1. Maak een outline
Vanuit niets ineens een logisch verhaal op papier zetten is bijna niet te doen. Wat wel goed werkt? Het maken van een outline. Zeker bij lange lappen tekst, zoals het theoretisch kader en de discussie, is dit echt onmisbaar. Schrijf per alinea de boodschap in steekwoorden en korte zinnen op, en zorg ervoor dat iedere alinea maar één kernpunt maakt. Leest je outline als een duidelijk verhaal en volgen de alinea’s elkaar logisch op? Dan kun je je tekst vervolgens stap voor stap uitwerken.
2. Begin gewoon
Dit klinkt misschien als een stom advies, maar het werkt wel. Vaak stel je het schrijven van een stuk tekst uit, omdat je het meteen goed wilt doen: mooie zinnen, academisch taalgebruik, een logische opbouw en met literatuur onderbouwde beweringen. Spoiler: dit gaat je waarschijnlijk niet in één keer lukken. En dat is helemaal oké! Je zult je tekst nog vaak genoeg doorlezen, dingen aanpassen, stukken herschrijven, feedback verwerken… Leg jezelf dus niet de druk op dat het meteen perfect moet. Soms moet je gewoon zonder al te veel na te denken beginnen met schrijven en daarna finetunen. Gaandeweg wordt je tekst dan vanzelf een logisch verhaal.
3. Behoud structuur
Een scriptie is vaak relatief lang en bevat ingewikkelde materie. Zorg er daarom voor dat je je lezer (en jezelf) door je thesis heen helpt! Begin ieder hoofdstuk met een korte introductie waarin je uitlegt wat je gaat bespreken en waarom dit relevant is. Eindig een hoofdstuk vervolgens met een korte conclusie. Zo zorg je ervoor dat je verhaal te volgen blijft en voorkom je dat hoofdstukken aanvoelen als losse stukken tekst.
4. Leer van voorbeelden
Waarom zou je het wiel opnieuw uitvinden als je ook kunt leren van het werk van andere onderzoekers? Zo heeft de Universiteit Twente een thesisbank waar je de scripties van medestudenten kunt bekijken. Kijk niet alleen naar de inhoud, maar ook naar hoe anderen hun scriptie hebben opgebouwd en gestructureerd. Zo weet je ook meteen een beetje waar begeleiders op letten tijdens de beoordeling! Hetzelfde geldt voor wetenschappelijke artikelen die je tijdens je literatuuronderzoek leest. Kom je een goed artikel met een fijne structuur tegen? Bewaar deze dan goed. Niet om precies na te doen (daar wordt de plagiaatscanner niet zo blij van ;)), maar wel om van te leren!
5. Vraag om feedback
Feedbackmomenten zijn soms confronterend, maar zorgen er ook voor dat je je werk kunt verbeteren. Maak er dus ook gebruik van! Zorg er wel voor dat je het goed aanpakt. Soms duurt het lang voordat je je feedback terugkrijgt, of kost het verwerken ervan langer dan verwacht. Stem daarom vooraf goed af wie feedback wil en kan geven, hoelang ze daarvoor nodig hebben en hoeveel tijd jij nodig hebt om dit te verwerken. Je hoeft niet te wachten tot je hele scriptie af is; juist het tussentijds opsturen van hoofdstukken of onderdelen kan piekdrukte op het einde voorkomen.
6. Onderhoud contact met je begeleiders
Zie je begeleiders niet alleen als beoordelaars, maar ook als collega’s om mee te sparren en je te ondersteunen. Overleg daarom regelmatig en vraag tijdig hulp als je vastzit. Begeleiders waarderen het wel als je jullie meetings voorbereidt. Schrijf daarom concrete vragen op en maak eventueel slides om je bevindingen te laten zien en je vragen te bespreken. Stem ook de verwachtingen goed af: hoe vaak hebben jullie meetings? Wat vinden je begeleiders belangrijk in jullie samenwerking en in je verslag? Dit kan een hoop onduidelijkheid voorkomen.
7. Uitzoomen
In de discussiesectie is het verleidelijk om ieder detail te willen verklaren. Natuurlijk is dit belangrijk en toont dit inzicht, maar het is ook net zo belangrijk om af en toe uit te zoomen. Wat betekenen je bevindingen nu eigenlijk? Hoe hangen ze samen? Waarom is dit relevant? Wat betekent dit voor het grotere geheel en voor de toekomst? Door hierover na te denken wordt je discussie een heel stuk sterker!
8. Gebruik een referentiemanager…
Doe je toekomstige zelf een plezier en houd vanaf dag één je bronnen en referenties netjes bij. Maak vooral gebruik van een referentiemanager, want handmatig refereren is echt onbegonnen werk. Pro-tip: sla ook de artikelen op die je nog niet direct hebt gebruikt, maar wel verwacht nodig te hebben. Niets zo vervelend als weten dat je iets hebt gelezen, maar dat artikel niet meer terug kunnen vinden ;).
9. En andere handige tools
Naast referentiemanagers zijn er nog een heleboel andere tools die je leven als afstuderende student net een stukje makkelijker maken. Benieuwd welke? Wisang zette ze voor je op een rijtje!
10. Zorg goed voor jezelf
Je scriptie is belangrijk, maar je (mentale) gezondheid net zo goed! Zorg er daarom voor dat je gezond eet, genoeg slaapt en ook tijd inplant voor leuke activiteiten, zoals sporten en afspreken met vrienden. Zo heb je ook leuke dingen om naar uit te kijken, wat helpt om gemotiveerd te blijven.
11. Check, check, dubbelcheck
Natuurlijk is het belangrijk om je werk zelf kritisch te lezen. Probeer tussentijds regelmatig je teksten te controleren, zodat je niet aan het einde ineens een verslag van 50 kantjes moet doorspitten. Maar, kritisch je eigen werk verbeteren is niet makkelijk. Vraag daarom ook wat studiegenoten om je scriptie te lezen. Als zij je onderzoek kunnen volgen, zit je goed! Iemand buiten je studie, zoals je ouders of andere vrienden, kunnen bovendien checken of je verhaal logisch is, en spel- en taalfouten eruit pikken.
Veel succes met het schrijven van je scriptie!




