Het stappenplan


1.

Oriënteer je op de invulling van de B3-keuzeruimte. Je kunt een gedeelte van de 30 EC keuzeruimte van het derde bachelorjaar opvullen met een PSY-stage. Er zijn meerdere invullingen denkbaar. Zo kun je bijvoorbeeld kiezen voor een stage van 20 EC, aangevuld met 10 EC keuzevakken. Of je kunt kiezen voor een minor van 20 EC, aangevuld met een 10 EC stage. Bedenk dan wel dat er dan hogere eisen aan de inhoud van de stage worden gesteld (met name aan de stage-opdracht). Zie voor meer informatie hierover de Handleiding B3 Keuzeruimte.

2.

Maak een afspraak met de stagecoördinator Sarah Bosch (studieadviseur-psy@utwente.nl, zet in het onderwerp van je mail ‘Stage’) om bekend te maken dat je op stage wilt, de haalbaarheid hiervan en je stageplannen te bespreken.

Voorwaarde om op stage te mogen gaan is dat je B1 en B2 volledig zijn afgerond.

3.

Ga op zoek naar een stageplaats. Begin hier zeker enkele maanden van tevoren mee.

4.

Leg de volgende zaken vast:

-

Wie je externe (indien van toepassing) begeleider wordt. De externe begeleider is de mentor vanuit de organisatie waar je stage loopt. Bij een onderzoekstage op de UT heb je alleen een interne begeleider.

-

Je hoofdtaak en activiteiten tijdens de stage en verwachte producten of resultaten van deze activiteiten (voor de organisatie);

-

De rol van de interne en externe begeleider en mate en wijze van begeleiding;

-

Organisatorische zaken en (rechtspositionele) regelingen met betrekking tot je werkplek, faciliteiten, vergoedingen, regelingen bij ziekte en verzuim.

Noteer deze afspraken op formulier 1: Voorbereiding. Leg een kopie van het formulier en van eventueel overige afspraken voor akkoord voor aan de contactpersoon binnen de organisatie met wie je je stage hebt besproken. Geef aan dat in dit formulier nog niet de definitieve afspraken staan, maar dat je deze gegevens nodig hebt voor je overleg met de stagecoördinator. Pas na zijn of haar akkoord kunnen de definitieve afspraken worden vastgelegd.

5.

Maak een afspraak met de stagecoördinator om de stage-opdracht te bespreken.

6.

De stagecoördinator kan voor je bekijken of er een interne begeleider beschikbaar is die jouw stage kan begeleiden. De interne begeleider betreft een GW- docent die aansluiting heeft met het onderwerp van jouw stage-opdracht.

De stagecoördinator zal jou laten weten of er een interne begeleider gevonden is en wie dit betreft. Maak dan een afspraak met jouw interne begeleider en leg de volgende zaken vast:

-

Dezelfde punten als bij stap 3 in zoverre deze nog niet zijn ingevuld.

Noteer deze afspraken op formulier 1: Voorbereiding. Leg een kopie van het formulier en van eventueel overige afspraken voor akkoord voor aan de interne en externe begeleider evenals aan de stagecoördinator.

7.

Als formulier 1 is ingevuld in overleg met jouw interne begeleider maak je de invulling van je stage rond met de organisatie door formulier 2: Stageovereenkomst compleet in te vullen en te laten ondertekenen door: jou, de stagecoördinator en de interne/externe begeleider. Dit betreft juridische afspraken met de organisatie. De instelling kan ook zelf een stagecontract hebben opgesteld. Deze geldt dan als vervanging voor ons formulier 2. Maak kopieën van het ondertekende formulier en lever ze in bij de stagecoördinator.

8.

Schrijf het voorbereidend verslag en lever deze in bij de stagecoördinator. Het voorbereidend verslag maakt deel uit van de beoordeling van de stage! In het voorbereidend verslag werk je jouw verwachtingen ten aanzien van de stage uit. De volgende punten dienen onderdeel te zijn van het voorbereidend verslag:

·

Jouw motivatie om een PSY-stage te gaan doen;

·

Een beschrijving van de stagebiedende organisatie;

·

Een beschrijving van de stageplek en stagetaken binnen de organisatie (beschrijf de afdeling van de stageplek en de algemene werkzaamheden die van je worden verwacht).

·

Een uitwerking van de vooraf opgestelde en beargumenteerde persoonlijke, academische en (vak)inhoudelijke leerdoelen (minimaal 5) . Formuleer leerdoelen altijd in een activerende stijl en probeer de leerdoelen zo concreet mogelijk te maken. Voorkom vage leerdoelen en zorg ervoor dat je achteraf de mogelijkheid hebt voor reflectie.

