Ruim een kwart van Nederland ligt onder de zeespiegel. Dat je hier droge voeten houdt, is geen toeval. Ruim 3.500 kilometer aan waterkeringen houden de zee en de rivieren buiten de deur. De Deltawerken, de Maeslantkering, de Afsluitdijk: het zijn ingenieursprojecten waar de rest van de wereld jaloers op is.
En het werk gaat door. Overal in het land worden dijken versterkt en verhoogd, klaargemaakt voor de omstandigheden van 2100. Nederland weet hoe je water buiten de deur houdt. Maar wat als we ons voorbereiden op het verkeerde scenario?
Gebouwd voor een warmere wereld
Het Deltaprogramma — het nationale plan dat Nederland beschermt tegen overstromingen — gaat uit van een opwarmend klimaat. Meer regen in de winter, hogere rivierafvoeren en een stijgende zeespiegel. Er zijn verschillende scenario’s berekend die gaan van ‘een beetje warmer’ tot ‘extreme opwarming’.
Tot zover logisch. „Maar er is een scenario waar die berekeningen geen rekening mee houden”, zegt Suzanne Hulscher, hoogleraar Water Systems aan de Universiteit Twente. Haar boodschap: de dijken die we nu bouwen, zijn ontworpen voor een klimaat dat er over dertig jaar misschien heel anders uitziet dan we denken.
Waarom de Golfstroom kan stilvallen
De Golfstroom zorgt ervoor dat het in Amsterdam een stuk milder is dan in Montreal, terwijl beide steden op dezelfde breedtegraad liggen. Dankzij die warme zeestroming is Nederland geen land van ijsberen en permafrost, maar van zachte winters en gematigde zomers.
Die Golfstroom is onderdeel van een veel groter systeem: een soort lopende band in de oceaan. Warm, zout water stroomt vanuit de tropen naar het noorden. Rondom Groenland koelt het af, wordt zwaarder, zinkt naar de diepzee en stroomt langzaam weer terug naar het zuiden. Wetenschappers noemen dit de AMOC (Atlantic Meridional Overturning Circulation). Je kunt het zien als de centrale verwarming van Europa.
Die verwarming staat op uitvallen. Door het smelten van het ijs op Groenland wordt het zeewater zoeter en lichter, waardoor het minder goed zinkt. De motor van de lopende band hapert. Klimaatwetenschappers wereldwijd verwachten dat de AMOC rond 2060 helemaal kan stilvallen. Misschien tien jaar eerder, misschien tien jaar later.
IJsdammen en bevroren rivieren
Nederland ligt aan het eindpunt van de grote Europese rivieren. De Rijn en de Maas komen hier samen en monden uit in zee. Dat maakt ons extra kwetsbaar. Onze dijken zijn niet berekend op wat er gaat komen.
Bij langdurige, strenge vorst kan er iets gebeuren dat Nederland al een hele tijd niet meer heeft meegemaakt: ijsdammen. Het begint met drijvend ijs dat stroomafwaarts beweegt. Bij vernauwingen blijft dat ijs haken en stapelt het zich op tot een ijsdam. Het water kan dan nergens heen. Het stijgt en duwt tegen dijken die nooit ontworpen zijn om die druk te weerstaan. Het ijs zet zelf ook uit en beschadigt de dijkwanden van binnenuit. Vroeger was dat een terugkerend probleem in Nederland.
Dan is er nog de economische klap. De binnenvaart valt bij bevroren rivieren volledig stil. Geen aanvoer van grondstoffen, geen brandstoftransporten, geen containervaart. De economische schade zal enorm zijn.
Wat kunnen we doen?
Er valt gelukkig iets aan te doen. Nederland heeft een voorsprong, want weinig landen ter wereld hebben zoveel ervaring met waterbeheer als wij. Suzanne pleit voor een aanpak op drie fronten tegelijk. Ten eerste: dijkversterkingen opnieuw doorrekenen, dit keer met het AMOC-scenario. De huidige berekeningen gaan uit van een warmer en natter klimaat. Die moeten worden aangevuld met de mogelijkheid van extreme kou, ijsvorming en sterk wisselende rivierafvoeren.
Daarnaast moeten we onze rivieren anders inrichten. Dit zodat de ijsdammen zich niet kunnen ophopen en de stroming blokkeren. En zo dat de stroming sterk blijft in de vaargeul waardoor deze niet bevriest. En daarnaast datgene wat sowieso nodig is: niet alleen afvoeren, maar ook vasthouden. Hoe hard dat nodig is, bleek in juli 2021 in Valkenburg: extreme regenval zorgde ervoor dat de Geul in een paar uur veranderde in een kolkende rivier die straten en huizen tot aan de eerste verdieping onder water zette.
Geen dijkdoorbraak, maar een enorme hoeveelheid neerslag die nergens heen kon. Sindsdien is het denken over rivieren veranderd: meer meanders en meer ruimte. „We zijn nu veel meer gericht op het creëren van oppervlak rondom de rivier, zodat het water beter kan doorstromen als het moet en vastgehouden kan worden bij lage afvoeren”, zegt Suzanne.
De Elfstedentocht komt terug
Als het zover komt, heeft de stilval van de AMOC een onverwacht voordeel: de Elfstedentocht kan weer gereden worden. Volgens Suzanne misschien al rond 2060. Maar dan moeten we er wél voor zorgen dat onze dijken, huizen en rivieren klaar zijn voor de wereld die daarbij hoort. Want een Elfstedentocht is pas leuk als je daarna een warm huis hebt om naartoe terug te keren.




