formulieren of inlogprocedures, ervaart een extra drempel om zijn stem te laten horen," zegt Van Deursen. "We moeten digitale publieke diensten zo ontwerpen dat ze echt toegankelijk zijn – voor iedereen, ongeacht leeftijd, opleiding of achtergrond."
"Democratie veronderstelt dat iedereen kan meedoen," zegt Van Deursen. "Als we dat ook in het digitale tijdperk willen waarmaken, moeten we zorgen dat niemand buiten de boot valt."
Meedoen begint bij kunnen meedoen
Dus, wat als niet iedereen digitaal kan meedoen aan de democratie? "Dan verandert de belofte van digitalisering in een risico," zegt Van Deursen. "Veel diensten zijn bedoeld voor iedereen. Maar helaas kan in de praktijk nog lang niet iedereen meedoen. Het gevolg is dat die diensten ons verder uit elkaar drijven."
Volgens hem ligt de oplossing niet alleen in meer technologie, maar in meer menselijkheid. "We moeten zorgen dat iedereen de kennis, middelen en vaardigheden heeft om digitaal én democratisch mee te doen. Dat is geen luxe, dat is de basis van een gezonde samenleving."
Want, besluit hij: "Een democratie is pas echt van iedereen als iedereen er ook in gehoord kan worden; online én offline."




