Tenzij je mijn schrijfstijl niks vindt, natuurlijk. In dat geval kun je dit artikel misschien beter wegklikken 😉.
1. Maak een plan voor je begint met schrijven
Voor je aan een nieuwe tekst of sectie begint, is het een goed idee om kort voor jezelf te schetsen wat je precies wilt bereiken. Helaas vergeet ik dit zelf ook nog weleens; vaak begin ik aan een tekst zonder een duidelijk idee waar het heen zal gaan. Een vorm van brain dumping, eigenlijk – een prima strategie, maar wel één die je liever niet gedachteloos gebruikt. Een basisoverzicht van je tekst, daarentegen, helpt je met wat je wilt schrijven, welke kanten je op kunt en hoe je je secties eventueel kunt afsluiten. Dit werkt over het algemeen een stuk efficiënter dan simpelweg alle informatie die je kwijt wilt neerpennen in de hoop dat er coherente zinnen uitrollen.
2. Eerst schrijven, dan redigeren
Aan de andere kant van het spectrum staat precies het tegenovergestelde van de vorige tip. Heb je echt geen idee waar of hoe je moet beginnen? Begin dan gewoon met schrijven. Laat de typefouten staan, maak je geen zorgen over de flow, gebruik linkjes waar citaten moeten komen en laat je gedachten in de vrije loop. Doe dit gedurende een vastgestelde tijd, zeg 45 minuten tot een uur, en ga daarna aan de slag met het redigeren van je tekst.
Het maakt niet uit hoe slecht je tekst in het begin is. De eerste versie is nooit perfect en dat is oké. Je kunt in het begin zelfs opzettelijk slechte zinnen schrijven, wetende dat je ze later aan zult passen. Het belangrijkste is dat het schrijfproces vooral draait om wat op dat moment goed voelt. Je kunt plannen wat je wilt, maar uiteindelijk is er bij een writer’s block maar één ding dat helpt: nog meer schrijven. Vraag maar aan George R.R. Martin.
3. Zet je resultaten en grafieken op een rij
Als student aan de universiteit zul je merken dat het meeste schrijfwerk pas begint nadat je je data hebt verzameld. Je zou andersom denken, toch? Eerst schrijven in afwachting van je resultaten en dan afsluiten met wat mooie grafieken. Fout! Ja, je schrijft je introductie en theoretisch kader, maar het beschrijven, interpreteren en vergelijken van je resultaten is het meeste werk.
Wat mij altijd helpt, is om al mijn resultaten, grafieken en figuren in een bestand te plakken en ze een aantal minuten goed in me op te nemen. Vervolgens schrijf ik simpelweg op wat ik uit de resultaten kan concluderen. Dat vul ik aan met een beschrijving van mijn figuren, de conclusies en alle context die een lezer moet weten om de resultaten te begrijpen. En natuurlijk eindig ik, als allerlaatst, met een aantal zinnen over hoe deze resultaten in de discussie passen.
4. Gebruik de actieve vorm
Een passieve schrijfstijl schijnt in de academische wereld een absolute no-go te zijn. Tot een aantal jaar geleden was ik hier niet van op de hoogte, maar inmiddels voelt het niet meer dan logisch. Laatst wees een begeleider me hier nog op in mijn verslag:
Passief: De volgende figuren werden verkregen door simulaties uit te voeren.
Actief: De simulaties leverden de volgende figuren op.
Een simpel advies, maar makkelijk aan te leren.
5. Spreek je argument hardop uit
Je hebt het waarschijnlijk al een miljoen keer gehoord: het hardop uitspreken van je gedachten is een goede manier om je begrip van een onderwerp te verbeteren. En het klopt! Als je je idee helder kunt overbrengen, heb je er waarschijnlijk goed grip op. Lukt dat niet, dan moet je je kennis eerst misschien nog wat verdiepen voordat je begint met schrijven.
6. Gebruik niet onnodig dure woorden
Slimme mensen communiceren zo eenvoudig en efficiënt mogelijk. Soms vereist dit ingewikkelde termen, maar meestal niet – moet je echt ‘utiliseren’ gebruiken in plaats van ‘gebruiken’? Als je chique woorden gebruikt om slim over te komen, merken de meeste lezers direct dat je een gebrek aan kennis probeert te maskeren met ingewikkeld taalgebruik. Loop je vast omdat je ‘academisch’ moet schrijven? Flap er gewoon uit wat je probeert te zeggen. Meestal is dat ook precies wat je moet opschrijven, maar dan met minder ‘euhm’ en ‘zeg maar’.
7. Check het aantal woorden en schrap
Ik heb een nogal omslachtige schrijfstijl die goed werkt voor creatief schrijven, maar minder voor academisch schrijven. Zelf gebruik ik tips 2 en 3 dus ook altijd: ik zet alles wat ik wil gebruiken in mijn document en bewaar het redigeren voor later. Zodra ik eraan toe ben, kijk ik naar het aantal woorden en probeer ik de tekst in die redactieronde met ongeveer 10% in te korten. Dit doe ik bij iedere revisie totdat ik tevreden ben.
Academisch schrijven vereist een heel specifieke set aan vaardigheden en woordenschat: het is echt anders dan creatief schrijven. Toch is elke vorm van schrijven goed voor je – je schrijfvaardigheden vertalen zich van het ene gebied naar het andere. Dus, ontdek wat jouw productiviteit verhoogt en bouw rituelen die dat versterken. En kom je er niet uit? Breng dan een bezoekje aan onze vrienden van het UT Writing Centre, waar je tijdens inloopuren of op afspraak met een schrijfcoach naar jouw teksten kunt kijken.




