1. Doe vanaf dag één mee
De meeste universiteiten organiseren een introductieweek voor nieuwe studenten. Die wil je als uitwisselingsstudent echt niet overslaan. In haar geval regelde de universiteit vooraf zelfs een apart programma met tripjes en activiteiten, speciaal voor de uitwisselingsstudenten. Hierdoor had ze al een hechte vriendengroep nog vóór de normale introductieweek begon – een fijne start waar ze de rest van het semester profijt van had.
Bovendien levert die actieve houding je ook heel concreet wat op. Universiteiten strooien tijdens dit soort evenementen namelijk met gratis spullen. Zo sleepte zij een filterkoffiezetapparaat in de wacht tijdens een bingo en won ze een goedgevulde cadeaumand met een pubquiz. Haar advies: ga gewoon naar die (soms wat suf klinkende) events op de campus. Je weet nooit wat het je oplevert, of het nou gezelligheid is of gratis spullen.
2. Kies niet tussen studeren of reizen – doe het allebei
Er heerst best een stereotype op uitwisselingsstudenten: ze feesten en reizen aan één stuk door, maar laten zich bijna nooit zien bij de colleges. Het kan ook anders: deze vriendin heeft tijdens haar hele uitwisseling welgeteld één les gemist. Haar tip is dan ook niet om te kiezen, maar om je rooster zo slim mogelijk te plannen.
Laat jouw universiteit je zelf je rooster samenstellen? Zorg dan dat je minstens één dag vrijhoudt. Een vriend van haar plande het bijvoorbeeld zo dat hij op donderdag en vrijdag geen les had, waardoor hij extra lange weekendtrips kon maken. Zelf had ze wel elke dag les, maar ze ging er nog steeds vaak op uit; meestal vertrok ze op vrijdag meteen na haar laatste college.
Daarnaast helpt de hele setting je een handje: omdat je in een compleet nieuwe omgeving zit en je tijd beperkt is, voel je veel meer de drang om er het maximale uit te halen. Je weet dat dit een eenmalige kans is, dus je grijpt hem. En reizen hoeft echt niet altijd groot of internationaal te zijn; ze deed ook superveel simpele dagtripjes naar steden in de buurt, net wat uitkwam met de trein of met de auto van studiegenoten.
3. Benut de plek waar je zit, maar forceer geen nieuwe hobby omdat het ‘moet’
Je hoort vaak dat een uitwisseling hét moment is om een nieuwe hobby op te pakken. Dat klopt wel, vindt ze, maar met een kanttekening: ga niet geforceerd iets nieuws doen omdat het zogenaamd zo hoort, maar kijk naar wat er op jouw locatie uniek is. Biedt je bestemming kansen of faciliteiten die je thuis niet hebt – zoals rotsklimmen in haar geval – dan is dat juist vet om te proberen.
Haar mening: dit is geen gouden must-do tip, maar vooral een goede back-up voor je vrije tijd. Heb je een weekend niks gepland, zijn je vrienden druk en heb je geen les? Dat is hét moment om iets nieuws te proberen, in plaats van te Netflixen of te doen wat je thuis ook al deed. Lid worden van een studentenclub of vereniging is daarvoor de makkelijkste stap.
4. Houd rekening met de emotionele achtbaan
Tijdens de introductie kreeg ze al te horen dat veel studenten een vast patroon doorlopen: een enorme piek als je net aankomt, een geleidelijke dip zodra de routine en de studiedruk beginnen in te kicken, en weer een piek tegen het einde als je beseft dat het er bijna op zit. Zelf heeft ze die dip gelukkig nooit echt gehad, maar die eerste high was heel herkenbaar. Juist doordat ze wist dat die dip erbij kon horen, voelden de mindere momenten een stuk minder zwaar.
Vooral de eerste weken zijn intens, in de goede zin van het woord. Alles is nieuw, de stad voelt gigantisch, je fantaseert al over hoe je leven er over een maand uitziet en je ontmoet sneller mensen dan ooit. Het is supermooi, maar soms ook bijna overweldigend. (Kleine kanttekening: de luchtvaartmaatschappij raakte haar koffers de eerste dagen kwijt. Een goede realitycheck dat ook de start niet altijd perfect verloopt, en dat dat er ook gewoon bij hoort.)
5. trek op met andere internationals maar óók met locals
Als uitwisselingsstudent zul je merken dat je makkelijker en sneller contact met andere uitwisselingsstudenten dan met locals. En dat is logisch: iedereen zit in hetzelfde schuitje en zoekt aanspraak, waardoor je in no-time een band opbouwt met mensen die je thuis misschien nooit had gesproken. Contact met studenten uit het land waar je verblijft is daarentegen vaak wat oppervlakkiger. Dat gold trouwens niet alleen voor Canada; een vriend van me die in Australië studeerde merkte precies hetzelfde.
Mijn vriendin had in de les superleuk contact met Canadese studenten, vertlelt ze, maar sprak buiten de universiteit eigenlijk nooit met ze af. En dat vond ze achteraf erg jammer. Wil je dus echt bevriend raken met locals? Dan is haar advies: neem zelf het initiatief en stel voor om wat te gaan drinken. Anders blijft het heel snel beperkt tot praatjes in de collegezaal.
6. Maak vooraf een bucketlist – en blijf hem aanvullen
Deze tip stond in eerste instantie niet op haar lijstje, maar mag uiteindelijk niet ontbreken. Voordat ze in het vliegtuig stapte, maakte ze een lijst met dingen die ze absoluut wilde meemaken. Daar kwamen ter plekke steeds nieuwe dingen bij naarmate ze de omgeving beter leerde kennen. Het fysiek afstrepen van die punten maakt het extra leuk.
Sommige plannen waren wat ambitieuzer dan andere (een opvallende: “meemaken dat een feestje wordt stilgelegd door de politie” – wat haar uiteindelijk nog is gelukt ook). Zo’n lijst hoeft echt niet heel serieus te zijn. Het gaat erom dat je iets concreets hebt dat je uitdaagt om overal ja op te zeggen, tot de allerlaatste dag.
Een uitwisseling valt of staat met er simpelweg zijn: meedoen met events en activiteiten op de campus, meegaan met weekendtrips, de kansen grijpen die je locatie biedt en openstaan voor de mensen om je heen. Er zullen ups en downs zijn, en dat geeft niks. Maar door er vroeg bij te zijn, slim te plannen en bewust tijd in je vriendschappen te steken, houd je er gegarandeerd veel meer aan over dan alleen een stempel in je paspoort.




