1. Home
  2. Student Stories
  3. 6 dingen die je moet weten voor je aan je eerste baan begint
Leestijd: 7 min.
Delen

6 dingen die je moet weten voor je aan je eerste baan begint

De eindfase van je studie kan spannend zijn. De laatste loodjes van je scriptie wegen zwaar en ondertussen denk je waarschijnlijk al na over wat je na je afstuderen gaat doen. Bijvoorbeeld een eerste échte baan vinden. Misschien heb je al een leuke functie weten te bemachtigen, of ben je aan het solliciteren: hoe dan ook, je leven gaat er heel anders uitzien na het behalen van dat felbegeerde papiertje. Dit zijn zes dingen die je moet weten voor je begint aan je eerste baan!

Foto van Pien Spanjaard
Pien Spanjaard
Drie jonge professionals in een meeting.

1. Het werkende leven is wennen

Als student ben je veel vrijheid gewend. Zelf je werk inplannen, op verschillende tijden opstaan en op een dinsdag- of woensdagavond de kroeg induiken: het kan allemaal. Als je begint aan een baan wordt dat meestal wel anders. Ineens word je meermaals per week op je werk verwacht, ben je gebonden aan vaste kantoortijden en heb je minder flexibiliteit om je dag in te delen dan je als student gewend was.

Dit kan de eerste paar maanden best even wennen zijn, vooral als je 40 uur per week werkt. Met een nieuwe dagindeling en alle nieuwe indrukken op je werk is het niet gek dat je ’s avonds doodmoe op de bank ploft. Maar, geen zorgen, dat blijft niet zo. Je zult merken dat je na een tijdje vanzelf een routine gaat opbouwen – meer structuur heeft ook zo z’n voordelen. En: je mag doordeweeks misschien minder vrijheid hebben, maar de weekenden zijn weer all yours. Nooit meer op zondag studeren voor een tentamen op maandagochtend!

2. Je sociale leven houdt niet op na je studententijd

Chillen bij je vereniging in de lunchpauze, borrels op de campus na college en studentenfeestjes in de stad. Het studentenleven zit vol gezelligheid en met een beetje geluk maak je vrienden voor het leven. Het kan best spannend zijn om dat achter te laten. Hoe behoud je je vriendschappen als je elkaar straks niet meer dagelijks ziet? En houd je nog wel genoeg tijd over voor leuke dingen?

Het korte antwoord is ja, al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat er ongetwijfeld dingen zullen veranderen in je sociale leven. Zodra iedereen een baan heeft, wordt het dagelijkse leven drukker en zul je meer moeite moeten doen om elkaar te blijven zien. Toch heeft dit ook voordelen: je gaat qualitytime met vrienden meer waarderen en je hebt elkaar leuke kantoorjuice te vertellen. Daarnaast blijven er genoeg avonduren en weekenddagen over voor leuke dingen én krijg je er een hele groep potentiële vrienden bij om overdag mee te socializen: je collega’s!

3. Je mag fouten maken

Waar je tegen het einde van je studie eindelijk een beetje weet waar je het over hebt, verdwijnt dat gevoel vaak snel zodra je begint met je eerste baan. Hello, imposter syndrome! Als junior medewerker voel je je soms net als in de brugklas: je begint weer helemaal opnieuw en moet alles nog leren. Tegelijkertijd wil je alles zo goed mogelijk doen – en het liefst zelfs boven verwachting.

Toch hoef je dit helemaal niet van jezelf te verwachten. Iedereen snapt dat je wat tijd nodig hebt om het bedrijf te leren kennen en je taken zelfstandig op te pakken. Sterker nog: fouten maken en vragen stellen is alleen maar goed! Zo leer je van je meer ervaren collega’s en kom je erachter wat wel en niet werkt. Wees dus niet té streng voor jezelf. Iedereen is ooit junior medewerker geweest, en daarnaast: je bent niet voor niets aangenomen. Vertrouw op jezelf!

4. Leeftijdsverschillen zijn heel leerzaam

En nee… 30 is niet oud, ook al voelt dat nu misschien nog wel zo. 😉 Waar je in je studententijd vooral met mensen van je eigen leeftijd optrekt, zul je tijdens je werk collega’s van allerlei leeftijden tegenkomen. Voor je het weet ben je work besties met iemand die je vader of moeder had kunnen zijn.

Juist dankzij deze leeftijdsverschillen is de samenwerking met collega’s heel leerzaam. Je oudere collega’s brengen veel ervaring en bedrijfskennis mee, en jij als Gen-Z’er brengt weer nieuwe inzichten waar de rest misschien nog niet aan had gedacht. Maak hier dus gebruik van en deel jullie kennis met elkaar. En aarzel ook niet om af en toe een oudere collega om advies te vragen: dikke kans dat zij ooit ook tegen de problemen zijn aangelopen waar jij nu mee zit.

5. Je eerste baan hoeft niet je eindstation te zijn

De tijd van 40 jaar bij hetzelfde bedrijf werken is allang voorbij. Waar het vroeger niet meer dan normaal was om na je afstuderen jarenlang bij dezelfde werkgever te blijven, is het voor de generatie van nu niet gek om na een aantal jaar op zoek te gaan naar een nieuwe uitdaging. Het is immers niet makkelijk om na je afstuderen al precies te weten wat je de rest van je leven wilt gaan doen.

En dat hoeft dus ook niet! Zie je eerste baan als een begin, een mooie opstap naar de rest van je carrière waarin je gaandeweg kunt ontdekken waar je passies liggen. Leg jezelf dus niet de druk op dat je eerste baan direct je droombaan moet zijn. Die komt waarschijnlijk vanzelf op je pad zodra je beter weet waar je interesses en talenten liggen. En mocht je al wel direct je droombaan te pakken hebben? Good for you!

6. Geef jezelf de tijd

Het moment dat je ‘ja’ zegt tegen een baan is altijd spannend. Hoe gaan je werkdagen er precies uitzien? En gaat het voldoen aan je verwachtingen? Op het moment dat je begint met werken, wil je natuurlijk het liefst zo snel mogelijk antwoord op deze vragen. Maar in de praktijk is dit lastig: je krijgt waarschijnlijk pas na een aantal weken (of soms maanden) écht een goed beeld van je functie, zodra je wat meer gesetteld bent.

De eerste periode ben je vooral bezig met de organisatie leren kennen, praktische zaken regelen en de namen van je collega’s onthouden. Geef jezelf dus de tijd, ook als de eerste week (of weken) niet direct is wat je ervan had verwacht. Nog tijd genoeg om conclusies te trekken!

Gerelateerde verhalen