Het is een vreemde fase in je leven, waarin je onafhankelijker bent dan ooit tevoren, maar tegelijkertijd nog nooit zo in de war bent geweest. Je leert koken, of in ieder geval jezelf ervan te overtuigen dat de prut die je maakt ergens op lijkt. Je leert met geld omgaan, meestal door er eerst een potje van te maken. Je leert leven met deadlines, groepsprojecten, een niet-bestaand slaapritme en het constante gevoel dat iedereen om je heen veel beter weet wat ze aan het doen zijn dan jij. En toch, ondanks alle chaos, wordt je studententijd waarschijnlijk een van de meest betekenisvolle hoofdstukken van je leven.
De ups van het studentenleven
De mooiste momenten van je studententijd zitten niet altijd in de grote momenten. Het zijn niet altijd de leuke feestjes, perfecte cijfers of mooie prestaties. Soms zijn de beste momenten veel kleiner: samen met je vrienden in het gras chillen na een lange dag college, vanuit de Gallery uitkijken over de regen en verdwalen in een goed gesprek, of 's avonds naar huis lopen met muziek op en het gevoel dat je leven de goede kant opgaat.
Er is iets bijzonders aan de vrijheid van het studentenleven. Voor veel mensen is hun studententijd de eerste keer in hun leven dat ze iets betekenisvols opbouwen dat echt van henzelf is. Je kiest je eigen vrienden, routines, hobby's, fouten en, niet onbelangrijk: avondeten. Je ontdekt wat voor persoon je bent als er niemand te scherp op je let. Je probeert nieuwe dingen uit, komt jezelf tegen, probeert het opnieuw en beseft langzaam dat falen niet het einde van de wereld is.
Op de universiteit worden gewone plekken opeens sentimenteel. Een tafel in de bibliotheek wordt 'jouw plekje'. Een specifieke stoel in de Technohal een plek om even rustig bij te komen. Een fietspad door de natuur de route waar je altijd even wegdroomt. Voor je het weet, is de campus niet meer gewoon een campus. Het wordt een plek vol herinneringen waar je je weg hebt gevonden.
Maar natuurlijk is het niet altijd een rooskleurig verhaal.
De downs van het studentenleven
De dieptepunten tijdens je studententijd kunnen heel eenzaam voelen. Toch wordt daar maar weinig over gepraat. Studeren moet vooral spannend en leuk zijn, vol met sociale gelegenheden en kansen – en dat is het vaak ook. Maar het kan ook isolerend werken: je kunt omringd zijn door mensen en je toch onzichtbaar voelen. Dan zit je in een overvolle collegezaal en besef je ineens dat je achterloopt. Terwijl je door foto's scrollt van studiegenoten die de tijd van hun leven lijken te hebben, zit jij alleen op je kamer met een treurige maaltijd. En dan vraag je je af: doe ik dit studentenleven wel goed?
En dan is er nog de druk. De druk om te presteren, om te slagen, je toekomst te plannen, vrienden te maken, interessant en productief te zijn, en om het meeste uit elke kans te halen. Soms voelt het studentenleven niet als een avontuur, maar als één grote to-do-lijst. Er zijn weken waarin de deadlines zich opstapelen, je wasmand een eigen ecosysteem wordt, de zon zich amper laat zien en de regen je plotseling verstikt. Kortom: er zijn weken waarin je het gevoel hebt dat je verzuipt.
Het lastigste aan de universiteit is misschien wel dat je móét veranderen, ook al ben je er nog niet klaar voor. Vriendschappen veranderen. Relaties beginnen en eindigen. Heimwee duikt op de vreemdste momenten op. Opeens zie je dat je ouders ouder worden, hoor je niks meer van je oude vrienden en krijg je niet eens de tijd om stil te staan bij wat je verliest, omdat het leven doorgaat. Volwassen worden is nou eenmaal geen flitsende video met filters en vrolijke effecten. Het gebeurt eerder wanneer je er helemaal doorheen zit en stress hebt om een deadline van 23:59 uur te halen.
Wat het je leert
Maar juist uit die zware momenten neem je iets mee. Ze leren je lessen die je niet uit colleges haalt: veerkracht, om hulp vragen, en het besef dat rusten geen luiheid is. Je leert dat iedereen wel ergens mee worstelt – zelfs de studenten die hun leven perfect op orde lijken te hebben. Je leert dat de weg kwijt zijn, niet betekent dat het hopeloos is.
Misschien voelt het studentenleven daarom wel zo intens: er gebeurt simpelweg veel tegelijk in een heel korte tijd. Je studeert, werkt, feest, faalt, slaagt, verandert en groeit op – allemaal tegelijk. Geen wonder dat het soms bijna theatraal aanvoelt en Dickens de spijker op z'n kop slaat.
De hoogte- en dieptepunten liggen in je studententijd vaak dichter bij elkaar dan je denkt. In dezelfde week kunnen een vreselijk tentamen, een mooi gesprek, een mental breakdown, een nieuwe vriendschap, een koffie te veel en één klein moment dat alles de moeite waard maakt, samenkomen. Het studentenleven is niet zwart-wit. Het is chaotisch, vermoeiend, grappig, eenzaam, prachtig, absurd en hangt af en toe van ducttape en hoop aan elkaar.
Dus misschien heeft Ludwig wel gelijk. Het studentenleven is echt een ervaring als geen ander. Niet omdat het altijd goed óf slecht gaat, maar omdat het juist hand in hand gaat. Het is een fase vol tegenstrijdigheden: vrijheid en druk, eenzaamheid en vriendschap, verwarring en ontdekking, stilstand en verandering. En ergens precies daartussenin, groei je.




