1. Een volle koelkast
Een koelkast in een studentenhuis is vaak een trieste bedoening. Waarschijnlijk vind je er niet meer dan een halve pot kwark (over de datum), een pot samengeklonterde sambal en het overgebleven avondeten van eergisteren. Oké, met een beetje geluk net iets meer, maar vergeleken daarmee is de koelkast bij je ouders echt een schatkist, die op magische wijze aangevuld wordt zonder dat jij er boodschappen voor hoeft te doen. Vers fruit en verse groenten, sapjes, frisdranken, een breed aanbod aan broodbeleg, en vaak nog van A-merken ook. Het is bijna vreemd om alles zomaar te kunnen pakken zonder te checken wiens naam erop staat.
2. Schone, gestreken was
Nog zoiets magisch: je knippert met je ogen en je was ligt alweer opgevouwen in de kast. En zelfs gestreken! Je zou bijna vergeten hoe het is om in een ongekreukt T-shirt of overhemd rond te lopen. Al is dit niet zo’n vanzelfsprekendheid, en daar herinnert je moeder je ook graag aan: ‘het is hier geen hotel!’
3. Aanschuiven voor het avondeten
In de goed gevulde koelkast van je ouders liggen vaak ook genoeg ingrediënten voor een lekker, vers en gezond avondmaal. Eindelijk eens iets anders dan pasta pesto of kliekjes! Nee, er is niets lekkerder dan zo kunnen aanschuiven voor het avondeten, en al helemaal als je vader of moeder dan ook nog eens je lievelingsrecept klaarmaakt. Gek genoeg smaakt het toch altijd 1000 keer lekkerder als zij het maken!
4. Afspreken met vrienden van thuis-thuis
Good old times! Met een beetje geluk zijn je vrienden van thuis-thuis ook in town – of misschien zijn ze er wel blijven wonen – en kun je gezellig met elkaar afspreken. Net als vroeger! Althans, dat hoop je. Inmiddels zijn jullie levens zo veranderd dat je soms je best moet doen om alle nieuwe namen te onthouden – hoe heette die gekke huisgenoot of vervelende studiegenoot ook alweer?
Soms is het best lastig om contact te houden en merk je zelfs dat je een beetje uit elkaar groeit. En eerlijk? Dat is oké! Echte vriendschappen overleven ook deze tijd, en voor je het weet is het weer als vanouds en staan jullie samen weer tot in de late uurtjes in de lokale kroeg waar je vroeger ook ieder weekend kwam.
5. Je huisdieren weer zien
De échte reden om naar huis te komen: de hond, kat, hamster, cavia, goudvis, baardagaam, of [insert huisdier hier] die je eigenlijk nog veel meer mist dan je ouders zelf. En andersom misschien net zo. Je vader begint in elk geval niet zo te kwispelen als je thuiskomt, toch?
6. Weer onder één dak met je broers en zussen
Je hebt ze weken (of maanden) niet gezien, dus het is oprecht fijn om weer samen te zijn: de gezelligheid aan tafel, samen gamen, grapjes uithalen bij je vader… Maar voor je het weet zit je weer op exact hetzelfde niveau als toen je 14 was en sta je op de badkamerdeur te bonzen omdat de ander álles bezet houdt en ook nog eens jouw shampoo opmaakt.
7. Op blote voeten of witte sokken kunnen lopen
Een luxe die je in je studentenhuis compleet bent verleerd. Daar loop je steevast op slippers of schoenen om te voorkomen dat je sokken zwart worden van de dubieuze plakvloer, of erger, dat je een of andere voetschimmel oploopt. Bij je ouders kun je ineens weer zonder nadenken op je blote voeten of witte sokken rondlopen.
8. Erachter komen dat je meer kleding mee had moeten nemen
Zo vol als de koelkast is, zo leeg is je kledingkast. Je dacht het wel af te kunnen met een paar T-shirts en een spijkerbroek, maar je had je even niet gerealiseerd dat je thuis-thuis alleen nog een oude joggingbroek en een galajurk hebt liggen. Oh, en een shirt dat niet meer past.
9. Random spullen terugvinden
Een bezoekje aan je oude slaapkamer is een nostalgische belevenis. Even snuffelen in je bureaulade of de opbergdozen onder je bed en voor je het weet zit je een halfuur lang te lezen in je oude dagboeken of agenda’s, of weet je je oude Nintendo DS weer aan de praat te krijgen. Hallo Nintendogs!
10. Je kamer is getransformeerd tot kantoor/inloopkast/thuisgym
Die nostalgische belevenis van je oude slaapkamer kan in sommige gevallen trouwens aardig tegenvallen. Met een beetje pech zagen je ouders de kans om jouw kamer meedogenloos om te dopen tot 'de studeerkamer', een inloopkast of een matig uitgeruste thuisgym met een hometrainer waar kleding overheen hangt.
11. Je bent gepromoveerd tot IT-expert
Waren je ouders altijd al zo hulpeloos? Of ben jij als universitair geschoold genie ineens de vraagbaken voor alle IT-gerelateerde klusjes in huis? Alles wat de afgelopen maanden niet werkte thuis mag jij fixen: de haperende wifi, de tv-instellingen terugzetten naar het Nederlands, de Chromecast opnieuw installeren. Jij bent de hackerman van de familie, zelfs als eerstejaarsstudent Communicatiewetenschap.
12. De neurotische regeltjes van je ouders
Met je ouders onder één dak wonen is all fun and games, maar er komt een punt dat de realiteit weer inkickt. Waar je in eerste instantie als een koning(in) behandeld wordt met vers avondeten, een opgemaakt bed en schone was, heb je inmiddels ook weer te dealen met de neurotische regeltjes van je ouders die je in je studentenhuis allang had afgezworen. Meteen het tosti-ijzer opruimen als je de laatste kruimel nog achter je kiezen hebt, verantwoorden hoe laat je thuis bent als je een avondje weggaat, en die rondslingerende spullen die je moeder defensief op de trap legt in de hoop dat je ze mee naar boven neemt. Je bent officieel weer 14.
13. De voorraadkast plunderen als je weer weggaat
Hoe leuk het ook was om weer even thuis-thuis te zijn, er komt een moment dat je weer verlangt naar je eigen plek. En da’s maar goed ook. Niet alleen voor jou, maar ook voor je ouders. Je bent klaar om te gaan, maar niet voordat je nog één blik in de voorraadkast werpt en nog net even die pot Nutella in je tas moffelt. Bij het afscheid stopt je moeder je natuurlijk nog wat vers fruit en een plak zelfgemaakte cake toe. Je kunt er weer even tegenaan!



