Het CHDR loopt al jaren voorop in geneesmiddelenonderzoek bij mensen. Hun innovatieve meetmethoden en biomarkers laten vroeg zien of een nieuw middel kans van slagen heeft. Alles wat ze verdienen, investeren ze weer in beter onderzoek, met één doel: betere patiëntenzorg. Sinds oktober 2025 heeft die samenwerking ook een vaste plek in Enschede, waar wetenschap, technologie en klinische praktijk letterlijk samenkomen. Hoogleraar Jan Buitenweg en hoogleraar en neuroloog Michel van Putten leveren namens de Universiteit Twente objectieve metingen en analyses die cruciaal zijn voor het testen van nieuwe behandelingen, zoals medicijnen, lang voordat ze op de markt komen.
De ‘fietstest van de pijn’
Jan Buitenweg pakt een van de lastigste uitdagingen in de zorg aan: chronische pijn. Hoe meet je het pijnsysteem objectief, zonder ruis van stemming of context? Chronische pijn treft miljoenen mensen, terwijl nieuwe medicijnen ontwikkelen vaak 10–15 jaar duurt en miljarden kost. Als je vroeg kunt zien of een middel werkt én veilig is, bespaar je tijd, geld en onnodige risico’s voor patiënten. Daarom werkt Buitenweg graag samen met het CHDR. “Omdat het CHDR winst herinvesteert in onderzoek, stroomt succes terug het systeem in: beter meten, beter testen, betere zorg,” zegt hij.
Zijn team gebruikt selectieve prikkels en slimme analyses om te begrijpen hoe het zenuwstelsel pijn verwerkt. In fase1 studies voegen ze gecontroleerde ‘challenges’ toe: gezonde vrijwilligers krijgen bijvoorbeeld tijdelijk en veilig een verhoogde pijngevoeligheid. “Zie het als de fietstest van de pijn,” legt Buitenweg uit. “Net zoals cardiologen hartproblemen uitlokken om ze te meten, dagen wij het pijnsysteem kort uit—om daarna te zien of een geneesmiddel dat normaliseert.” Het resultaat? Eerder zicht op werkzaamheid en bijwerkingen. Voor farmaceuten betekent dit kansarme middelen uit het ontwikkeltraject halen zodat het duurste deel niet doorlopen hoeft te worden. Voor patiënten betekent dit sneller toegang tot veilige en betaalbare pijnstillers.
Meten wat medicijnen écht doen
“Wij doen niet primair geneesmiddelenonderzoek”, legt neuroloog en hoogleraar Michel van Putten uit. “Onze toegevoegde waarde zit in het betrouwbaar meten van effecten van medicijnen op de hersenen en spieren.” Daarbij gebruiken we onder andere het EEG als gevoelig meetinstrument. Soms ook in combinatie met magnetische stimulatie van de hersenschors. Met geavanceerde signaalanalyse, computermodellen en systeemidentificatie onderzoekt zijn groep hoe veranderingen in het EEG samenhangen met veranderingen in hersennetwerken. Dat kan gaan om gewenste effecten, zoals bij middelen tegen epileptische aanvallen, maar ook om ongewenste bijwerkingen, zoals een verstoorde slaapfunctie. De vertaling van hersenactiviteit naar fysiologische en biologische parameters kan veel inzicht geven in werkingsmechanismen van geneesmiddelen op de hersenfunctie.
Die combinatie van klinische kennis en technische diepgang is typisch de toegevoegde waarde van de UT in deze samenwerking: waar farmacologen spreken over concentraties en klaring, zorgt de UT voor de readouts: slimme meet- en analysemethoden die aantonen wat een middel doet met de hersenfunctie of slaaparchitectuur. “Dát is kennis die het CHDR niet in huis heeft en waarvoor ze met ons samenwerken,” aldus Van Putten.
Studenten en medicijnonderzoek
Zowel Van Putten als Buitenweg betrekken ook masterstudenten bij hun onderzoek — ze maken vaak gedurende 7 tot 9 maanden deel uit van het onderzoeksteam, zowel op de Universiteit Twente als in de klinieken. Ze werken met echte onderzoekdata: leren storingen in metingen opsporen, zetten analysemethoden op en toetsen hun bevindingen aan de praktijk in MST of bij CHDR. Die mix van fundamentele puzzels en maatschappelijke impact motiveert studenten — en maakt UT alumni gewilde professionals.
Voor studenten Biomedical Engineering, Technische Geneeskunde, Technische Natuurkunde, Elektrotechniek, Data Science en zelfs Industrial Design en Creative Technology liggen hier kansen: van het ontwerpen van elektroden en nadenken over duurzame materialen (minder disposables) tot het verbeteren van gebruikservaring (hoe maak je een lange test draaglijk of sneller?). “Dit is challenge-based learning in een echte klinische context,” zegt Buitenweg enthousiast.




