Van gelijkgestemden tot verspreiding van ziektes
Netwerken zijn overal: op internet, op sociale media en zelfs in treindienstregelingen. Ze vormen ook de routes waarlangs epidemieën zich verspreiden. En de neiging om contact te maken met mensen die op je lijken – is daar een belangrijke factor in. In het artikel Homophily Within and Across Groups laat het team van Stegehuis zien hoe verschillen in gelijkheidsvoorkeur de verspreiding van een epidemie beïnvloeden.
Wat is gelijkheidsvoorkeur eigenlijk?
Het onderzoek gebruikte datasets van Facebook, muzieknetwerk Last.fm, belgegevens en interacties tijdens een wetenschappelijke conferentie, gevolgd met sensoren. Stegehuis: “We wilden weten of mensen zich vooral groeperen met wie het meest op hen lijkt, en of dat anders is bij tweetallen dan bij grotere groepen. Daarom hebben we een model ontwikkeld dat laat zien hoe gelijkheidsvoorkeur verandert afhankelijk van de groepsgrootte.”

Clara Stegehuis
Wat de onderzoekers ontdekten
In één-op-één contacten op Facebook zochten mensen vooral gelijken op, maar in grotere groepen mengden leeftijden meer. Voor geslacht gold hetzelfde patroon: één-op-één vaker hetzelfde geslacht, in grotere groepen gemengder. Voor status (student of medewerker) was geen duidelijke trend.
Verschillen tussen online en offline netwerken
Het type netwerk bleek bepalend. In datingnetwerken waren één-op-één contacten bijna altijd tussen mensen van verschillend geslacht, terwijl dat in andere netwerken niet zo was. Ook verschilde de gelijkheidsvoorkeur tussen online en fysieke interacties.
Waarom dit belangrijk is voor epidemiebestrijding
De manier waarop mensen clusteren – in kleine of grotere groepen, gevaccineerd of niet – beïnvloedt sterk hoe snel een epidemie zich verspreidt. Gelijkheidsvoorkeur kan de drempel voor verspreiding verhogen of verlagen. Dat maakt dat vaccinatie of afstandsmaatregelen afhankelijk van de groepsstructuur heel andere effecten kunnen hebben.
Het model kan ook gebruikt worden voor beleid rond de verspreiding van desinformatie.
Update januari 2026: de publicatie van Clara Stegehuis over dit onderwerp is inmiddels verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift Nature Communications.