·

de uit te voeren PSY-gerelateerde stageopdracht. Deze dient zo concreet mogelijk geformuleerd te worden. Beschrijf de situatie en wat er van jou als stagiaire dan wel als eindproduct wordt gevraagd. Geef ook aan hoe de opdracht gerelateerd is met de opleiding PSY.

·

de planning ten aanzien van de contact- en inlevermomenten. Geef hierbij de stageperiode aan, wanneer en hoe je contact gaat houden met je interne begeleider vanuit de UT en wanneer je de (concept)verslagen inlevert. Het beheren van en toezien op de planning is onderdeel van de eindbeoordeling van de stage.

Vraag de stagecoördinator om het beoordelingsformulier voorbereidend verslag in te vullen en lever deze in bij je interne begeleider.

NB:

·

‘Formulier 1: Voorbereiding’, ‘formulier 2: Stageovereenkomst’ en het voorbereidend verslag dienen voorafgaand aan de stageperiode te zijn ingeleverd en goedgekeurd door de stagecoördinator. Is dit niet het geval, dan tellen de uren die je reeds gemaakt hebt niet mee voor het aantal EC’s die je na afloop van je stage bij een goed resultaat zult behalen. Studenten die eerder beginnen met een stage, zonder deze formulieren tijdig met de stagecoördinator te hebben besproken en goed hebben laten keuren krijgen hier geen studiepunten voor.

·

Lever een kopie van ‘formulier 1: Voorbereiding’, ‘formulier 2: Stageovereenkomst’ en het voorbereidend verslag in bij zowel je interne en externe begeleider en zorg dat je deze met hen hebt besproken.

·

Indien je een onderzoeksstage gaat doen met een omvang van 25 of 30EC dan dien je hier eerst toestemming voor aan te vragen bij de Examencommissie Psychologie. Pas als de examencommissie toestemming heeft gegeven dien je formulier 2 in te vullen.

·

Na de goedkeuring van het formulier 1, 2 en het voorbereidend verslag vormt de interne begeleider je contactpersoon vanuit de UT voor je stage en mag je officieel beginnen met je stage.

9.

Regel tijdig persoonlijke zaken die samenhangen met je verblijf van een aantal weken op je stageplaats. Denk daarbij aan zaken als: verzekeringen, huisvesting, stopzetting OV-jaarkaart (bij een buitenlands verblijf), doorsturen post e.d.

10.

Houd al vanaf de voorbereidingsfase een logboek bij ter voorbereiding van je stageverslag. Hierin schrijf je over de werkzaamheden en de voortgang van je stage, de bereikte of (nog) niet bereikte leerdoelen, verwachtingen die je hebt of had en die al dan niet zijn uitgekomen, opmerkingen over je functioneren of over je begeleiding en bovenal je persoonlijke ervaringen met bepaalde aspecten van je stage.

11.

Begin tijdig met het schrijven van onderdelen voor je stageverslag.

12.

Onderneem tijdig actie als zich problemen voordoen of als eerder gemaakte plannen of afspraken veranderen. Treed in overleg met zowel je interne als externe begeleider, leg nieuwe afspraken schriftelijk vast en lever kopieën in bij beide begeleiders.

13.

Laat de conceptversie van je verslag en de stage-opdracht becommen­tariëren door zowel de interne als externe begeleider. Verwerk het commentaar en lever het definitieve verslag in.

14.

Indien je een praktijkstage volgt: vraag de externe begeleider het beoordelingsformulier externe begeleider in te vullen en te ondertekenen. Bespreek met hem/haar ter afronding van je stage je functioneren tijdens je stage en de resultaten van je stage. Gebruik dit gesprek voor je reflectiedeel in je stageverslag. Lever het beoordelingsformulier in bij je interne begeleider en een kopie bij de stagecoördinator.

15.

Vraag de interne begeleider om een beoordeling aan de hand van het beoordelingsformulier interne begeleider. Indien je een praktijkstage doet zorg dan dat je interne begeleider het beoordelingsformulier van de externe begeleider van tevoren heeft ontvangen. Als je interne begeleider dit noodzakelijk of wenselijk acht, zal hij of zij contact opnemen met je externe begeleider.

16.

Schrijf een korte evaluatie en samenvatting van je stage en voeg deze bij het stagerapport. Deze gegevens (tenzij je dit niet wenst of als er bijzondere redenen ten aanzien van vertrouwelijkheid gelden) worden gebruikt om je medestudenten voorbeelden te verschaffen van stagemogelijkheden, de opleiding een beeld te geven van de stageplaatsen en stage-opdrachten van haar studenten en ten behoeve van relatiebeheer.

17.

Lever een kopie van het volledige stagerapport evenals de beoordelingsformulieren in bij de stagecoördinator (sarah.bosch@utwente.nl, Cubicus – kamer C116).