Het stroomnet zit maar op een paar momenten per dag echt vol en ook niet overal op dezelfde tijd. In woonwijken gebeurt dat bijvoorbeeld vooral in de avondspits, als veel mensen tegelijk thuiskomen, het licht aandoen, koken en de auto aan de lader hangen. Maar ook op een erg zonnige dag wanneer alle zonnepanelen op de daken massaal stroom terugleveren. De rest van de dag is een groot deel van de capaciteit helemaal niet in gebruik.
File op het stroomnet
Vergelijk het met de file op de snelweg. Die ontstaat niet omdat de weg te smal is voor het hele etmaal. Hij ontstaat omdat iedereen rond vijf uur tegelijk vertrekt. Op het stroomnet werkt het precies zo.
Johann Hurink onderzoekt met zijn groep hoe je met slimme afstemming de ruimte in het bestaande net beter benut en een overgang naar een duurzame energievoorziening mogelijk maakt. Hij ziet dezelfde pieken ook op de parkeerterreinen van de Universiteit Twente. In de ochtend komen daar de elektrische auto’s en starten onmiddellijk met het laden.
“Op dat moment is er dan nog geen of maar heel weinig opwek van de aanwezige zonnepanelen en gebruiken wij stroom uit het net voor het laden”, vertelt hij. Later op de dag is er weer veel opwek van de zonnepanelen, maar dan zijn de auto’s al vol en gaat de opgewekte stroom het net in. Er ontstaan zo twee piekmomenten op het net.
Bijbouwen is duur en traag
Bijbouwen gebeurt volop. Netbeheerders investeren tot 2040 jaarlijks tussen de 13 en 18 miljard euro, samen ongeveer 235 miljard euro. Toch groeien de wachtlijsten nog steeds. Een gewoon huishouden wacht inmiddels gemiddeld 45 weken op een nieuwe aansluiting.
Waarom lukt het niet sneller? Een vergunning rondkrijgen duurt vaak langer dan de bouw zelf. Daar komt een groot tekort aan technisch personeel bij. En de rekening loopt op, want de nettarieven op je energierekening verdubbelen naar verwachting richting 2040.
En kan het de bedoeling zijn veel geld te investeren in capaciteit die alleen heel zeldzaam gebruikt wordt? Moeten wij niet zoeken naar alternatieve manieren om het probleem onder de knie te krijgen?
Slimmer gebruiken levert veel op
Een eerste makkelijke en directe aanpak is het verschuiven van jouw verbruik naar rustige momenten op het net in jouw buurt of naar tijden waarop er veel zonnestroom in jouw omgeving wordt opgewekt. Dan hoef je veel minder bij te bouwen. Onderzoek laat zien dat we in 2030 al zo’n 2,3 gigawatt kunnen verplaatsen naar daluren, en in 2050 zelfs 10,2 gigawatt. De kosten daarvan zijn klein.
Het is dus belangrijk dat vraag en aanbod van elektriciteit beter op elkaar aansluiten, zowel in tijd als ook in locatie. Dat is precies waar onderzoekers zoals Johann aan werken. De focus is hierbij niet om minder stroom gebruiken, maar om het op een ander moment gebruiken.
“De overgang naar een duurzame energievoorziening is een taak voor de gehele samenleving en vraagt van ons om vanuit alle oogpunten samen te werken”, vertelt Johann. Naast nieuwe technische oplossingen moet ook de wet en regelgeving aangepast worden en moeten de bedrijven en ook wij als samenleving onze werkwijze en gedrag veranderen. “Als wij dit op een goede manier doen, hoeven er minder kabels de grond in om tot een duurzame energievoorziening te komen.”
We moeten bouwen en slim gebruiken
Het is geen kwestie van het een of het ander. De netbeheerders moeten blijven bouwen, want de stroomvraag groeit hard. Maar wij moeten er ook op letten dat de investeringen nuttig zijn en goed gebruikt worden. Dus: elke piek die we samen afvlakken is een kabel die we niet hoeven te leggen, en dat houdt de energierekening betaalbaarder.




